Eens gejaagd
Blake Pierce


“Een meesterwerk van thriller en mysterie! De auteur heeft fantastisch werk gedaan bij het ontwikkelen van personages met een psychologische kant die zo goed beschreven is dat we voelen wat ze denken, hun angsten ervaren en meejuichen met hun succes. Het plot is zeer pakkend en gedurende het hele boek vermakelijk. De wendingen van het verhaal houden je wakker van de eerste tot de laatste pagina.”--Books and Movie Reviews, Roberto Mattos (over Eens Weg)EENS GEJAAGD is boek #5 van de bestselling Riley Paige-mysteriereeks, die begint met de #1 bestseller EENS WEG (Boek #1)! Een ontsnapping uit een zwaarbewaakte gevangenis. Hectische oproepen van de FBI. Special Agent Riley Paige’s ergste nachtmerrie is uitgekomen: een seriemoordenaar die zij jaren geleden heeft opgesloten, is ontsnapt. En zijn belangrijkste doelwit is zij.Riley is gewend om de jager te zijn, maar voor het eerst wordt er op haar–en haar familie–gejaagd. Terwijl de moordenaar haar stalkt, begint hij ook aan een nieuwe golf van moorden, en Riley moet hem stoppen voor het te laat is–voor de andere slachtoffers, en voor haarzelf.Maar dit is geen gewone moordenaar. Hij is te slim, hun kat-en-muis spel is te verdraaid, en op een of andere manier blijft hij haar altijd een stap voor. Wanhopig om hem te stoppen, realiseert Riley zich dat er maar een manier is: ze moet terug in het verleden graven, in de gestoorde geest van de moordenaar, zijn oude zaken, en opnieuw leren wat hem aandrijft. De enige manier om hem te stoppen, beseft ze, is om de duisternis die ze dacht achter zich gelaten te hebben, opnieuw te confronteren.Een hartverscheurend spannende, duistere psychologische thriller. EENS GEJAAGD is boek #5 in een meeslepende nieuwe serie–met een geliefd nieuw personage–dat je tot laat in de nacht zal laten doorlezen.Boek #6 in de Riley Paige serie zal binnenkort beschikbaar zijn.







E E N S G E J A A G D



(EEN RILEY PAIGE MYSTERIE—BOEK 5)



B L A K E P I E R C E



Vertaald door: Laura van der Voorden, Van der Voorden Text & Translation


Blake Pierce



Blake Pierce is de auteur van de bestseller reeks RILEY PAGE mysteries die dertien boeken telt (en er komen er nog steeds bij) Blake Pierce is ook de auteur van de spannende reeks over MACKENZIE WHITE, die bestaat uit negen boeken (en er komen er steeds bij); van de spannende reeks over AVERY BLACK, die uit zes boeken bestaat; van de spannende reeks over KERI LOCKE, die uit vijf boeken bestaat; van de HOE RILEY PAIGE BEGON reeks, die bestaat uit twee boeken (en er komen er nog steeds bij); van de spannende reeks over KATE WISE, die uit twee boeken bestaat (en er komen er nog steeds bij); van de spannende reeks psychologische thrillers over CHLOE FINE, die bestaat uit twee boeken (en er komen er nog steeds bij); en van de spannende reeks psychologische thrillers over JESSIE HUNT, die bestaat uit drie boeken (en er komen er nog steeds bij).



Als verwoede lezer en levenslange fan van het mystery en thriller genre, hoort Blake graag wat u te vertellen heeft, bezoek dus www.blakepierceauthor.com om meer te weten te komen en contact te houden.



Copyright © 2016 door Blake Pierce. Alle rechten voorbehouden. Met uitzondering van toestemming onder de U.S. Copyright Act uit 1976, mag niets uit deze uitgave in enige vorm of op enige manier worden verveelvoudigd, gedistribueerd, overgedragen of opgeslagen in een database of een geautomatiseerd gegevensbestand, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Dit e-book heeft enkel een licentie voor persoonlijk gebruik. Dit e-book mag niet verkocht of doorgegeven worden aan derden. Als u dit boek met anderen wil delen, koop dan voor iedere ontvanger een afzonderlijk exemplaar. Als u dit boek aan het lezen bent of als dit boek niet alleen voor uw gebruik werd gekocht, retourneer het boek dan en koop uw eigen exemplaar. Dank u voor het respecteren van het harde werk van deze auteur. Dit is een fictief boek. Namen, karakters, bedrijven, organisaties, plaatsen, gebeurtenissen en incidenten zijn een product van de verbeelding van de auteur of worden fictief gebruikt. Enige overeenkomst met werkelijke personen, levend of dood is geheel toevallig. Jacket image Copyright GoingTo, gebruikt onder licentie van Shutterstock.com.


BOEKEN VAN BLAKE PIERCE



SPANNENDE, PSYCHOLOGISCHE THRILLERS MET JESSIE HUNT

DE PERFECTE ECHTGENOTE (boek 1)

DE PERFECTE WIJK (boek 2)



RILEY PAIGE MYSTERIE-SERIE

EENS WEG (boek 1)

EENS GEPAKT (boek 2)

EENS BEGEERD (boek 3)

EENS GELOKT (boek 4)

EENS GEJAAGD (boek 5)



AVERY BLACK MYSTERIE-SERIE

MOORD MET EEN HOGER DOEL (boek 1)

OP DE VLUCHT VOOR HOGERE KRACHTEN (boek 2)

SCHUILEN VOOR HOGE VLAMMEN (boek 3)

REDEN OM BANG TE ZIJN (boek 4)

REDEN OM TE REDDEN (boek 5)



MACKENZIE WITTE MYSTERIE-SERIE

VOORDAT HIJ DOODT (boek 1)

VOORDAT ZE ZIET (boek 2)



KATE WISE MYSTERIE SERIE

WIST ZE MAAR (boek 1)


INHOUDSOPGAVE



PROLOOG (#u23e2c8d3-77e2-5577-861c-8a0c6775978a)

HOOFDSTUK EEN (#u5942df8e-c7ec-5767-a39d-396558982329)

HOOFDSTUK TWEE (#u8bc81c98-1c1b-563e-8851-06616ad18dff)

HOOFDSTUK DRIE (#u0c55a5e1-6740-5cea-bddb-51140c8e5804)

HOOFDSTUK VIER (#ub973dd46-f4dc-5113-928b-40dd445f72c0)

HOOFDSTUK VIJF (#ua753ba8c-1ed6-504e-a023-ea72ecaf6c93)

HOOFDSTUK ZES (#u1097ae49-bf5d-53e7-84fd-8a762a7845df)

HOOFDSTUK ZEVEN (#uf36d1697-e097-56ca-9dec-000c740298c6)

HOOFDSTUK ACHT (#ud253c92f-9586-5903-930d-d2f23cce83af)

HOOFDSTUK NEGEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ELF (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TWAALF (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DERTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VEERTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIJFTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZESTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZEVENTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ACHTTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK NEGENTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK EENENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TWEEËNTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DRIEËNTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIERENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIJFENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZESENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZEVENENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ACHTENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK NEGENENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK EENENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TWEEËNDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DRIEËNDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIERENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIJFENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZESENDERIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZEVENENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ACHTENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK NEGENENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VEERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK EENENVEERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TWEEËNVEERTIG (#litres_trial_promo)




PROLOOG


Special Agent Riley Paige scheurde met oorverdovend lawaai door de stille donkere straten van Fredericksburg. Haar dochter van vijftien werd vermist, maar Riley was eerder woedend dan angstig. Ze had wel een idee van waar April was: bij haar nieuwe vriendje, de zeventienjarige schoolverlater Joel Lambert. Riley had haar best gedaan om de relatie tussen de twee te beëindigen, maar ze was er niet in geslaagd.

Vanavond komt daar verandering in, dacht ze vastberaden.

Ze parkeerde voor Joels woning, een vervallen klein huisje in een slechte buurt. Ze was hier al eens eerder geweest en had van Joel geëist dat hij bij haar dochter wegbleef. Hij had hier overduidelijk maling aan gehad.

Er stond geen enkele lamp in het huis aan. Misschien was er wel niemand binnen. Of misschien stond Riley op het punt om meer te ontdekken dan ze aankon. Het kon haar niet schelen. Ze sloeg op de deur.

“Joel Lambert! Doe open!” riep ze.

Het was eventjes stil. Riley ramde weer op de deur. Deze keer hoorde ze gemompeld gevloek vanuit binnen komen. De lamp op de veranda ging aan. Met de ketting er nog op, ging de deur een paar centimeter open. In het licht van de veranda kon Riley een onbekend gezicht onderscheiden. Het was een man van een jaar of negentien, twintig. Hij had een baard en zag eruit alsof hij zwaar aan de drugs zat.

“Wat wil je?” vroeg de man suffig.

“Ik ben hier voor mijn dochter,” zei Riley.

De man keek beduusd.

“Je bent bij het verkeerde huis, mevrouw,” zei hij.

Hij probeerde de deur dicht te doen, maar Riley schopte er zo hard tegen dat het veiligheidskettinkje brak en de deur openvloog.

“Hé!” riep de man.

Riley stormde naar binnen. Het huis zag er hetzelfde uit als vorige keer dat ze hier was: een vreselijke rotzooi met een lucht vol verdachte geuren. De jonge man was lang en pezig. Riley zag een gelijkenis tussen hem en Joel. Maar hij was niet oud genoeg om Joels vader te zijn.

“Wie ben jij?” vroeg ze.

“Ik ben Guy Lambert,” antwoordde hij.

“Joels broer?” gokte Riley.

“Ja. Wie ben jij in godsnaam?”

Riley pakte haar penning.

“Special Agent Riley Paige, FBI,” zei ze.

De mans ogen werden groot van paniek.

“FBI? Hé, er moet hier een misverstand of zo zijn.”

“Zijn je ouders hier?” zei Riley.

Guy Lambert haalde zijn schouders op.

“Ouders? Welke ouders? Joel en ik wonen hier alleen.”

Riley was totaal niet verbaasd. Vorige keer dat ze hier was, had ze al het vermoeden gehad dat Joels ouders niet in beeld waren. Ze had geen idee wat er met hen gebeurd zou kunnen zijn.

“Waar is mijn dochter?” zei Riley.

“Mevrouw, ik ken je dochter niet eens.”

Riley deed een stap richting de dichtstbijzijnde deuropening. Guy Lambert probeerde haar weg te versperren.

“Hé, moet je geen huiszoekingsbevel hebben?” vroeg hij.

Riley duwde hem opzij. “Ik maak hier nu de regels,” snauwde ze. Riley ging door de deur en kwam in een chaotische slaapkamer. Er was niemand. Ze ging nog een deur door, een smerige badkamer in, en toen nog een deur die uitkwam op een tweede slaapkamer. Nog steeds niemand.

Ze hoorde een stem roepen vanuit de woonkamer.

“Blijf staan waar je bent!”

Ze haastte zich terug naar de woonkamer.

Ze zag nu dat haar partner, Agent Bill Jeffreys, in de opening van de voordeur stond. Ze had hem gebeld voor hulp voordat ze thuis vertrokken was. Guy Lambert lag ingezakt op de bank en zag er moedeloos uit.

“Deze jongeman leek te vertrekken,” zei Bill. “Ik maakte alleen even duidelijk dat hij hier op je moest wachten.”

“Waar zijn ze?” vroeg Riley dwingend aan Lambert. “Waar zijn je broer en mijn dochter?”

“Ik heb geen idee.”

Riley greep hem bij zijn T-shirt en trok hem op zijn voeten.

“Waar zijn je broer en mijn dochter?” herhaalde ze.

Toen hij zei “Ik weet het niet,” smeet ze hem tegen de muur. Ze hoorde Bill afkeurend zuchten. Hij maakte zich ongetwijfeld zorgen dat Riley de controle zou verliezen. Het kon haar niet schelen.

Guy Lambert, die nu volledig in paniek was, spuwde een antwoord uit.

“Ze zijn verderop in de straat. Dertien vierendertig.”

Riley liet hem los. Zonder nog een woord te zeggen, stormde ze de voordeur uit. Bill volgde haar.

Riley had haar zaklamp in haar hand en keek naar de huisnummers. “Het is deze kant op,” zei ze.

“We moeten bellen voor hulp,” zei Bill.

“We hebben geen versterking nodig,” zei Riley terwijl ze over de stoep rende.

“Dat is niet waar ik me zorgen om maak.” Bill volgde haar.

Binnen enkele momenten stond Riley in de tuin van een huis met twee verdiepingen. Het was een kapot, duidelijk afgeschreven huis met lege huizen aan weerszijden; een typische “drugswoning” voor heroïnegebruikers. Het deed haar denken aan het huis waar de sadistische psychopaat Peterson haar gevangengehouden had. Hij had haar in een kooi gehouden en haar gemarteld met een gasbrander totdat ze was ontsnapt en het huis had opgeblazen met zijn eigen voorraad propaangas.

Even stond ze aarzelend stil, opgeschrikt door de herinnering. Maar toen herinnerde ze zichzelf eraan:

April is daarbinnen.

“Bereid je voor,” zei ze tegen Bill.

Bill pakte zijn eigen zaklamp en zijn pistool, en ze liepen samen richting het huis.

Toen Riley bij de veranda aankwam, zag ze dat de ramen dichtgetimmerd waren. Ze was deze keer niet van plan om aan te kloppen. Ze wilde Joel of wie er ook binnen was niet waarschuwen voor haar komst.

Ze probeerde de deurklink. Deze bewoog. Maar de deur zat op slot met een schuifslot. Ze trok haar wapen en vuurde op het schuifslot, dat kapot knalde. Ze greep weer de deurklink, en deze keer ging de deur open.

Zelfs na de duisternis van buiten, moesten haar ogen wennen toen zij en Bill de woonkamer binnenstapten. Het enige licht kwam van de kaarsen die hier en daar stonden. Ze verlichtten een akelig decor van troep en puin, waaronder lege zakjes heroïne, injectienaalden en andere drugsattributen. Er waren zo’n zeven mensen te zien, waarvan twee of drie langzaamaan opstonden na het lawaai dat Riley gemaakt had. De rest bleef op de vloer of gekruld in stoelen liggen, verdoofd van de drugs. Ze zagen er allemaal verwelkt en ziek uit, en hun kleding was vies en aan flarden.

Riley stopte haar wapen weg. Ze had het duidelijk niet nodig – nog niet.

“Waar is April?” riep ze. “Waar is Joel Lambert?”

Een man die zojuist was opgestaan zei met wazige stem, “Boven.”

Met Bill vlak achter zich, klom Riley de donkere trap op, de zaklamp voor zich uit schijnend. Ze voelde hoe de rottende traptreden inzakten door haar gewicht. Zij en Bill stapten de gang bovenaan de trap in. Er waren drie deuropeningen, waar de deuren uit waren gehaald. Een ervan leidde naar een ranzig ruikende badkamer. Ze waren zichtbaar leeg. De vierde deuropening had nog wel een deur, die gesloten was.

Riley stapte op de deur af. Bill stak zijn hand uit om haar te stoppen.

“Laat mij eerst naar binnen gaan,” zei hij.

Riley negeerde hem en duwde zich langs hem, deed de deur open, en stapte naar binnen.

Riley viel bijna flauw van wat ze zag. April lag op een kaal matras, en mompelde steeds opnieuw “Nee, nee, nee.” Ze verzette zich zwakjes terwijl Joel Lambert moeizaam haar kleding uittrok. Een lelijke man met overgewicht stond vlakbij te wachten tot Joel hiermee klaar was. In het kaarslicht waren een lepel en naald op het nachtkastje te zien.

Riley begreep het meteen. Joel had April zoveel drugs gegeven dat ze bijna bewusteloos was en bood haar nu aan als seksuele gunst aan deze walgelijke man. Of dit voor geld of voor een andere reden was, wist Riley niet.

Ze trok haar wapen weer en richtte het op Joel. Het was alles wat ze kon doen om hem niet meteen neer te schieten.

“Ga bij haar vandaan,” zei ze.

Joel begreep duidelijk haar gemoedstoestand. Hij deed zijn handen in de lucht en stapte weg van het bed.

Riley wees naar de andere man en zei tegen Bill, “Doe deze klootzak handboeien om. Neem hem mee naar je auto. Je kan nu bellen voor versterking.”

“Riley, luister naar me...” zei Bill, die zijn zin niet afmaakte.

Riley wist wat Bill onuitgesproken liet. Hij wist donders goed dat Riley niets meer wilde dan een paar minuten alleen zijn met Joel. Natuurlijk aarzelde hij om dit toe te laten.

Met haar wapen nog steeds op Joel gericht, keek Riley met een smekende uitdrukking naar Bill. Bill knikte langzaam, en liep toen naar de man, las hem zijn rechten voor, deed hem handboeien om en bracht hem naar buiten.

Riley deed de deur achter hen dicht. Toen keek ze Joel stilletjes aan, haar wapen nog steeds geheven. Dit was de jongen waar April verliefd op was geworden. Maar dit was niet zomaar een tiener. Hij was nauw betrokken bij de drugshandel. Hij had die drugs op haar eigen dochter gebruikt en was duidelijk van plan geweest om Aprils lichaam te verkopen. Dit was niet iemand die in staat was om van iemand te houden.

“Wat denk je te gaan doen, mevrouw agent?” zei hij. “Ik heb rechten, weet je.” Hij toonde dezelfde smalende glimlach als de laatste keer dat ze hem had gezien.

Het pistool trilde enigszins in Riley’s hand. Ze stond te popelen om de trekker over te halen en deze nietsnut neer te knallen. Maar dat kon ze zichzelf niet toestaan.

Ze zag dat Joel langzaam richting het bijzettafeltje schoof. Hij was potig gebouwd en was een beetje langer dan Riley. Hij bewoog richting een honkbalknuppel, duidelijk bedoeld als zelfverdedigingswapen, die tegen de tafel leunde. Riley onderdrukte een wrede glimlach. Het zag ernaar uit dat hij precies ging doen wat ze wilde dat hij deed.

“Je staat onder arrest,” zei ze.

Ze stopte haar wapen weg en reikte naar de handboeien die aan de achterkant van haar riem hingen. Joel deed precies wat ze hoopte en dook richting de honkbalknuppel, pakte deze op en zwaaide hard naar Riley. Ze ontweek de klap behendig en zette zich schrap voor de volgende zwaai.

Deze keer hief Joel de knuppel hoog in de lucht, zodat hij haar op haar hoofd kon slaan. Maar terwijl hij zijn arm naar beneden bracht, dook Riley en greep ze naar het handvat van de knuppel. Ze greep deze en rukte het van hem weg. Ze genoot van zijn geschrokken blik toen hij zijn evenwicht verloor.

Joel reikte naar de bijzettafel om zijn val te stoppen. Toen hij zijn hand stevig op de tafel had, ramde Riley de knuppel erop neer. Ze hoorde de botten breken.

Joel schreeuwde jammerlijk en viel op de grond.

“Gestoord wijf!” riep hij. “Je hebt mijn hand gebroken.”

Hijgend naar adem boeide Riley hem vast aan het bed.

“Ik kon er niks aan doen,” zei ze. “Je verzette je, en ik sloeg per ongeluk je hand tussen de deur. Sorry daarvoor.”

Riley boeide zijn ongeschonden hand aan het frame van het bed. Toen ging ze op zijn gebroken hand staan en plaatste ze haar volledige gewicht erop.

Joel schreeuwde en kronkelde. Zijn voeten schopten in het wilde weg rond.

“Nee, nee, nee!” riep hij.

Met haar voet nog steeds op dezelfde plek, hurkte Riley dicht naar zijn gezicht.

Ze zei spottend, “‘Nee, nee, nee!’ Waar heb ik die woorden eerder gehoord? Slechts een paar minuten geleden?”

Joel jankte van de pijn en doodsangst.

Riley duwde haar voet naar beneden.

“Wie zei dat?” eiste ze.

“Uw dochter... Zij zei het.”

“Zei wat?”

“‘Nee, nee, nee...’”

Riley zette iets minder druk.

“En waarom zei mijn dochter dat?” vroeg ze.

Joel kon bijna niet praten tussen zijn hevige snikken door.

“Omdat... ze hulpeloos was... en pijn had. Ik snap het. Ik begrijp het.”

Riley haalde haar voet weg. Ze dacht dat hij de boodschap nu wel begrepen had – voor nu tenminste, vast niet voor altijd. Maar dit was het beste, of slechtste, wat ze op dit moment kon doen. Hij verdiende de dood, of nog erger. Maar ze kon het niet over haar hart verkrijgen om hem te doden. In ieder geval zou hij die hand nooit meer fatsoenlijk kunnen gebruiken.

Riley liet Joel geboeid en ineengekrompen liggen en haastte zich naar haar dochter. Aprils pupillen waren wijd en Riley wist dat ze moeite had om haar te zien.

“Mam?” zei April zacht jammerend.

Het geluid van dat woord maakte enorm veel kwelling in Riley los. Ze barstte in tranen uit terwijl ze April weer aan begon te kleden.

“Ik haal je hier weg,” zei ze tussen haar snikken door. “Het komt allemaal goed.”

Maar terwijl ze de woorden zei, hoopte Riley maar dat ze waar waren.




HOOFDSTUK EEN


Riley kroop over de grond in een vochtige kruipruimte onder een huis. Ze werd omringd door volledige duisternis. Ze vroeg zich af waarom ze geen zaklamp had meegenomen. Ze was immers al eerder op deze vreselijke plek geweest.

Ze hoorde Aprils stem weer vanuit het donker roepen.

“Mam, waar ben je?”

Riley voelde een steek van wanhoop in haar hart. Ze wist dat April ergens in deze duivelse duisternis in een kooi zat. Ze werd gemarteld door een meedogenloos monster.

“Ik ben hier,” riep Riley als antwoord. “Ik kom eraan. Blijf praten zodat ik je kan vinden.”

“Ik ben hier,” riep April.

Riley kroop die richting in, maar een ogenblik later hoorde ze haar dochters stem vanuit een andere richting komen.

“Ik ben hier.”

Toen echode de stem door de duisternis.

“Ik ben hier... Ik ben hier... Ik ben hier...”

Het was niet slechts één stem, en het was niet slechts één meisje. Veel meisjes riepen om haar hulp. En ze had geen idee hoe ze bij ze kon komen.



Riley werd uit haar nachtmerrie ontwaakt door een kneepje in haar hand. Ze was in slaap gevallen terwijl ze Aprils hand vasthield, en April begon nu wakker te worden. Riley ging rechter zitten en keek naar haar dochter die in het bed lag.

Aprils gezicht was nog steeds enigszins grauw en bleek, maar haar hand was sterker en niet koud meer. Ze zag er een stuk beter uit dan gisteren. De nacht in de kliniek had haar goed gedaan. Het lukte April om haar ogen op Riley te focussen. Toen kwamen de tranen, zoals Riley al verwacht had.

“Mam, wat als je niet gekomen was?” zei April met stokkende stem.

Riley voelde haar eigen ogen branden. April had diezelfde vraag al talloze keren gesteld. Riley kon het niet verdragen om zich het antwoord in te beelden, laat staan het hardop te zeggen.

Riley’s mobiel ging. Ze zag dat het Mike Nevins was, een forensisch psychiater die ook een goede vriend van haar was. Hij had Riley vaak bijgestaan in tijden van crisis, en had haar met alle liefde ook met deze geholpen.

“Ik wilde gewoon even weten hoe het ging,” zei Mike. “Ik hoop dat ik niet ongelegen bel.”

Riley was blij om Mike’s vriendelijke stem te horen.

“Helemaal niet, Mike. Bedankt dat je belt.”

“Hoe gaat het met haar?”

“Beter, denk ik.”

Riley wist niet wat ze gedaan zou hebben zonder Mike’s hulp. Nadat Riley April weg had gehaald bij Joel, was gisteren een grote chaos van noodhulp, medische behandelingen en politieverslagen geweest. Gisteravond had Mike geregeld dat April hier in de Corcoran Hill ontwenningskliniek opgenomen kon worden.

Het was veel fijner dan het ziekenhuis. Zelfs met alle benodigde apparatuur was de kamer mooi en comfortabel. Door het raam zag Riley bomen op het goed bijgehouden terrein staan.

Op dat moment kwam Aprils dokter de kamer binnen. Ze hing de telefoon op terwijl Dr. Ellis Spears binnenkwam. Het was een aardig uitziende man met een jeugdig gezicht, maar een paar grijze haren verraadden zijn echte leeftijd.

Hij raakte Aprils hand aan en vroeg, “Hoe voel je je?”

“Niet geweldig,” zei ze.

“Nou, geef het wat tijd,” zei hij. “Het komt helemaal goed met je. Mevrouw Paige, kan ik u even spreken?”

Riley knikte en volgde hem de gang in. Dr. Spears nam wat informatie op zijn klembord door.

“De heroïne is bijna helemaal uit haar systeem,” zei hij. “De jongen had haar een gevaarlijk hoge dosis gegeven. Gelukkig verlaat het snel de bloedbaan. Ze zal waarschijnlijk geen fysieke ontwenningsverschijnselen krijgen. De narigheid die ze nu doormaakt is meer emotioneel dan fysiek.”

“Zal ze...?” Het lukte Riley niet om de vraag af te maken.

Gelukkig begreep de dokter wat ze wilde weten.

“Terugvallen of verlangen naar meer heroïne? Dat is moeilijk om te zeggen. De eerste keer heroïne gebruiken kan fantastisch voelen, als het beste gevoel van de wereld. Ze is op dit moment geen verslaafde, maar ze zal dat gevoel zeer waarschijnlijk niet vergeten. Er is altijd het risico dat ze in de verleiding komt om dat stralende gevoel weer op te zoeken.”

Riley begreep wat de dokter wilde zeggen. Het was vanaf nu van levensbelang om April uit de buurt te houden van iedere mogelijkheid tot drugsgebruik. Het was een angstaanjagend vooruitzicht. April had nu toegeven dat ze wiet rookte en pillen gebruikte. Sommige pillen waren blijkbaar pijnstillers op recept, erg gevaarlijke opioïden.

“Dr. Spears, ik...”

Riley had er even moeite mee om de vraag in haar hoofd te vormen.

“Ik begrijp niet wat er gebeurd is,” zei ze. “Waarom zou ze zoiets doen?”

De dokter glimlachte meelevend naar haar. Riley vermoedde dat hij deze vraag best vaak gehoord had.

“Ontsnapping,” zei hij. “Maar ik bedoel geen volledige ontsnapping aan het leven. Zo’n soort gebruiker is ze niet. Ik denk eigenlijk dat ze van nature helemaal geen gebruiker is. Ze heeft, net als alle tieners, moeite met impulscontrole. Dat is gewoonweg een kwestie van een onvolwassen brein. Ze hield erg van de korte termijn-high die die drugs haar gaven. Gelukkig heeft ze niet genoeg gebruikt om blijvende schade aan te richten.”

Dr. Spears dacht even na in stilte.

“Haar ervaring was buitengewoon traumatisch,” zei hij. “Ik bedoel hoe die jongen haar seksueel uit wilde buiten. Die herinnering alleen zou genoeg kunnen zijn om haar voor altijd van drugs weg te houden. Maar het is ook mogelijk dat die emotionele onrust juist een gevaarlijke trigger is.”

Riley’s moed zakte in haar schoenen. Het leek wel alsof emotionele onrust tegenwoordig een onontkoombaar onderdeel van het gezinsleven was.

“We moeten haar een paar dagen in de gaten houden,” zei Dr. Spears. “Daarna zal ze veel zorg, rust, en therapeutische hulp nodig hebben.”

De dokter excuseerde zich en ging verder met zijn ronde. Riley bleef in de gang staan. Ze voelde zich alleen en verontrust.

Is dit wat er met Jilly gebeurd is? vroeg ze zich af. Had April net zo kunnen eindigen als dat arme kind?

Twee maanden geleden in had Riley in Phoenix, Arizona een meisje nog jonger dan April gered uit de prostitutie. Ze hadden een aparte emotionele band gevormd, en Riley had geprobeerd om contact te houden nadat ze haar naar een tieneropvang gebracht had. Maar een paar dagen geleden was ze ervan op de hoogte gebracht dat Jilly weggelopen was. Omdat ze niet in staat was om terug te gaan naar Phoenix, had Riley een FBI agent daar om hulp gevraagd. Ze wist dat de man het gevoel had dat hij bij haar in het krijt stond, en ze verwachtte vandaag van hem te horen.

Ondertussen was Riley in ieder geval waar ze moest zijn voor April.

Ze was onderweg terug naar haar dochters kamer toen ze een stem vanuit het andere einde van de gang haar naam hoorde roepen. Ze draaide zich om en zag het bezorgde gezicht van haar ex-man, Ryan, op haar afkomen. Toen ze hem gister had gebeld om hem te vertellen wat er gebeurd was, was hij in Minneapolis bezig met een rechtszaak.

Riley had niet verwacht hem hier te zien. Ryans dochter stond vaak laag in zijn lijst van prioriteiten; lager dan zijn werk als advocaat, en veel lager dan de vrijheid waar hij nu als vrijgezel van genoot. Ze had eraan getwijfeld of hij überhaupt zou komen.

Maar nu haastte hij zich naar Riley en omhelsde haar, zijn gezicht vol bezorgdheid.

“Hoe is het met haar? Hoe is het met haar?”

Ryan bleef de vraag herhalen, wat het moeilijk maakte voor Riley om antwoord te geven.

“Het gaat goed met haar komen,” wist ze uiteindelijk te zeggen.

Ryan trok zich terug uit de omhelzing en keek Riley aan met een benauwde gezichtsuitdrukking.

“Het spijt me,” zei hij. “Het spijt me zo, zo erg. Je zei dat April problemen had, maar ik luisterde niet. Ik had voor jullie allebei hier moeten zijn.”

Riley wist niet wat ze moest zeggen. Ryan bood normaal gesproken nooit zijn excuses aan. Eigenlijk had ze juist verwacht dat hij haar de schuld zou gaan geven van wat er gebeurd was. Dat was hoe hij altijd omging met gezinsproblemen. Blijkbaar was wat er met April was gebeurd nu erg genoeg om een impact op hem te hebben. Hij had vast al met de dokter gepraat en het hele vreselijke verhaal gehoord.

Hij knikte richting de deur.

“Mag ik haar zien?” vroeg hij.

“Natuurlijk,” zei Riley.

Riley bleef in de deuropening staan en keek hoe Ryan naar Aprils bed rende en haar in zijn armen nam. Hij hield zijn dochter even stevig vast. Riley dacht zijn rug te zien schokken met een snik. Toen ging hij naast April zitten en pakte hij haar hand vast.

April huilde weer.

“O, Pappa, ik heb het zo verpest,” zei ze. “Kijk, ik had iets met een jongen...”

Ryan legde zijn vinger op haar lippen.

“Sst. Je hoeft het niet uit te leggen. Het is goed.”

Riley voelde een brok in haar keel. Opeens, voor het eerst in hele lange tijd, voelde het alsof zij drieën een gezin waren. Was dat iets goeds of iets slechts? Was dat een teken dat er betere tijden aankwamen, of zou het weer leiden tot teleurstelling en verdriet? Ze had geen idee.

Riley keek vanuit de deuropening hoe Ryan zijn dochters haar zachtjes streelde, en April haar ogen sloot en zich ontspande. Het was ontroerend om te zien.

Wanneer is het zo mis gegaan? vroeg ze zich af.

Ze voelde hoe ze ineens wilde dat ze terug in de tijd kon gaan, naar een of ander cruciaal moment waarop ze een of andere vreselijke fout had begaan, zodat alles anders zou kunnen doen en dit alles nooit gebeurd zou zijn. Ze wist vrij zeker dat Ryan hetzelfde dacht.

Het was een ironische gedachte, dat wist ze maar al te goed. De moordenaar die ze eergisteren had uitgeschakeld was geobsedeerd geweest door klokken en had zijn slachtoffers neergelegd als wijzers op een wijzerplaat. En nu was ze zelf aan het malen over de tijd.

Had ik Peterson maar bij haar weg kunnen houden, dacht ze met een rilling.

April was, net als Riley, door dat sadistische monster in een kooi opgesloten en gekweld met zijn gasbrander. Het arme meisje had sindsdien last gehad van PTSS.

Maar Riley wist in alle eerlijkheid dat het probleem verder terug in de tijd was begonnen.

Misschien als Ryan en ik nooit gescheiden waren, mijmerde ze.

Maar hoe had dat voorkomen kunnen worden? Ryan was afstandelijk en ongeïnteresseerd geweest, zowel als echtgenoot als als vader, en ging daarnaast chronisch vreemd. Niet dat ze vond dat hij de volledige schuld had. Ze had zelf ook genoeg fouten gemaakt. Het was haar nooit gelukt om een goede balans te vinden tussen haar werk bij de FBI en het moederschap. Ze had veel van de aanwijzingen dat April op het foute pad zat, over het hoofd gezien.

Ze voelde zich nog verdrietiger. Nee, ze kon niet een specifiek moment bedenken waarop ze alles had kunnen veranderen. Haar leven zat te vol met fouten en gemiste kansen. Bovendien wist ze donders goed dat ze de tijd niet terug kon draaien. Het had geen zin om te verlangen naar iets onmogelijks.

Haar telefoon ging, en ze stapte weer de gang op. Haar hart begon sneller te slaan toen ze zag dat Garrett Holbrook degene was die belde. Hij was de FBI agent die de zoektocht naar Jilly op zich had genomen.

“Garrett!” zei ze terwijl ze opnam. “Wat is er aan de hand?”

Garrett antwoordde in zijn typische monotone stem.

“Ik heb goed nieuws.”

Riley kon meteen makkelijker ademhalen.

“De politie heeft haar opgehaald,” zei Garrett. “Ze had de hele nacht op straat gehangen, zonder geld of ergens om heen te gaan. Ze werd betrapt op winkeldiefstal in een supermarkt. Ik ben nu bij haar op het politiebureau. Ik zal de borgtocht betalen, maar...”

Garrett stopte. Riley vond het maar niks, het woordje “maar.”

“Misschien moet ik haar met je laten praten,” zei hij.

Een paar seconden later hoorde Riley het bekende geluid van Jilly’s stem.

“Hé, Riley.”

Nu Riley’s paniek wegebde, begon ze kwaad te worden.

“Zeg niet gewoon ‘hé.’ Waar was je wel niet mee bezig, zomaar weglopen?”

“Ik ga niet terug daarheen,” zei Jilly.

“Jawel, dat ga je wel”

“Stuur me alsjeblieft niet terug.”

Riley gaf even geen antwoord. Ze wist niet wat ze moest zeggen. Ze wist dat de opvang waar Jilly verbleef een goede, zorgzame plek was. Riley had een deel van het personeel leren kennen, en ze waren heel behulpzaam geweest.

Maar Riley begreep ook hoe Jilly zich voelde. De vorige keer dat ze elkaar spraken, had Jilly geklaagd dat niemand haar wilde, dat pleegouders haar steeds oversloegen.

“Ze vinden mijn verleden maar niks,” had Jilly gezegd.

Het gesprek was slecht geëindigd, met een huilende Jilly die Riley smeekte om haar te adopteren. Het was Riley niet gelukt om de duizend redenen waarom dat niet mogelijk was uit te leggen. Ze hoopte maar dat dit gesprek niet hetzelfde zou eindigen.

Maar voordat Riley bedacht had wat ze wilde zeggen, zei Jilly, “Je vriend wil weer met je praten.”

Riley hoorde weer de stem van Garrett Holbrook.

“Ze blijft het maar zeggen, dat ze niet terug naar de opvang wil. Maar ik heb een idee. Een van mijn zussen, Bonnie, denkt aan adoptie. Ik weet zeker dat zij en haar man het geweldig zouden vinden om Jilly in huis te hebben. Tenminste, als Jilly...”

Hij werd onderbroken door het gekrijs van verrukking van Jilly, die bleef roepen “Ja, ja, ja!”

Riley glimlachte. Dit was precies het soort moment dat ze nu nodig had.

“Dat klink als een goed plan, Garrett,” zei ze. “Laat me maar weten of het allemaal lukt. Heel erg bedankt voor al je hulp.”

“Geen probleem,” zei Garrett.

Ze hingen op. Riley stapte terug de deuropening in en zag dat Ryan en April nu in een luchtig lijkend gesprek verwikkeld zaten. Alles leek ineens een stuk beter. Ondanks al haar tekortkomingen, en die van Ryan, hadden ze April een beter leven gegeven dan veel andere kinderen hadden.

Op dat moment voelde ze een hand op haar schouder en hoorde ze een stem.

“Riley.”

Ze draaide zich om en zag Bills vriendelijke gezicht. Toen ze weg stapte van de deuropening om met hem te praten, kon Riley het niet laten om heen en weer te kijken tussen haar jarenlange partner en haar ex-man. Zelfs in deze wanhoopstoestand zag Ryan eruit als de succesvolle advocaat die hij ook was. Zijn blonde lokken en gladde praatjes openden overal waar hij ging deuren. Bill, zoals ze zich vaak gerealiseerd had, zag er meer uit zoals zij. Zijn donkere haar had hier en daar strepen grijs en hij was een stuk steviger en meer verfomfaaid dan Ryan. Maar Bill had zo zijn eigen specialismen waarin hij kundig was en hij was een stuk betrouwbaarder geweest in haar leven.

“Hoe gaat het met haar?” vroeg Bill.

“Beter. Hoe zit het met Joel Lambert?”

Bill schudde zijn hoofd.

“Dat tuig is echt geen lieverdje,” zei hij. “Hij praat nu, tenminste. Hij zeg dat hij wat mannen kent die heel veel geld hadden verdiend aan jonge meisjes, en dat hij het zelf ook eens wilde uitproberen. Hij toont totaal geen spijt, een pure sociopaat. Hoe dan ook, hij zal sowieso veroordeeld worden en de gevangenis in moeten. Hij zal waarschijnlijk wel een deal sluiten met justitie, hoor.”

Riley fronste. Ze had een hekel aan die deals. En vooral deze maakte haar overstuur.

“Ik weet hoe je daarover denkt,” zei Bill. “Maar ik denk dat hij erop los zal praten, en dat we veel andere klootzakken achter de tralies kunnen stoppen. Dat is iets goeds.”

Riley knikte. Het was fijn om de te weten dat er een gouden randje zat aan dit vreselijke gedoe. Maar er was iets waar ze met Bill over moest praten, en ze wist niet zeker hoe ze het aan moest snijden.

“Bill, over teruggaan naar werk...”

Bill klopte op haar schouder.

“Ik snap het,” zei hij. “Je kunt even niet met zaken aan de slag. Je hebt wat vrije tijd nodig. Maak je geen zorgen, ik begrijp het. Iedereen in Quantico zal het begrijpen. Neem zoveel tijd als je nodig hebt.”

Hij keek op zijn horloge.

“Het spijt me dat ik zo snel weg moet, maar...”

“Ga maar,” zei Riley. “En bedankt voor alles.”

Ze omhelsde Bill, en hij vertrok. Riley stond in de gang en dacht aan haar nabije toekomst.

“Neem zoveel tijd als je nodig hebt,” had Bill gezegd.

Maar dat zou niet zo makkelijk worden. Wat er zojuist met April gebeurd was, was een herinnering aan al het slechts dat daarbuiten nog rondliep. Het was aan haar om zoveel mogelijk ervan te stoppen. En als ze iets in het leven zeker wist, was het dat het kwaad nooit rust nam.




HOOFDSTUK TWEE


Zeven weken later



Toen Riley aankwam bij de psychologenpraktijk, zag ze Ryan alleen in de wachtkamer zitten.

“Waar is April?” vroeg ze.

Ryan knikte naar een gesloten deur.

“Ze is bij Dr. Sloat,” zei hij. Hij klonk alsof hij niet op zijn gemak was. “Ze hadden iets waar ze alleen over moesten praten. En het is de bedoeling dat we daarna ook naar binnen gaan en ons bij hen aansluiten.”

Riley zuchtte en ging op een stoel vlakbij zitten. Zij, Ryan en April hadden hier de afgelopen weken veel emotioneel zware uren doorgebracht. Dit zou hun laatste sessie zijn met de psycholoog voordat ze een pauze namen voor de kerstvakantie.

Dr. Sloat had erop gestaan dat het hele gezin meewerkte aan Aprils herstel. Het was voor alle drie hard werken geweest. Maar tot Riley’s opluchting, had Ryan volmondig meegewerkt aan het proces. Hij was naar alle sessies die in zijn planning pasten gegaan, en hij was zelfs minder gaan werken om hier meer tijd voor vrij te maken. Vandaag had hij April op school opgehaald en hierheen gebracht.

Riley bestudeerde het gezicht van haar ex-man terwijl hij naar de deur van het kantoor staarde. Op veel manieren leek hij een ander mens. Nog maar kort geleden was hij nog zo onoplettend geweest dat het strafbaar zou moeten zijn als ouder. Hij had altijd volgehouden dat al Aprils problemen de schuld van Riley waren.

Maar Aprils drugsgebruik en haar veel te dichtbije aanraking met gedwongen prostitutie hadden iets in Ryan veranderd. Na haar verblijf in de ontwenningskliniek was April nu zes weken met Riley thuis. Ryan was vaak op bezoek gekomen en was langsgekomen voor Thanksgiving. Soms leken ze bijna op een normaal functionerend gezien.

Maar Riley bleef zichzelf eraan herinneren dat ze nooit echt een functionerend gezin waren geweest.

Zou daar nu verandering in kunnen komen? vroeg ze zich af. Wil ik dat daar verandering in komt?

Riley voelde zich verscheurd, en ook een beetje schuldig. Ze had allang proberen te accepteren dat Ryan waarschijnlijk geen deel zou zijn van haar toekomst. Misschien was er zelfs een andere man in haar leven.

Er was altijd een soort aantrekkingskracht tussen haar en Bill geweest. Maar ze hadden ook regelmatig geruzied en gekibbeld. Bovendien was hun professionele relatie al lastig genoeg zonder er romantische gevoelens bij te betrekken.

Haar aardige en aantrekkelijke buurman, Blaine, leek een betere optie, al helemaal omdat zijn dochter Crystal Aprils beste vriendin was.

Alsnog leek Ryan op momenten als deze op diezelfde man waar ze zoveel jaren geleden verliefd op was geworden. Waar ging het nu naartoe? Ze wist het echt niet.

De deur van het kantoor ging open en Dr. Lesley Sloat stapte naar buiten.

“Jullie mogen nu naar binnen,” zei ze met een glimlach.

Riley vond de korte, gedrongen, goedgezinde psychologe erg aardig, en April was duidelijk ook gek op haar.

Riley en Ryan stapten allebei het kantoor binnen en gingen zitten in twee comfortabele beklede stoelen. Ze zaten tegenover April, die op een bank naast Dr. Sloat zat. April glimlachte zwakjes. Dr. Sloat gebaarde naar haar dat ze kon beginnen met praten.

“Er is iets gebeurd deze week,” zei April. “Het is moeilijk om over te praten...”

Riley’s ademhaling versnelde en ze voelde haar hart sneller slaan.

“Het heeft te maken met Gabriela,” zei April. “Misschien had ze hier vandaag ook moeten zijn om mee te praten, maar ze is er niet, dus...”

April maakte haar zin niet af.

Riley was verbaasd. Gabriela was een stevige Guatemalteekse vrouw van middelbare leeftijd die al jarenlang de huishoudster van het gezin was. Ze woonde bij Riley en April en was een volwaardig gezinslid.

April ademde diep in en vervolgde, “Een paar dagen geleden zei ze iets wat ik niet tegen jullie gezegd heb. Maar ik denk dat jullie het moeten weten. Gabriela zei dat ze weg moest.”

“Waarom?” zei Riley terwijl ze naar adem snakte.

Ryan keek verward. “Betaal je haar niet genoeg?” vroeg hij.

“Het komt door mij,” zei April. “Ze zei dat ze het niet meer kon. Ze zei dat het te veel verantwoordelijkheid voor haar was om te zorgen dat ik mezelf niet zou verwonden of zou doodgaan.”

April pauzeerde. Een traan welde op in haar ooghoek.

“Ze zei dat ik te makkelijk het huis uit kon glippen zonder dat ze het doorhad. Ze kon ’s nachts niet meer slapen, bleef zich maar afvragen of ik veilig was. Ze zei dat nu ik weer gezond was, ze per direct het huis verliet.”

Riley stond versteld van de schrik. Ze had geen idee gehad dat Gabriela zoiets dacht.

“Ik smeekte haar om niet te gaan,” zei April. “Ik huilde en zij huilde ook. Maar ik kon haar niet op andere gedachten brengen, en ik was zo bang.”

April slikte een traan in en veegde haar ogen af met een tissue.

“Mam,” zei April, “Ik ben letterlijk op mijn knieën gaan zitten. Ik beloofde dat ik haar zich nooit, nooit meer zo zou laten voelen. Uiteindelijk... uiteindelijk gaf ze me een knuffel en zei ze dat ze niet zou vertrekken, zolang ik me aan mijn belofte zou houden. En dat ga ik doen. Dat ga ik echt doen. Mam, Pap, ik zal jullie of Gabriela of wie dan ook zich nooit meer zo’n zorgen om mij laten maken.”

Dr. Sloat klopte op Aprils hand en glimlachte naar Riley en Ryan.

Ze zei, “Ik denk dat wat April wil zeggen, is dat ze de bladzijde omslaat.”

Riley zag dat Ryan een zakdoek pakte en zijn ogen depte. Ze had hem maar zelden zien huilen. Maar ze begreep hoe hij zich voelde. Ze voelde zelf ook een brok in haar keel. Het was Gabriela, niet Riley, niet Ryan, maar Gabriela, die April het licht had laten zien.

Alsnog voelde Riley zich intens dankbaar dat haar gezin in goede gezondheid samen kerst zou kunnen vieren. Ze negeerde het angstige gevoel in haar onderbuik, dat vreselijke gevoel dat er monsters op de loer lagen om haar vakantie te verpesten.




HOOFDSTUK DRIE


Toen Shane Hatcher op eerste kerstdag de gevangenisbibliotheek inliep, zag hij op de klok aan de muur dat het twee minuten voor het hele uur was.

Perfecte timing, dacht hij.

Over een paar minuten zou hij ontsnappen.

Hij vond de kerstversiering die hier en daar hing vermakelijk om te zien. Het was allemaal gemaakt van gekleurd piepschuim, natuurlijk. Er was niks hards of scherps of iets wat als touw gebruikt zou kunnen worden. Hatcher had heel wat kerstvakanties hier in Sing Sing doorgebracht, en het concept om hier een kerstsfeer te proberen op te roepen vond hij altijd maar absurd. Hij lachte bijna hardop toen hij zag dat Freddy, de zwijgzame bibliothecaris van de gevangenis, een rode kerstmuts droeg.

Freddy, die aan zijn bureau zat, draaide zich naar hem grijnsde een gruwelijke glimlach. Die glimlach zei Hatcher dat alles volgens plan verliep. Hatcher knikte zwijgend en glimlachte naar hem terug. Toen liep Hatcher tussen twee boekenkasten in en wachtte hij.

Precies toen de klok het hele uur sloeg, hoorde Hatcher het geluid van de opengaande deur van het laad- en losdock aan het uiteinde van de bieb. Kort daarna duwde een vrachtwagenchauffeur een grote plastic container op wielen naar binnen. De laaddeur sloot luidruchtig achter hem.

“Wat heb je deze week voor me, Bader?” vroeg Freddy.

“Wat denk je dat ik heb?” zei de chauffeur. “Boeken, boeken en nog meer boeken.”

De chauffeur spiekte snel in Hatchers richting, en draaide toen weg. Hij maakte natuurlijk deel uit van het plan. Vanaf dat moment deden zowel de chauffeur als Freddy alsof Hatcher er helemaal niet was.

Uitstekend, dacht Hatcher.

Bader en Freddy laadden samen de boeken uit op een stalen tafel met wieltjes.

“Wat dacht je van een kopje koffie in de kantine?” zei Freddy tegen de chauffeur. “Of wat warme eierpunch misschien? Dat hebben ze omdat het een feestdag is.”

“Klinkt goed,”

De twee mannen maakte een informeel praatje terwijl ze door de dubbele klapdeuren de bibliotheek uitliepen.

Hatcher bleef even zwijgend stilstaan en bestudeerde de exacte positie van de container. Hij had een bewaker betaald om de beveiligingscamera de afgelopen dagen stukje bij beetje te draaien totdat er een blinde vlek was ontstaan in de bibliotheek; een blinde vlek die de bewakers die de beeldschermen in de gaten hielden nog niet was opgevallen. Het zag ernaar uit dat de chauffeur de container perfect had neergezet.

Hatcher stapte stilletjes tussen de boekenkasten vandaan en klom de container in. De chauffeur had een ruwe, zware verhuisdeken op de bodem laten liggen. Hatcher trok de deken over zichzelf heen.

Nu begon de enige fase van Hatchers plan waar er iets mis kon gaan. Maar zelfs als er al iemand de bibliotheek binnen zou komen, betwijfelde hij of diegene in de container zou kijken. Anderen, die normaal gesproken de vrachtwagen goed in de gaten zouden houden terwijl deze wegreed, waren ook omgekocht.

Niet dat hij bezorgd of nerveus was. Zulk soort emoties voelde hij al zo’n dertig jaar niet meer. Een man die niks te verliezen had, had ook geen reden tot angst of onbehagen. Het enige wat hem interesseerde was het vooruitzicht van het onbekende.

Hij lag onder de deken en luisterde aandachtig. Hij hoorde de klok aan de muur een minuut lang tikken.

Nog vijf minuten, dacht hij.

Dat was het plan. Die vijf minuten boden Freddy de kans om onwetendheid te claimen. Hij kon in alle eerlijkheid zeggen dat hij Hatcher niet in de container had zien klimmen. Hij kon zeggen dat hij dacht dat Hatcher vroeger uit de bieb was vertrokken. Aan het einde van de vijf minuten zouden Freddy en de chauffeur terugkomen, en zou Hatcher de bieb uitgerold worden en de gevangenis uitgereden worden.

Ondertussen dacht Hatcher aan wat hij zou doen met zijn vrijheid. Hij had onlangs nieuws gehoord wat het het risico waard maakte – zelfs interessant maakte.

Hatcher glimlachte toen hij dacht aan iemand anders die zijn ontsnapping erg interessant zou vinden. Hij zou willen dat hij Riley Paige’s gezicht kon zien wanneer ze hoorde dat hij op vrije voet was.

Hij gniffelde muisstil.

Hij had zin om haar weer te zien.




HOOFDSTUK VIER


Riley keek hoe April het doosje met Ryans kerstcadeau voor haar opende. Ze vroeg zich af in hoeverre Ryan op de hoogte was van haar dochters smaak tegenwoordig.

April glimlachte terwijl ze het bedelarmbandje pakte.

“Het is prachtig, Pappa!” zei ze, en ze gaf hem een kus op zijn wang.

“Ik hoorde dat ze op het moment helemaal in zijn,” zei Ryan.

“Dat zijn ze!” zei April. “Dankjewel!”

Ze knipoogde bijna onzichtbaar naar Riley. Riley onderdrukte een lachje. Een paar dagen geleden had April nog tegen Riley gezegd dat ze zo’n hekel had aan deze stomme armbandjes die alle meisjes nu droegen. Desondanks speelde April perfect alsof ze heel enthousiast was.

Riley wist dat dat natuurlijk niet allemaal toneelspel was. Ze zag dat April blij was dat haar vader tenminste de moeite had gedaan om een leuk kerstcadeau voor haar te kopen.

Riley dacht hetzelfde over de dure handtas die Ryan voor haar gekocht had. Hij was helemaal niet haar smaak, en ze zou hem nooit gebruiken, behalve wanneer Ryan in de buurt was. En voor zover zij wist, dacht Ryan misschien wel hetzelfde over de portemonnee die zij en April voor hem uitgekozen hadden.

We proberen weer een gezin te zijn, dacht Riley.

En voor nu leek het erop alsof ze daarin slaagden.

Het was kerstochtend, en Ryan was zojuist hier gekomen om de dag met ze door te brengen. Riley, April, Ryan en Gabriela dronken allemaal warme chocolademelk voor de knisperende open haard. De heerlijke geur van Gabriela’s uitgebreide kerstdiner kwam uit de keuken.

Riley, April en Ryan droegen alle drie de sjaals die Gabriela voor ze gebreid had, en Gabriela droeg pluizige pantoffels die April en Riley voor haar gekocht hadden.

De deurbel ging, en Riley stond op om open te doen. Haar buurman, Blaine, en zijn tienerdochter, Crystal, stonden buiten.

Riley vond het zowel fijn als ongemakkelijk om ze te zien. In het verleden was Ryan meer dan een beetje jaloers geweest op Blaine; en niet geheel zonder reden, moest Riley toegeven. In alle eerlijkheid vond ze hem best aantrekkelijk.

Riley kon het niet laten om hem in haar hoofd te vergelijken met Bill en Ryan. Blaine was een paar jaar jonger dan zij, slank en fit, en ze vond het leuk dat hij geen moeite deed om zijn terugtrekkende haarlijn te verhullen.

“Kom binnen!” zei Riley.

“Sorry, ik kan niet,” zei Blaine. “Ik moet naar het restaurant. Ik kwam Crystal wel even langs brengen.”

Blaine was eigenaar van een populair restaurant in het centrum. Riley besefte dat ze niet verbaasd moest zijn dat het met kerst open was. Het diner bij Blaine’s Grill vanavond zou vast heerlijk zijn.

Crystal haastte zich naar binnen en ging bij de anderen bij de open haard zitten. Zij en April scheurden meteen giechelend het pakpapier van de cadeaus die ze voor elkaar gekocht hadden.

Riley en Blaine gaven elkaar onopvallend een kerstkaart, en Blaine vertrok. Toen Riley zich weer bij de groep voegde, keek Ryan nogal nors. Riley stopte de kaart weg zonder deze te openen. Ze zou wachten tot Ryan weg was.

Mijn leven is zeker ingewikkeld, dacht ze. Maar het begon bijna als een normaal leven te voelen, een leven waar ze van kon genieten.



*



Riley’s voetstappen echoden in de grote, donkere kamer. Opeens hoorde ze hoorde ze het luide geklap van schakelaars. De lichten gingen aan, en even was ze verblind.

Riley bevond zich in een gang in wat op een wassenbeeldenmuseum leek, gevuld met akelige opstellingen. Aan het rechterkant was het lijk van een naakte vrouw als een pop tegen een boom gespreid. Links van haar hing een dode vrouw in kettingen gewikkeld aan een lantaarnpaal. Een opstelling verderop toonde de lichamen van meerdere vrouwen met de armen achter hun rug vastgebonden. Daarachter waren uitgehongerde lijken met hun ledematen grotesk neergelegd.

Riley herkende ieder tafereel. Het waren allemaal zaken waaraan ze in het verleden had gewerkt. Ze was haar persoonlijke spookhuis binnengekomen.

Maar wat deed ze hier?

Opeens hoorde ze een jonge stem angstig roepen.

“Riley, help me!”

Ze keek recht voor zich en zag het silhouet van een jong meisje dat haar armen wanhopig vooruit stak. Het leek op Jilly. Ze zat weer in de problemen.

Riley zette het op een rennen richting haar. Maar toen ging er nog een lamp aan en zag ze dat het silhouet helemaal niet Jilly was.

Het was een gerimpelde oude man die het uniform van een kolonel van de Marine droeg.

Het was Riley’s eigen vader. En hij lachte om Riley’s vergissing.

“Je dacht toch niet dat je hier een levend iemand zou vinden, toch?” zei hij. “Je bent niet nuttig voor anderen, tenzij ze dood zijn. Hoe vaak moet ik je dat nog zeggen?”

Riley was verward. Haar vader was maanden geleden overleden. Ze miste hem niet. Ze deed haar best om nooit meer aan hem te denken. Hij was altijd een harde man geweest die haar niets meer dan pijn had gegeven.

“Wat doe je hier?” vroeg Riley.

“Ik kwam hier toevallig langs.” grinnikte hij. “Ik kwam even kijken hoe je je leven aan het verpesten was. Op dezelfde manier als altijd, zie ik.”

Riley wilde op hem afspringen. Ze wilde hem zo hard slaan als ze kon. Maar ze merkte dat ze verstijfd op haar plek stond.

Toen kwam een hard trillend geluid.

“Ik wou dat ik kon blijven kletsen,” zei hij. “Maar blijkbaar heb je wat anders te doen.”

Het trillen werd luider en luider. Haar vader draaide zich om en liep weg.

“Je hebt nooit iets goeds betekend, voor wie dan ook,” zei hij. “Niet eens voor jezelf.”



Riley’s ogen vlogen open. Ze besefte dat haar telefoon afging. Op de klok zag ze dat het zes uur ’s morgens was.

Ze zag dat de oproep van Quantico was. Dat ze op deze tijd gebeld werd, moest iets ergs te betekenen hebben.

Ze nam de telefoon op en hoorde de strenge stem van haar baas, Special Agent in Charge Brent Meredith.

“Agent Paige, kom onmiddellijk naar mijn kantoor,” zei hij. “Dat is een bevel.”

Riley wreef in haar ogen.

“Waar gaat dit over?” vroeg ze.

Er viel een korte stilte.

“Dat zullen we moeten bespreken in persoon,” zei hij.

Hij hing op. In haar suffigheid vroeg Riley zich even af of ze op haar kop zou krijgen voor iets wat ze gedaan had. Maar nee, ze was al maandenlang buiten dienst. Een telefoontje van Meredith kon maar één ding betekenen.

Het is een zaak, dacht Riley.

Hij zou haar voor geen enkele andere reden op een feestdag bellen.

En aan Merediths stem te horen, was het zeker weten iets groots. Misschien wel iets wat haar leven zou veranderen.




HOOFDSTUK VIJF


Riley’s bezorgdheid steeg toen ze het gebouw van de Behavioral Analysis Unit binnenliep. Toen ze Brent Merediths kantoor binnenkwam, zat haar baas aan zijn bureau op haar te wachten. Meredith, een grote man met hoekige, Afro-Amerikaanse gelaatstrekken, was altijd een indrukwekkende aanwezigheid. Op het moment zag hij er ook bezorgd uit.

Bill was er ook. Riley kon aan zijn gezichtsuitdrukking zien dat hij nog niet wist waar deze vergadering over ging.

“Ga zitten, Agent Paige,” zei Meredith.

Riley ging in een lege stoel zitten.

“Sorry dat ik je feestdagen onderbreek,” zei Meredith tegen Riley. “Het is even geleden dat we elkaar spraken. Hoe is het met je?”

Riley was verrast. Het was niks voor Meredith om een vergadering zo te beginnen; met een spijtbetuiging en een vraag naar haar welzijn. Normaal gesproken viel hij meteen met de deur in huis. Hij wist natuurlijk dat ze met verlof was door de crisis met April. Riley begreep dat Meredith zich oprecht zorgen maakte. Alsnog vond ze dit vreemd.

“Het gaat beter, dank je,” zei ze.

“En je dochter?” vroeg Meredith.

“Ze is goed aan het herstellen, bedankt voor het vragen,” zei Riley.

Meredith staarde haar even in stilte aan.

“Ik hoop dat je klaar bent om weer aan het werk te gaan,” zei Meredith. “Want je bent nog nooit zó hard nodig geweest op een zaak, als op deze.”

Riley’s verbeelding ging op vrije loop terwijl ze wachtte op uitleg.

Eindelijk zei Meredith, “Shane Hatcher is ontsnapt uit de Penitentiaire Inrichting Sing Sing.”

De woorden kwamen als donderslag bij heldere hemel. Riley was blij dat ze op een stoel zat.

“Mijn god,” zei Bill, die net zo overdonderd leek.

Riley kende Shane Hatcher goed – veel beter dan ze zou willen. Hij had levenslang zonder kans op voortijdige vrijlating en zat al tientallen jaren in de gevangenis. Tijdens zijn tijd in de gevangenis was hij een expert op het gebied van criminologie geworden. Hij had artikelen in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd en had zelfs lesgegeven op de academie van de gevangenis. Riley had hem al een paar keer opgezocht in Sing Sing voor advies over zaken waar ze aan werkte.

Haar visites waren altijd aangrijpend geweest. Hatcher leek een soort speciale affiniteit te hebben met haar. En Riley wist dat ze diep vanbinnen meer door hem gefascineerd werd dan goed voor haar was. Het was waarschijnlijk de meest intelligente man die ze ooit ontmoet had – en waarschijnlijk ook de meest gevaarlijke.

Ze had na ieder bezoek gezworen dat ze nooit meer terug zou komen. Ze kon zich maar al te goed de laatste keer dat ze wegging uit Sing Sing herinneren.

“Ik kom hier niet meer terug om je weer te zien,” had ze tegen hem gezegd.

“Wellicht is dat ook niet nodig,” had hij geantwoord.

Terugkijkend leken de woorden zorgwekkend veel op een soort voorkennis.

“Hoe is hij ontsnapt?” vroeg Riley aan Meredith.

“Ik heb niet veel details,” zei Meredith. “Maar zoals je vast wel weet, bracht hij veel tijd door in de bibliotheek van de gevangenis, en werkte hij daar ook vaak als assistent. Hij was er gisteren toen er een nieuwe lading boeken geleverd werd. Hij moet weggeglipt zijn op de vrachtwagen die de boeken bracht. Gisteravond laat, zo rond de tijd dat de bewakers doorhadden dat hij verdwenen was, werd de vrachtwagen leeg gevonden op een paar kilometer afstand van Ossining. Er was geen spoor van de bestuurder.”

Meredith viel weer stil. Riley geloofde maar al te goed dat Hatcher zo’n gedurfde ontsnappingspoging had gewaagd. Wat de bestuurder betreft, dacht Riley eigenlijk liever niet aan wat er met hem gebeurd kon zijn.

Meredith leunde over zijn bureau naar Riley.

“Agent Paige, jij kent Hatcher beter dan wie dan ook. Wat kun je ons over hem vertellen?”

Riley, nog steeds duizelig van het nieuws, ademde diep in.

Ze zei, “Hatcher was in zijn jeugd een bendelid in Syracuse. Hij was ongewoon wreed, zelfs voor een geharde crimineel. Hij werd ‘Shane the Chain’ genoemd omdat hij leden van rivaliserende bendes doodsloeg met kettingen.”

Riley pauzeerde even en dacht terug aan wat Shane haar verteld had.

“Een wijkagent maakte het zijn persoonlijke missie om Hatcher te pakken. Hatcher nam wraak door hem tot een onherkenbare moes te slaan met sneeuwkettingen. Hij liet zijn verminkte lijk achter op zijn veranda, zodat zijn eigen gezin hem zou vinden. Dat is wanneer Hatcher gepakt werd. Hij zit nu dertig jaar in de gevangenis. Het was de bedoeling dat hij nooit vrij zou komen.”

Er viel nog een stilte.

“Hij is nu vijfenvijftig,” zei Meredith. “Ik denk dat hij na dertig jaar in de gevangenis niet meer zo gevaarlijk is als hij was toen hij jong was.”

Riley schudde haar hoofd.

“Je hebt het mis,” zei ze. “Toentertijd was hij slechts een onnozele schoft. Hij had geen idee waar hij toe in staat was. Maar hij heeft door de jaren heen veel kennis vergaard. Hij weet dat hij een genie is. En hij heeft nooit oprechte spijt getoond. O, hij heeft met de jaren geleerd hoe hij een perfecte façade op kan houden. En hij heeft zichzelf gedragen in de gevangenis – ook al verkort het zijn straf niet, hij krijgt er wel privileges voor. Maar ik weet zeker dat hij wreder en gevaarlijker is dan ooit.”

Riley dacht even na. Iets zat haar dwars. Maar ze kon er net niet bij komen wat dat was.

“Weet iemand waarom?” vroeg ze.

“Waarom wat?” zei Bill.

“Waarom hij ontsnapt is.”

Bill en Meredith keken elkaar verbaasd aan.

“Waarom ontsnappen mensen uit de gevangenis?” vroeg Bill.

Riley begreep nu hoe vreemd haar vraag klonk. Ze dacht aan die ene keer dat Bill met haar mee naar Hatcher gegaan was.

“Bill, jij hebt hem ontmoet,” zei ze. “Leek hij ontevreden? Rusteloos?”

Bill dacht fronsend na.

“Nee, hij leek eerder...”

Hij maakte zijn zin niet af.

“Bijna voldaan, misschien?” maakte Riley zijn gedachte af. “De gevangenis leek wel bij hem te passen. Ik heb nooit het gevoel gekregen dat hij überhaupt vrijheid wilde. Hij heeft iets ‘Zens’ over zich, hij is nergens in het leven echt aan gehecht. Voor zover ik weet heeft hij geen verlangens. Vrijheid heeft hem niks te bieden. En nu is hij op de vlucht, wordt hij gezocht. Dus waarom besloot hij te ontsnappen? En waarom nu?”

Meredith trommelde met zijn vingers op zijn bureau.

“Hoe ben je vorige keer dat je hem zag vertrokken?” vroeg hij. “Zijn jullie op goede voet uit elkaar gegaan?”

Riley onderdrukte maar net een wrange glimlach.

“We gaan nooit op goede voet uit elkaar,” zei ze.

Na een korte pauze, voegde ze toe, “Ik snap wat je bedoelt. Je vraagt je af of ik misschien zijn doelwit ben.”

“Is dat mogelijk?” vroeg Bill.

Riley gaf geen antwoord. Ze dacht weer terug aan wat Hatcher tegen haar gezegd had, toen ze hem zei dat ze niet terug zou komen om hem te zien.

“Wellicht is dat ook niet nodig.”

Was het een dreigement geweest? Riley wist het niet.

Meredith zei, “Agent Paige, ik hoef je niet uit te leggen dat dit een hectische, prominente zaak gaat worden waar veel druk op staat. Op dit moment verspreidt deze informatie zich al als een lopend vuurtje naar de media. Ontsnappingen uit de gevangenis komen altijd groots in het nieuws. Soms zorgen ze zelfs voor algehele paniek. Wat hij ook van plan is, we moeten hem snel stoppen. Ik had echt gewild dat je eerste zaak als je terugkwam niet zo gevaarlijk en moeilijk zou zijn. Voel je je klaar? Voel je je ertoe in staat?”

Riley voelde een vreemde tinteling terwijl ze de vraag overdacht. Het was een gevoel dat ze maar zelden had gevoeld voordat ze een zaak aannam. Het duurde haar even om te beseffen dat het pure, onvervalste angst was.

Maar het was geen angst voor haar eigen veiligheid. Het was iets anders. Het was iets onbekends, iets irrationeels. Misschien was het het feit dat Hatcher haar zo goed kende. In haar ervaring wilden gevangen altijd iets terug in ruil voor informatie. Maar Hatcher had geen interesse in de standaard ruilmiddelen als sigaretten of whiskey. Zijn eigen voor wat, hoort wat was zowel simpel als zeer huiveringwekkend geweest.

Hij wilde dat ze dingen over zichzelf vertelde.

“Iets waarvan je niet wil dat anderen het weten,” had hij gezegd. “Iets waarvan je niet wil dat ook maar iemand het weet.”

Riley had hier, achteraf gezien misschien te gemakkelijk, mee ingestemd. Nu wist Hatcher van alles over haar; dat ze een onvolmaakte moeder was, dat ze haar vader haatte en niet naar zijn begrafenis was gegaan, dat er een seksuele aantrekkingskracht hing tussen haar en Bill, en dat ze soms, net als Hatcher zelf, plezier haalde uit geweld en moord.

Ze dacht terug aan wat hij had gezegd tijdens haar laatste bezoek.

“Ik ken je. Op sommige manieren ken ik je beter dan dat je jezelf kent.”

Was ze echt opgewassen tegen de scherpzinnigheid van zo’n man? Meredith zat daar en wachtte geduldig op antwoord op zijn vraag.

“Ik ben zo klaar als maar kan,” zei ze, terwijl ze probeerde om zelfverzekerder te klinken dan dat ze zich voelde.

“Mooi,” zei Meredith. “Hoe denk je dat we verder moeten?”

Riley dacht even na.

“Bill en ik moeten alle informatie over Shane Hatcher bestuderen die de FBI heeft,” zei ze.

Meredith knikte en zei, “Ik heb al tegen Sam Flores gezegd dat hij alles moet klaarzetten.”



*



Een paar minuten later zaten Riley, Bill en Meredith in de vergaderzaal van de BAU te kijken naar het enorme multimediascherm dat Sam Flores had klaargezet. Flores was een labtechnicus met een bril met zwart montuur.

“Ik denk dat ik alles heb wat jullie mogelijk zouden willen zien,” zei Flores. “Geboorteakte, arrestatiegegevens, rechtbankverslagen, alles.”

Riley zag dat het een indrukwekkende tentoonstelling was. En het liet zeker weten niets aan de verbeelding over. Er waren enkele gruwelijke foto’s van Shane Hatchers vermoorde slachtoffers, waaronder de verminkte agent die op zijn eigen veranda lag.

“Wat weten we over de agent die Hatcher vermoord heeft?” vroeg Bill.

Flores bracht enkele foto’s van een vriendelijk uitziende politieagent naar voren.

“Het is Agent Lucien Wayles, zesenveertig jaar oud toen hij overleed in 1986,” zei Flores. “Hij was getrouwd en had drie kinderen, had een Medaille voor Uitzonderlijke Moed, was geliefd en werd gerespecteerd. De FBI werkte samen met de plaatselijke politie en kreeg Hatcher een paar dagen na de moord op Wayles te pakken. Het is verbazingwekkend dat ze hem niet op dat moment zelf tot moes geslagen hadden.”

Terwijl ze het scherm bestudeerde, was Riley het meest getroffen door de foto’s van Hatcher zelf. Ze herkende hem amper. Alhoewel de man die ze kende intimiderend kon zijn, maakte hij toch een fatsoenlijke, zelfs geleerde indruk, met zijn leesbril die altijd op zijn neus stond. De jonge Afro-Amerikaan op de arrestatiefoto’s uit 1986 had een mager, hard gezicht en een wrede, lege blik. Riley kon bijna niet geloven dat dit dezelfde persoon was.

Ondanks de compleetheid en de mate van detail in de tentoonstelling, voelde Riley zich toch ontevreden. Ze dacht dat ze Shane Hatcher zo goed kende als wie dan ook. Maar ze kende deze Shane Hatcher niet, het wrede jonge bendelid genaamd “Shane the Chain.”

Ik moet hem leren kennen, dacht ze.

Anders maakte ze geen enkele kans om hem te pakken te krijgen.

Op een of andere manier had ze het gevoel dat het koele, digitale display tegen haar werkte. Ze had iets tastbaarders nodig; echte glimmende foto’s met vouwen en rafelige randjes, vergeelde en brosse verslagen en documenten.

Ze vroeg aan Flores, “Zou ik de originele documenten kunnen inzien?”

Flores snoof lichtelijk in ongeloof.

“Sorry, Agent Paige, maar dat is niet mogelijk. De FBI heeft alle papieren dossiers in 2014 versnipperd. Alles is nu gescand en gedigitaliseerd. Dat wat je nu ziet, is alles wat we hebben.”

Riley zuchtte teleurgesteld. Ja, ze kon zich de versnippering van die miljoenen papieren dossiers nog wel herinneren. Andere agenten hadden erover geklaagd, maar toentertijd had het haar niet echt een probleem geleken. Maar nu verlangde ze eerlijk gezegd naar wat ouderwetse tastbaarheid.

Op dit moment was het echter belangrijk om Hatchers volgende stap te achterhalen. Een idee kwam in haar op.

“Wie was de agent die Hatcher gearresteerd heeft?” vroeg ze. “Als hij nog in leven is, is hij vermoedelijk Hatchers eerste doelwit.”

“Het was geen plaatselijke agent,” zei Flores. “En het was geen ‘hij.’”

Hij bracht een oude foto van een vrouwelijke agent naar voren.

“Haar naam was Kelsey Sprigge. Ze was een FBI agent op het kantoor in Syracuse, was op dat moment vijfendertig. Ze is nu zeventig, met pensioen en woont in Searcy, een plaats vlakbij Syracuse.”

Riley was verbaasd dat Sprigge een vrouw was.

“Ze moet bij de FBI gegaan zijn...” begon Riley.

Flores maakte haar gedachte af.

“Ze kwam erbij in 1972, vlak na het overlijden van J. Edgar. Toen was het eindelijk ook voor vrouwen toegestaan om FBI agent te worden. Daarvoor was ze een plaatselijke politieagent.”

Riley was onder de indruk. Kelsey Sprigge had heel wat geschiedenis meegemaakt.

“Wat kun je me over haar vertellen?” vroeg Riley aan Flores.

“Ze is weduwe en heeft drie kinderen en drie kleinkinderen.”

“Bel het FBI-kantoor in Syracuse en zeg dat ze er alles aan moeten doen om Sprigge veilig te houden,” zei Riley. “Ze is ernstig in gevaar.”

Flores knikte.

Toen richtte ze zich op Meredith.

“Meneer, ik heb een vliegtuig nodig.”

“Waarom?” vroeg hij verward.

Ze ademde diep in.

“Shane is misschien onderweg naar Sprigge om haar te vermoorden,” zei ze. “En ik wil haar eerst zien.”




HOOFDSTUK ZES


Terwijl het FBI-vliegtuig landde op de landingsbaan van Syracuse Hancock International Airport, herinnerde Riley zich iets wat haar vader gisteren in haar droom had gezegd.

“Je bent niet nuttig voor anderen, tenzij ze dood zijn.”

Riley stond versteld van de ironie. Dit was misschien de eerste zaak die haar ooit was toegekend waar er nog niemand vermoord was.

Maar daar komt waarschijnlijk snel verandering in, dacht ze.

Ze maakte zich vooral zorgen om Kelsey Sprigge. Ze wilde de vrouw in levende lijve zien om te verzekeren dat het goed met haar ging. Vanaf dan zou het aan Riley en Bill zijn om dat ook zo te houden, en dat betekende dat ze Shane Hatcher moesten opsporen en hem terug naar de gevangenis moesten brengen.

Terwijl het vliegtuig naar de terminal taxiede, zag Riley dat ze een ware winterse wereld in waren gereisd. Alhoewel de landingsbaan vrijgemaakt was, was aan de enorme bergen sneeuw te zien hoeveel werk de ploegen onlangs verricht hadden.

Het was een flinke verandering in omgeving ten opzichte van Virginia. Een erg welkome verandering. Riley besefte nu in hoeverre ze een nieuwe uitdaging nodig had. Ze had Gabriela vanuit Quantico gebeld om uit te leggen dat ze onderweg was om aan een zaak te werken. Gabriela was blij voor haar geweest en had haar verzekerd dat ze voor April zou zorgen.

Toen het vliegtuig tot stilstand kwam, pakten Riley en Bill hun spullen en klommen ze de trap af, het ijzige asfalt op. De voelde de kou in haar gezicht slaan, en was blij dat ze een dikke jas met muts had gekregen in Quantico.

Twee mannen kwamen op ze afsnellen en stelden zichzelf voor als Agenten McGill en Newton van het FBI-kantoor in Syracuse.

“We zijn hier op jullie op welke manier dan ook bij te staan,” zei McGill tegen Bill en Riley terwijl ze met zijn allen de terminal in haastten.

Riley stelde de eerste vraag die in haar opkwam.

“Hebben jullie mensen die op Kelsey Sprigge letten? Weten jullie zeker dat ze veilig is?”

“Er zijn wat plaatselijke agenten gepost voor haar huis in Searcy,” zei Newton. “We weten zeker dat het prima met haar gaat.”

Riley wilde dat ze zich net zo zeker kon voelen.

Bill zei, “Oké dan. Op dit moment hebben we gewoon iets nodig om naar Searcy te rijden.”

McGill zei, “Searcy is niet ver van Syracuse en de wegen zijn sneeuwvrij. We hebben een SUV voor jullie meegenomen, maar.. eh, zijn jullie gewend om te rijden door de noordelijke winters?”

“Syracuse wint ieder jaar de Gouden Sneeuwbal,” voegde Newton toe met een soort dwaze trots.

“Gouden Sneeuwbal?” vroeg Riley.

“Dat is de prijs die de staat van New York uitreikt voor de meeste sneeuw,” zei McGill. “We zijn kampioen. En we hebben een trofee om het te bewijzen.”

“Misschien moet een van ons jullie erheen rijden,” zei Newton.

Bill grinnikte. “Bedankt, maar ik denk dat het wel goedkomt. Ik heb een paar jaar geleden een winter aan een zaak in North Dakota gewerkt. Ik heb daar flink kunnen oefenen met rijden in de sneeuw.”

Alhoewel Riley het niet zei, voelde zij zich ook ervaren in dit soort autorijden. Ze had leren rijden in de bergen van Virginia. De sneeuw lag daar misschien niet zo dik als hier, maar de kleine weggetjes werden nooit snel geruimd. Ze had waarschijnlijk net zoveel over ijzige wegen gereden als de rest hier.

Maar ze liet Bill graag achter het stuur. Ze was momenteel te bekommerd om Kelsey Sprigge’s veiligheid. Bill pakte de sleutels en ze vertrokken.

“Ik moet zeggen, het voelt goed om weer samen te werken,” zei Bill terwijl hij reed. “Egoïstisch van me, denk ik. Ik werk graag met Lucy, maar het is niet hetzelfde.”

Riley glimlachte. Zij vond het ook fijn om weer met Bill te werken.

“Alsnog wil een deel van me dat je niet aan deze zaak werkt,” vervolgde Bill.

“Waarom niet?” vroeg Riley verbaasd.

Bill schudde zijn hoofd.

“Ik heb gewoon een slecht voorgevoel,” zei hij. “Ik heb Hatcher ook ontmoet, weet je nog. Ik ben niet snel bang, maar... nou, hij is me er eentje.”

Riley gaf geen antwoord, maar kon het niet met Bill oneens zijn. Ze wist dat Hatcher Bill tijdens dat bezoek op stang had gejaagd. De langdurig gevangene had zijn griezelige instinct gebruikt om wat gehaaide opmerkingen over Bills privéleven te maken.

Riley wist nog hoe Hatcher naar Bills trouwring had gewezen en had gezegd:

“Stop ermee om de dingen met je vrouw goed te maken. Dat is niet mogelijk.”

Hatcher had gelijk gehad, en Bill zat nu middenin een nare scheiding.

Aan het einde van datzelfde bezoek, had hij iets tegen Riley gezegd wat haar nog steeds achtervolgde.

“Stop ermee om ertegen te vechten.”

Tot op de dag van vandaag wist ze niet waartegen ze van Hatcher moest stoppen met vechten. Maar ze voelde een onverklaarbare vrees dat ze er op een dag achter zou komen.



*



Even later parkeerde Bill naast een enorme berg geruimde sneeuw bij Kelsey Sprigge’s huis in Searcy. Riley zag een politiewagen met twee agenten erin vlakbij geparkeerd staan. Maar twee agenten in een auto maakten niet meteen dat Riley zich erg gerustgesteld voelde. De wrede en briljante crimineel die uit Sing Sing ontsnapt was zou moeiteloos korte metten met ze kunnen maken.

Bill en Riley stapten uit hun auto en lieten hun penningen aan de agenten zien. Daarna liepen ze over de vrijgemaakte stoep richting het huis. Het was een ouderwets huis met twee verdiepingen en een handig schuin dak en een omheinde veranda. Het hele huis was bekleed met kerstlichtjes. Riley drukte op de deurbel.

Een vrouw maakte de deur open met een charmante glimlach. Ze was slank en fit en droeg een joggingpak. Haar gezichtsuitdrukking was helder en vrolijk.

“Ah, jullie zullen Agenten Jeffreys en Paige zijn,” zei ze. “Ik ben Kelsey Sprigge. Kom binnen. Het is veel te koud buiten,”

Kelsey Sprigge leidde Riley en Bill naar een knusse woonkamer met een laaiende open haard.

“Willen jullie iets te drinken?” vroeg ze. “Natuurlijk, jullie zijn aan het werk. Ik zet wel wat koffie.”

Ze ging de keuken in, en Bill en Riley gingen zitten. Riley keek rond naar de kerstdecoraties en de tientallen fotolijstjes met foto’s die aan de muren hingen en op het meubilair stonden. Het waren foto’s van Kelsey Sprigge in verschillende periodes van haar volwassen leven, omringd door kinderen en kleinkinderen. In veel foto’s stond een glimlachende man naast haar.

Riley herinnerde zich dat Flores had gezegd dat ze een weduwe was. Afgaande op de foto’s dacht Riley dat het een lang en gelukkig huwelijk was geweest. Op een of andere manier was Kelsey Sprigge erin geslaagd om te doen wat Riley nooit gelukt was. Ze had een rijk, liefdevol gezinsleven gehad terwijl ze ook werkte als FBI agent.

Riley wilde haar maar al te graag vragen hoe dit haar gelukt was. Maar nu was natuurlijk niet het juiste moment.

De vrouw kwam snel terug met een dienblad met twee kopjes koffie, koffiemelk en suiker, en, tot Riley’s verbazing, een glas whiskey met ijs voor zichzelf.

Riley was erg onder de indruk van Kelsey. Voor een vrouw van zeventig was ze ontzettend kwiek en vol levenslust, en een stuk stoerder dan de meeste vrouwen die ze ontmoet had. In sommige opzichten had Riley het idee dat ze naar een toekomstige versie van zichzelf keek.

“Nou,” zei Kelsey die glimlachend ging zitten. “Ik zou willen dat het weer iets verwelkomender was.”

Riley was onthutst door haar ongedwongen gastvrijheid. Gezien de omstandigheden had ze verwacht dat de vrouw erg in paniek zou zijn.

“Mevrouw Sprigge...” begon Bill.

“Noem me Kelsey, alsjeblieft,” onderbrak de vrouw. “En ik weet waarom jullie hier zijn. Jullie maken je zorgen dat Shane Hatcher achter me aan komt, dat ik zijn eerste doelwit ben. Jullie denken dat hij me wil vermoorden.”

Riley en Bill keken elkaar aan, en wisten niet zo goed wat ze moesten zeggen.

“En daarom staan die agenten natuurlijk buiten,” zei Kelsey met nog steeds een vriendelijke glimlach. “Ik heb ze gevraagd of ze binnenkwamen om op te warmen, maar ze weigerden. Ik mocht vanmiddag niet eens naar buiten om te joggen! Echt jammer, ik vind het zo lekker om hard te lopen in dit frisse weer. Maar goed, ik maak me geen zorgen dat ik vermoord word, en ik denk dat jullie dat ook niet hoeven te doen. Ik denk echt niet dat Shane Hatcher zoiets van plan is.”

Riley flapte er bijna uit, “Waarom niet?”

In plaats daarvan zei ze voorzichtig, “Kelsey, jij hebt hem gevangen. Jij hebt hem voor het gerecht gebracht. Hij zit zijn hele leven in de gevangenis door jou. Misschien ben je wel de hele reden waarom hij ontsnapt is.”

Kelsey zei even niks. Ze keek naar het pistool in Riley’s holster.

“Wat voor een wapen heb je, liefje?” vroeg ze.

“Een veertig kaliber Glock,” zei Riley.

“Wat leuk!” zei Kelsey. “Mag ik er eens naar kijken?”

Riley gaf Kelsey haar wapen aan. Kelsey haalde het magazijn eruit en bestudeerde het pistool. Ze ging er mee om met de waardering van een expert.

“Glocks kwamen net wat te laat in mijn carrière,” zei ze. “Ik vind ze wel wat. Het frame van polymeer ligt lekker in de hand, erg licht, goede stabiliteit. En ik vind het vizier echt geweldig.”

Ze stopte het magazijn terug en gaf het pistool terug aan Riley. Toen liep ze naar een bureau. Ze pakte een eigen semiautomatisch wapen.

“Ik heb Shane Hatcher neergeschoten met dit pareltje,” zei ze glimlachend. Ze gaf het pistool aan Riley en ging weer zitten. “Een Smith en Wesson Model 459. Ik verwondde en ontwapende hem. Mijn partner wilde hem ter plekke doodschieten als wraak voor de moord op de politieagent. Ik wilde er niks van weten. Ik zei tegen hem dat als hij Hatcher zou vermoorden, er meer dan één lijk te begraven zou zijn.”

Kelsey bloosde lichtelijk.

“O,” zei ze. “Ik heb liever dat dat verhaal niet verder rond gaat. Vertel het alsjeblieft aan niemand.”

Riley gaf haar het wapen terug aan.

“Hoe dan ook, ik weet dat ik Hatchers goedkeuring heb gekregen,” zei Kelsey. “Hij had rigoureuze code, weet je, zelfs voor een bendelid. Hij wist dat ik gewoon mijn werk deed. Ik denk dat hij dat respecteerde. En hij was ook dankbaar. Hij heeft in ieder geval nooit interesse in me getoond. Ik heb hem zelfs een paar brieven geschreven, maar hij heeft nooit teruggeschreven. Hij weet waarschijnlijk niet eens mijn naam meer. Nee, ik weet echt helemaal zeker dat hij me niet wil vermoorden.”

Kelsey bekeek Riley belangstellend.

“Maar Riley – mag ik je Riley noemen? – jij zei aan de telefoon dat je echt bij hem op bezoek bent geweest, dat je hem hebt leren kennen. Hij is vast erg intrigerend.”

Riley dacht een vleugje jaloezie in de stem van de vrouw te horen.

Kelsey stond op uit haar stoel.

“Maar goed, ik klets maar door, terwijl jullie een slechterik moeten vangen! En wie weet waar hij mee bezig is, zelfs terwijl we hier zitten te kletsen. Ik heb wat informatie die misschien kan helpen. Kom, ik laat alles zien wat ik heb.”

Ze leidde Riley en Bill door een gang naar een kelderdeur. Riley werd zenuwachtig.

Waarom moet het in een kelder zijn? dacht ze.

Riley had al vrij lang een lichte, irrationele fobie voor kelders: restanten PTSS van het vastgehouden worden in de vochtige kruipruimte van Peterson, en meer recentelijk van het uitschakelen van een moordenaar in een kelder in het pikkedonker.

Maar terwijl ze achter Kelsey de trap afliepen, viel Riley niks griezeligs op. De kelder was afgewerkt als comfortabele recreatieruimte. In een hoek was een goed verlicht kantoorgedeelte met een bureau vol manilla mappen, een prikbord met oude foto’s en krantenknipsels, en wat archiefladen.

“Hier is het; alles wat je maar zou willen weten over ‘Shane the Chain’ en zijn carrière en zijn ondergang,” zei Kelsey. “Ga jullie gang. En stel gerust vragen als je hulp nodig hebt om het allemaal te begrijpen.”

Riley en Bill begonnen door de dossiers te bladeren. Riley was verrast en verrukt. Het was een fascinerende, zelfs afschrikwekkende berg aan informatie en veel ervan was nooit in de FBI-database gescand. Het dossier waar ze nu doorkeek zat vol met ogenschijnlijk onbelangrijke spullen, waaronder servetjes uit restaurants met handgeschreven aantekeningen en schetsen die met de zaak te maken hadden.

Ze opende nog een map waarin gekopieerde verslagen en andere documenten zaten. Riley vond het wel vermakelijk om te beseffen dat Kelsey deze documenten echt niet had mogen kopiëren of houden. De originelen zouden vast en zeker al lang versnipperd zijn nadat ze gescand waren.

Terwijl Bill en Riley het materiaal doorkamden, merkte Kelsey op, “Jullie zullen je vast wel afvragen waarom ik de zaak niet gewoon laat gaan. Dat vraag ik mezelf ook soms af.”

Ze dacht even na.

“Shane Hatcher was mijn enige aanraking met echte kwaadaardigheid,” zei ze. “Mijn eerste veertien jaar bij de FBI was ik er vooral als een soort aankleding van het kantoor in Syracuse, om te laten zien dat er ook een vrouw was. Maar ik werkte aan deze zaak vanaf onderaan de hiërarchie. Ik praatte met bendeleden op straat, ik nam leiding over het team. Niemand dacht dat ik Hatcher uit kon schakelen. Om eerlijk te zijn dacht niemand dat ook maar iemand in staat was om hem uit te schakelen. Maar mij lukte het.”

Riley doorkeek nu een map met lage kwaliteit foto’s waarvan het Bureau waarschijnlijk niet de moeite had genomen om ze in te scannen. Kelsey was duidelijk slim genoeg geweest om ze te bewaren.

Op eentje zat een politieagent in een café te praten met een bendelid. Riley herkende de jonge man direct als Shane Hatcher. Het duurde even voor ze de agent herkende.

“Dat is de agent die Hatcher vermoord heeft, of niet?” zei Riley.

Kelsey knikte.

“Agent Lucien Wayles,” zei ze. “Ik heb die foto zelf genomen.”

“Waarom zit hij met Hatcher te praten?”

Kelsey glimlachte betekenisvol.

“Nou, dat is best wel interessant,” zei ze. “Ik ga ervan uit dat jullie hebben gehoord dat Agent Wayles een voortreffelijke, geprijsde politieagent was. Dat is wat de plaatselijke politie nog steeds wil dat iedereen denkt. Eigenlijk was hij door en door corrupt. Op deze foto had hij een ontmoeting met Hatcher in de hoop een deal met hem te sluiten. Hij wilde een deel van de drugswinst en zou in ruil daarvoor zich niet bemoeien met Hatchers gebied. Hatcher zei nee. Toen besloot Wayles om Hatcher te elimineren.”

Kelsey pakte een foto van Wayles’ verminkte lichaam.

“Zoals jullie vast wel weten, liep dat niet zo goed af voor Agent Wayles,” zei ze.

Riley voelde een sprankje begrip. Dit was precies de schatkist aan informatie waar ze naar verlangd had. Het hielp haar om de gedachtegang van de jonge Shane Hatcher veel, veel beter te begrijpen.

Terwijl ze keek naar de foto van Hatcher en de politieagent, probeerde Riley de gedachten van de jonge man te peilen. Ze stelde zich Hatchers gedachten en gevoelens op het moment van de foto voor. Ze dacht ook terug aan iets wat Kelsey zojuist gezegd had.

“Hij had rigoureuze code, weet je, zelfs voor een bendelid.”

Riley wist aan de hand van haar eigen gesprekken met Hatcher dat dit ook vandaag de dag nog gold. En nu, kijkend naar de foto, voelde Riley Hatchers diepgewortelde walging over Wayles’ voorstel.

Het verontwaardigde hem, dacht Riley. Het voelde als een belediging.

Geen wonder dat Hatcher van Wayles zo’n gruwelijk voorbeeld maakte. Volgens Hatchers gestoorde code, was dat het morele ding om te doen.

Bladerend door meer foto’s vond Riley een arrestatiefoto van een ander bendelid.

“Wie is dit?” vroeg Riley.

“Smokey Moran,” zei Kelsey. “Hij was Shane the Chains meest betrouwbare rechterhand. Totdat ik hem oppakte voor drugshandel. Hij zou lang naar de gevangenis moeten, dus het was niet moeilijk om hem te laten getuigen tegen Hatcher in ruil voor strafvermindering. Dat is hoe ik Hatcher eindelijk te pakken kreeg.”

Riley’s nekharen gingen overeind staan bij het aanraken van de foto.

“Wat is er gebeurd met Moran?” vroeg ze.

Kelsey schudde haar hoofd in afkeuring.

“Hij is nog steeds op vrije voet,” zei ze. “Ik wou vaak dat ik die deal nooit gesloten had. Hij heeft al jarenlang de leiding over allerlei bende-activiteiten. De jongere bendeleden kijken tegen hem op en bewonderen hem. Hij is slim en ongrijpbaar. Het is de plaatselijke politie en de FBI nooit gelukt om hem voor het gerecht te brengen.”

Riley’s nekharen schoten nog verder overeind. Riley bevond zich in Hatchers hoofd, tientallen jaren lang piekerend over Morans verraad. In Hatchers morele universum, verdiende zo’n man het niet om te leven. En het was al lang tijd voor rechtvaardigheid geweest.

“Heb je zijn huidige adres?” vroeg Riley aan Kelsey.

“Nee, maar dat hebben ze wel op het FBI-kantoor. Hoezo?”

Riley ademde diep in.

“Omdat Shane onderweg daarheen is om hem te vermoorden,”




HOOFDSTUK ZEVEN


Riley wist dat Smokey Moran in groot gevaar verkeerde. Maar in alle eerlijkheid voelde Riley niet echt medelijden met de wrede beroepsschurk.

Shane Hatcher was wat er echt toe deed.

Het was haar opdracht om Hatcher terug achter de tralies te stoppen. Als ze hem te pakken kregen voordat hij Moran had vermoord voor zijn verraad, dan was dat prima. Zij en Bill zouden naar Morans adres rijden zonder hem van tevoren te waarschuwen. Ze zouden de plaatselijke politie bellen om versterking naar de locatie te sturen.

Het was ongeveer een half uur rijden van Kelsey Sprigge’s huis in een middenstandsbuurt van Searcy naar de veel ruigere bendewijken van Syracuse. De lucht was bewolkt, maar er viel geen sneeuw en het verkeer reed normaal over de goed geruimde wegen.

Terwijl Bill reed, raadpleegde Riley de FBI-database en verrichte snel wat onderzoek op haar telefoon. Ze zag dat de plaatselijke situatie met de bendes erg ernstig was. Sinds begin jaren tachtig waren in dit gebied bendes gevormd en gehergroepeerd. In de tijd van Shane the Chain waren dit vooral plaatselijke leden geweest. Sinds die tijd waren er nationale bendes naar het gebied gekomen. Ze hadden een hoge mate van gewelddadigheid met zich meegenomen.

De drugs en hun winsten die verantwoordelijk waren voor de aanwakkering van dit geweld waren vreemder en veel gevaarlijker geworden. Er waren nu onder andere sigaretten die geweekt waren in balsemvloeistof en kristallen die paranoia induceerden en “badzouten” genoemd werden. Wat voor nog dodelijkere middelen zouden er als volgende opduiken?

Terwijl Bill parkeerde voor het vervallen flatgebouw waar Moran woonde, zag Riley twee mannen in FBI-jacks uit een andere auto stappen. Het waren Agenten McGill en Newton, die hen ook op het vliegveld hadden ontmoet. Aan hun grove omvang kon ze zien dat ze onder de jacks kogelvrije vesten aanhadden. Ze droegen allebei een sluipschuttersgeweer van Remington.

“Moran woont op de derde verdieping,” zei Riley.

Toen de groep agenten door de voordeur het gebouw binnengingen, kwamen ze enkele bendetypes tegen in de koude en armzalige hal. Ze stonden daar gewoon met hun handen in de zakken van hun sweaters en leken maar weinig aandacht te besteden aan het gewapende team.

Morans bodyguards?

Ze dacht niet dat ze haar kleine leger van agenten zouden stoppen, maar ze zouden misschien wel aan Moran doorgeven dat iemand onderweg naar boven was.

McGill en Newton leken de jonge jongens te kennen. Ze fouilleerden hen vluchtig.

“We zijn hier voor Smokey Moran,” zei Riley.

Geen van de jonge mannen zei een woord. Ze staarden gewoonweg naar de agenten met vreemde, lege gezichtsuitdrukkingen. Riley vond het maar raar gedrag.

“Naar buiten,” ze Newton, en de jongens knikten gehoorzamend en gingen de voordeur uit.

Met Riley voorop renden de agenten de drie trappen omhoog. De plaatselijke agenten gingen voor en checkten iedere gang zorgvuldig. Op de derde verdieping stopten ze voor Morans appartement.

Riley klopte hard op de deur. Toen niemand opendeed, riep ze:

“Smokey Moran, dit is FBI Agent Riley Paige. Mijn collega’s en ik moeten met je praten. We willen je geen kwaad doen. We zijn hier niet om je te arresteren.”

Alsnog werd er niet opengedaan.

“We denken dat je in levensgevaar verkeert,” schreeuwde Riley.

Nog steeds deed niemand open.

Riley draaide aan de deurknop. Tot haar verbazing zat de deur niet op slot en zwaaide deze open.

De agenten stapten een net onderhouden, nietszeggend appartement met amper enige inrichting binnen. Er was ook geen tv, geen elektronica en al helemaal geen computer. Riley besefte dat Moran erin slaagde om enorme invloed uit te oefenen in de criminele onderwereld met alleen rechtstreekse, face-to-face bevelen. Hij bleef onder de radar van justitie door nooit online te gaan of zelfs maar een telefoon te gebruiken.

Duidelijk een pientere gast, dacht Riley. Soms werkt de ouderwetse manier het beste.

Maar hij was nergens te zien. De twee plaatselijke agenten keken snel alle kamers en kasten na. Er was niemand in het appartement.

Ze gingen met zijn allen weer de trap af naar beneden. Toen ze bij de hal aankwamen, hieven McGill en Newton hun geweren, klaar om in actie te komen. De jonge bendeleden stonden op ze te wachten onderaan de trap.

Riley bestudeerde ze. Ze realiseerde zich dat ze duidelijk het bevel hadden gekregen om Riley en haar collega’s het lege appartement te laten doorzoeken. Het leek er nu op dat ze iets te zeggen hadden.

“Smokey zei dat hij dacht dat jullie zouden komen,” zei een van de bendeleden.

“Hij zei dat we jullie een bericht moesten doorgeven,” zei een ander.

“Hij zei dat jullie naar hem moesten zoeken bij het oude Bushnell-warenhuis aan Dolliver Street,” zei een derde.

Toen, zonder nog een woord te zeggen, stapten de jonge mannen opzij om de agenten erdoor te laten.

“Was hij alleen?” vroeg Riley.

“Toen ik er vertrok wel,” antwoordde een van de jonge mannen.

Een soort van grauwe voorbode hing in de lucht. Riley wist niet wat ze ervan moest denken.

McGill en Newton hielden hun ogen gericht op de jonge jongens terwijl de agenten het gebouw verlaatten. Toen ze buitenkwamen, zei Newton, “Ik weet waar dat warenhuis is.”

“Ik ook,” zei McGill. “Het is maar een paar straten hiervandaan. Het is verlaten en staat te koop. Ik heb gehoord dat ze er misschien chique appartementen van gaan maken. Maar ik vind dit helemaal niet fijn klinken. Die plek is perfect voor een hinderlaag.”

Hij pakte zijn telefoon en vroeg om meer versterking om hen daar te ontmoeten.

“We zullen voorzichtig moeten zijn,” zei Riley. “Ga voorop en wijs ons de weg.”

Bill reed en volgde de plaatselijke SUV. Beide auto’s parkeerden voor een vervallen stenen gebouw van vier verdiepingen met een afbrokkelende gevel en kapotgeslagen ramen. Op hetzelfde moment kwam nog een voertuig van de FBI aanrijden.

Toen ze het gebouw bekeek zag Riley wat McGill bedoeld had en waarom hij had gebeld voor meer versterking. Het pand was enorm en vervallen en had drie verdiepingen vol donkere, kapotte ramen. In ieder van die ramen kon zich gemakkelijk een sluipschutter met geweer verstoppen.

Het gehele plaatselijke team was gewapend met lange vuurwapens, maar zij en Bill hadden slechts een pistool. Ze zouden een makkelijk doelwit zijn in een vuurgevecht.

Alsnog leek een hinderlaag haar niet logisch. Waarom zou iemand zo slim als Smokey Moran, die al zo’n dertig jaar zijn arrestatie wist te ontlopen, zoiets roekeloos doen als het neerschieten van FBI agenten?

Riley sprak tot de andere agenten via haar radio.

“Hebben jullie nog steeds kogelvrije vesten aan?” vroeg ze.

“Ja,” werd er geantwoord.

“Mooi. Blijf in de auto totdat ik zeg dat jullie eruit moeten.”

Bill had al twee kogelvrije vesten gevonden achterin hun goed bevoorrade SUV. Hij en Riley trokken ze snel aan. Toen vond Riley een megafoon.

Ze rolde haar raampje naar beneden en riep naar het gebouw.

“Smokey Moran, dit is de FBI. We hebben je bericht ontvangen. We zijn gekomen om je te zien. We willen je geen kwaad doen. Kom uit het gebouw met je handen omhoog zodat we kunnen praten.”

Ze wachtte een volle minuut. Er gebeurde niets.

Riley sprak weer via de radio met Newton en McGill.

“Agent Jeffreys en ik gaan ons voertuig uit. Als wij uitstappen, dan stappen jullie ook uit, met jullie wapens getrokken. We treffen elkaar bij de voordeur. Blijf hoog om je heen kijken. Als je ergens in het gebouw ook maar enige beweging ziet, zoek dan meteen dekking.”

Riley en Bill stapten uit hun SUV, en Newton en McGill kwamen uit hun auto. Drie zwaarder bewapende FBI agenten stapten uit het net aangekomen voertuig en voegden zich bij hen.

De agenten bewogen voorzichtig richting het gebouw, met hun ogen op de ramen gericht en hun wapens in de aanslag. Eindelijk bereikten ze de veiligheid van de enorme voordeur.

“Wat is het plan?” vroeg McGill, die onmiskenbaar nerveus klonk.

“Om Shane Hatcher te arresteren, als hij daarbinnen is,” zei Riley. “Om hem dood te schieten als dat nodig is. En om Smokey Moran te vinden.”

Bill voegde toe, “We zullen het hele gebouw moeten doorzoeken.”

Riley kon zien dat de plaatselijke agenten dit plan maar niks vonden. Ze nam het hen niet kwalijk.

“McGill,” zei ze, “begin op de begane grond en werk omhoog. Jeffreys en ik zullen naar de bovenste verdieping gaan en naar beneden werken. We zien elkaar in het midden.”

McGill knikte. Riley zag een flits van opluchting op zijn gezicht. Hij wist duidelijk dat het gevaar zich waarschijnlijk niet in het lagere gedeelte van het gebouw bevond. Bill en Riley zelf namen aanzienlijk meer risico.

Newton zei, “Ik ga met jullie mee naar boven.”

Ze zag dat zijn gezichtsuitdrukking vastberaden was en maakte geen bezwaar.

Bill duwde de deuren open, en alle agenten gingen naar binnen. Een gure tocht maakte een fluitend geluid door de ramen op de begane grond, die voornamelijk bestond uit een lege ruimte met palen en deuren naar aangrenzende ruimtes. Riley en Bill lieten McGill en drie anderen achter om beneden te beginnen, en liepen richting het meer beangstigende trappenhuis. Newton volgde ze op de voet.

Ondanks de kou voelde ze het zweet in haar handschoenen en op haar voorhoofd. Ze voelde haar hart hard kloppen en deed haar best om haar ademhaling onder controle te houden. Hoe vaak ze dit ook zou doen, hieraan zou ze nooit gewend raken. Niemand zou hieraan gewend raken.

Eindelijk bereikten ze de ruime, zolderachtige bovenverdieping.

Riley’s aandacht werd meteen getrokken door het dode lichaam.

Het was met ducttape vastgemaakt aan een paal, en zo verminkt dat het amper menselijk leek. Er zaten sneeuwkettingen om de nek gewikkeld.

Hatchers favoriete wapen, herinnerde Riley zich.

“Dat moet Moran wel zijn,” zei Newton.

Riley en Bill wisselde een blik uit. Ze wisten dat ze hun wapens niet weg moesten stoppen. Nog niet. Wie weet was het lichaam een truc van Hatcher om ze de open ruimte in te lokken.

Terwijl ze de dode man benaderden, bleef Newton achter staan, zijn geweer in de aanslag.

Ijzige plassen bloed bleven aan de zolen van Riley’s schoenen kleven terwijl ze op het lichaam afliep. Het gezicht was compleet onherkenbaar geslagen, en ze zouden DNA of gebitgegevens moeten gebruiken om hem te identificeren. Maar Riley wist zeker dat Newton gelijk had; dit moest Smokey Moran zijn. Griezelig genoeg stonden zijn ogen nog steeds wijd open, en zijn hoofd was zo aan de paal vastgetapet dat hij Riley recht aan leek te kijken.

Riley keek weer om zich heen.

“Hatcher is hier niet,” zei ze, en ze stopte haar wapen weg.

Bill deed hetzelfde en liep naar het lichaam naast Riley. Newton bleef waakzaam en hield zijn geweer omhoog, en bleef draaien om alle richtingen in de gaten te houden.

“Wat is dit?” zei Bill, wijzend naar een stukje papier dat uit de jaszak van het slachtoffer stak.

Riley pakte het stukje papier. Erop stond geschreven:

“Een paard zit vast aan een ketting van 7 meter en eet een appel die 8 meter weg is. Hoe kwam het paard bij de appel?”

Riley voelde zich gespannen. Het was totaal geen verrassing dat Shane Hatcher een raadsel had achtergelaten. Ze gaf het papiertje aan Bill. Bil las het, en keek Riley daarna aan met een verwarde uitdrukking.

“De ketting zit nergens aan vast,” zei Riley.

Bill knikte. Riley wist dat hij de betekenis van het raadsel begreep:

Shane the Chain was niet meer vastgeketend.

En hij was pas net begonnen met het genieten van zijn vrijheid.




HOOFDSTUK ACHT


Toen Riley die avond met Bill aan de bar van het hotel zat, kon ze het beeld van de verminkte man maar niet uit haar hoofd krijgen. Noch zij, noch Bill snapte wat er gebeurd was. Ze kon niet geloven dat Shane Hatcher uit Sing Sing was ontsnapt alleen maar om Smokey Moran te vermoorden. Maar er was geen twijfel over mogelijk dat hij de man vermoord had.

De kerstlichtjes aan de bar leken nogal opzichtig, in plaats van dat ze een teken waren van feest.

Ze hield haar lege glas uit naar een voorbijlopende barman. “Doe er maar nog een,” zei ze, terwijl ze het glas aangaf.

Riley zag dat Bill haar ongemakkelijk aankeek. Ze begreep waarom. Dit was Riley’s tweede whiskey met ijs. Bill wist dat Riley in het verleden niet zo goed op drank gereageerd had.

“Maak je geen zorgen,” zei ze tegen hem. “Dit is mijn laatste voor vanavond.”

Ze had helemaal geen zin om vanavond dronken te worden. Ze wilde zich alleen een beetje ontspannen. Het eerste glas had niet geholpen, en ze betwijfelde of het tweede glas dat wel zou doen.

Riley en Bill waren de rest van de dag bezig geweest met de nasleep van de moord op Smokey Moran. Terwijl zij en Bill samen met de plaatselijke politie en het team van de medisch onderzoeker hadden gewerkt op de plaats delict, hadden ze Agenten McGill en Newton terug naar het appartementencomplex waar Moran woonde gestuurd. Het was de bedoeling dat ze zouden praten met de jonge bendeleden die wacht hadden gehouden in de hal. Maar die jonge mannen waren nergens te vinden. Morans appartement zat nog steeds niet op slot en was onbewaakt.

Toen de barman een nieuw drankje voor Riley neerzette, dacht Riley terug aan wat de bendeleden in de hal hadden gezegd:

“Smokey zei dat hij dacht dat jullie zouden komen.”

“Hij zei dat we jullie een bericht moesten doorgeven.”

Vervolgens hadden ze hen verteld waar ze Smokey Moran konden vinden.

Riley schudde haar hoofd terwijl ze het moment in haar hoofd weer afspeelde.




Конец ознакомительного фрагмента.


Текст предоставлен ООО «ЛитРес».

Прочитайте эту книгу целиком, купив полную легальную версию (https://www.litres.ru/pages/biblio_book/?art=51923226) на ЛитРес.

Безопасно оплатить книгу можно банковской картой Visa, MasterCard, Maestro, со счета мобильного телефона, с платежного терминала, в салоне МТС или Связной, через PayPal, WebMoney, Яндекс.Деньги, QIWI Кошелек, бонусными картами или другим удобным Вам способом.


