De perfecte echtgenote Blake Pierce Jessie Hunt, 29, is profiler in opleiding (en pas getrouwd). Ze ontdekt duistere geheimen die op de loer liggen in haar nieuwe buurt in een voorstedelijke stad; wanneer een lichaam gevonden wordt, raakt ze verstrikt in het vizier van haar nieuwe vriendenkring, de geheimen van haar echtgenoot, de dossiers van de seriemoordenaars die ze onderzoekt - en haar eigen, duistere verleden. In DE PERFECTE ECHTGENOTE (het eerste boek van de reeks spannende, psychologische thrillers met Jessie Hunt) is Jessie Hunt, profiler in opleiding, ervan overtuigd dat ze eindelijk de duisternis van haar kindertijd achter zich gelaten heeft. Samen met haar echtgenoot Kyle is ze net verhuisd van een krap appartement in Downtown Los Angeles naar een groot huis in Westport Beach. Door de promotie die Kyle op zijn werk kreeg, zwemmen ze nu in het geld. En Jessie staat op het punt om haar master in de forensische psychologie te behalen. Dat is het laatste stapje naar het verwezenlijken van haar droom om profiler van misdadigers te worden. Maar vlak na hun verhuizing merkt Jessie dat er vreemde dingen gebeuren. De buren - en hun au pairs - lijken allemaal geheimen te verbergen. De mysterieuze zeilclub waar Kyle wanhopig lid van wil worden, is vergeven van getrouwde mensen die hun partner bedriegen en de club heeft erg verontrustende regels. Bovendien weet de beruchte seriemoordenaar die in het psychiatrische ziekenhuis wordt vastgehouden waar Jessie aan het werken is voor het behalen van haar diploma, meer over haar leven dan normaal - of veilig - is. Terwijl haar wereld in elkaar stort, begint Jessie aan alles te twijfelen - ook aan haar eigen geestelijke gezondheid. Heeft ze werkelijk een verontrustende samenzwering ontdekt diep verborgen in het zonnige, rijke kuststadje in Zuid-Californië? Weet de massamoordenaar naar wie ze onderzoek doet echt op een of andere manier de oorsprong van haar persoonlijke nachtmerries? Of is het haar gekwelde verleden dat haar eindelijk komt opeisen? DE PERFECTE ECHTGENOTE is een thriller met een snel tempo, onvergetelijke personages en spanning waarvan je hart sneller gaat slaan. Dit is het eerste boek van een meeslepende nieuwe reeks waardoor je tot diep in de nacht wil blijven lezen. D E P E R F E C T E E C H T G E N O T E (EEN JESSIE HUNT PSYCHOLOGISCHE THRILLER - BOEK EEN) B L A K E P I E R C E Blake Pierce Blake Pierce is de auteur van de bestseller reeks RILEY PAGE mysteries die dertien boeken telt (en er komen er nog steeds bij) Blake Pierce is ook de auteur van de spannende reeks over MACKENZIE WHITE, die bestaat uit negen boeken (en er komen er steeds bij); van de spannende reeks over AVERY BLACK, die uit zes boeken bestaat; van de spannende reeks over KERI LOCKE, die uit vijf boeken bestaat; van de HET ONTSTAAN VAN RILEY PAIGE reeks, die bestaat uit twee boeken (en er komen er nog steeds bij); van de spannende reeks over KATE WISE, die uit twee boeken bestaat (en er komen er nog steeds bij); van de spannende reeks psychologische thrillers over CHLOE FINE, die bestaat uit twee boeken (en er komen er nog steeds bij); en van de spannende reeks psychologische thrillers over JESSIE HUNT, die bestaat uit drie boeken (en er komen er nog steeds bij). Als verwoede lezer en levenslange fan van het mystery en thriller genre, hoort Blake graag wat u te vertellen heeft, bezoek dus www.blakepierceauthor.com (http://www.blakepierceauthor.com) om meer te weten te komen en contact te houden. Auteursrecht © 2018 Blake Pierce. Alle rechten voorbehouden. Tenzij zoals het is toegestaan volgens de U.S. Copyright Act van 1976, mag geen enkel deel van deze publicatie gereproduceerd worden, verdeeld worden of verzonden worden in geen enkele vorm of op geen enkele manier, of bijgehouden worden in een database of bewaringssysteem, zonder de toestemming van de auteur. Dit e-book heeft enkel een licensie voor persoonlijk gebruik. Dit e-book mag niet doorverkocht worden of weggegeven worden aan andere personen. Indien u dit boek wil delen met andere personen, gelieve een bijkomende kopij te kopen voor elke ontvanger. Als u dit boek leest zonder het gekocht te hebben, of als het niet gekocht werd voor uw eigen gebruik, geef het dan terug en koop uw eigen kopij. Bedankt dat u het harde werk van de auteur respecteert. Dit is fictie. Namen, personages, handelszaken, organisaties, plaatsen, evenementen en gebeurtenissen zijn het product van het voorstellingsvermogen van de auteur of werden fictief gebruikt. Gelijkenissen met werkelijke personen, levend of dood, zijn geheel toevallig. Afbeelding op de omslag auteursrechten nikita tv, gebruikt onder licensie van Shutterstock.com. BOEKEN VAN BLAKE PIERCE SPANNENDE, PSYCHOLOGISCHE THRILLERS MET JESSIE HUNT DE PERFECTE ECHTGENOTE (boek #1) DE PERFECTE WIJK (boek #2) RILEY PAIGE MYSTERY-SERIE EENS WEG (boek 1) EENS GEPAKT (boek 2) EENS BEGEERD (boek 3) EENS GELOKT (boek 4) AVERY BLACK MYSTERY-SERIE MOORD MET EEN HOGER DOEL (boek 1) OP DE VLUCHT VOOR HOGERE KRACHTEN (boek 2) SCHUILEN VOOR HOGE VLAMMEN (boek 3) REDEN OM BANG TE ZIJN (boek 4) REDEN TOT BEWAREN (boek 5) INHOUD HOOFDSTUK EEN (#u5362f036-6c23-5eb6-ba6c-d4cd229014b4) HOOFDSTUK TWEE (#u81c7552e-2e15-56f4-ae3b-dabd52ba456c) HOOFDSTUK DRIE (#u0a9669f9-d336-5491-8f3a-731c0925d7b3) HOOFDSTUK VIER (#u95720353-9db0-53bf-9e26-ecb82feff983) HOOFDSTUK VIJF (#u1d6d624d-355d-5a91-91ec-0ce2b75b30bc) HOOFDSTUK ZES (#uf663a25c-8abb-5272-be08-d5cba4edc99a) HOOFDSTUK ZEVEN (#u44bb25ba-e5d2-5ab4-b097-9c64d8925dd7) HOOFDSTUK ACHT (#ue9e8cc04-c26e-527b-8565-a4ef049ba970) HOOFDSTUK NEGEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK TIEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK ELF (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK TWAALF (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK DERTIEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK VEERTIEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK VIJFTIEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK ZESTIEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK ZEVENTIEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK ACHTTIEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK NEGENTIEN (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK TWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK EENENTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK TWEEËNTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK DRIEËNTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK VIERENTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK VIJFENTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK ZESENTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK ZEVENENTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK ACHTENTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK NEGENENTWINTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK DERTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK EENENDERTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK TWEEËNDERTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK DRIEËNDERTIG (#litres_trial_promo) HOOFDSTUK EEN Uitgeput en zwetend zette Jessie Hunt de laatste verhuisdoos neer op het tapijt in de eetkamer. Ze merkte dat haar spieren verkrampten en ze wist dat ze morgen flink spierpijn zou hebben. Maar toen ze naar Kyle keek, kon ze niet anders dan glimlachen. Ze waren nu officieel verhuisd. Door de brede glimlach op zijn gezicht wist ze dat hij hetzelfde dacht. Zijn shirt was doornat terwijl hij haar stevig omhelsde, maar dat stoorde haar niet. “Hier wonen we nu,” fluisterde hij in haar oor en hij kuste haar zachtjes in haar hals. “Ik denk dat we een drankje om te vieren verdiend hebben, vind je ook niet?” “Absoluut,” zei ze. “Champagne? Bier?” “Misschien een biertje,” stelde Jessie voor, “en daarna een Gatorade. Ik heb het gevoel dat mijn hele lichaam het straks opgeeft.” “Ik ben zo terug,” zei Kyle en hij liep naar de keuken. Jessie liep van de eetkamer naar de woonkamer en liet zich op de bank zakken. Ze voelde dat haar bezwete shirt tegen de lakens drukte die over de meubels lagen om ze te beschermen. Het was eind augustus en zelfs in de kuststreek van Westport Beach in Orange County was het broeierig en heet. De temperatuur was boven de dertig graden. Dat was natuurlijk niets als je het vergeleek met hoe het was in het centrum van Los Angeles, waar ze tot die ochtend gewoond hadden. Ze waren daar omringd door asfalt, beton en glanzende wolkenkrabbers en Jessie moest vaak temperaturen van bijna veertig graden ondergaan wanneer ze de flat verliet. Vergeleken met die hitte was dit een opluchting. Ze herinnerde zichzelf eraan dat dit precies het soort van kleine voordelen was die rechtvaardigden om weg te trekken van het leven in de stad waarvan ze had leren houden. Ze zou de opwinding van de drukke straten in LA inruilen voor de koele zeebries. In plaats van naar nieuwe, hippe restaurants te gaan, zouden ze nu naar cafeetjes aan de waterkant gaan. Ze zouden nu niet meer de metro of een Uber nemen om naar de opening van een galerie te gaan, in plaats daarvan zouden ze een zeilrace gaan bekijken. En er was natuurlijk ook al dat extra geld. Het zou even duren voordat ze daaraan kon wennen. Maar ze had haar echtgenoot beloofd dat ze hun nieuwe leven met plezier zou aanvaarden en ze was van plan om die belofte na te komen. Kyle kwam de kamer binnen met bier en Gatorade. Hij had zijn natte shirt uitgetrokken. Jessie deed alsof ze de indrukwekkende buikspieren en borstkas van haar echtgenoot niet opmerkte. Ze wist niet hoe hij erin slaagde om zo'n strak lichaam te houden terwijl hij zulke lange dagen werkte. Maar ze klaagde niet. Hij kwam dichterbij, overhandigde haar de drankjes en ging naast haar zitten. “Wist je dat er een koelkast voor wijnflessen in de bijkeuken is?” vroeg hij. “Ja,” zei ze en ze lachte alsof ze niet kon geloven wat hij net gezegd had. “Had je dat de twee vorige keren toen we het huis zijn komen bekijken niet opgemerkt?” “Ik ging er gewoon van uit dat het een opbergruimte was, dus ik had de deur nog niet geopend. Wel cool, vind je niet?” “Ja, heel cool, mooie jongen,” gaf ze toe terwijl ze met bewondering keek naar de manier waarop zijn korte, blonde lokken perfect in model bleven, zelfs als hij er verder helemaal verfomfaaid uitzag. “Jij bent mooi,” zei hij terwijl hij Jessies halflange, lichtbruine haar uit haar groene ogen streek. Hij keek haar aan met zijn doordringende, blauwe ogen. “Het is goed dat ik je heb kunnen weghalen uit LA. Ik was al die hipsters met hun deukhoeden zat, die je probeerden te versieren.” “Die deukhoeden waren geen goed idee van ze. Ik kon amper hun gezicht zien om te kijken of ze mijn type waren.” “Dat is omdat je een amazone bent,” zei hij, terwijl hij deed alsof hij niet jaloers werd van haar geplaag. “Mannen die kleiner zijn dan een meter tachtig moeten hun nek forceren om op te kijken naar een aantrekkelijke vrouw zoals jij.” “Jij niet,” mompelde Jessie zacht, terwijl ze opeens al haar ongemak en pijn vergeten was. Ze trok hem naar zich toe. “Ik kijk altijd naar jou op, lekker stuk.” Haar lippen raakte de zijne net aan toen de deurbel ging. “Dat meen je niet,” kreunde ze. “Ga jij maar opendoen.” stelde Kyle voor. “Ik zoek ondertussen een schoon shirt om aan te trekken.” Jessie ging naar de voordeur met haar bier in de hand. Dat was haar kleine daad van verzet omdat ze onderbroken was midden in haar verleidingspoging. Toen ze de deur opende, werd ze begroet door een parmantige, roodharige vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd als zijzelf. De vrouw was schattig, met een kleine wipneus, stralende, witte tanden en een zomerjurk die net strak genoeg zat om te laten zien dat ze nooit een Pilates-les miste. Ze had een schaal in haar handen met iets wat eruit zag als zelfgebakken brownies. Jessie merkte op dat de vrouw een gigantische trouwring droeg. De ring fonkelde in de middagzon. Jessie merkte dat ze bijna zonder erover na te denken, begonnen was een profiel van de vrouw te maken: begin dertig, misschien drie kinderen, huisvrouw, maar met hulp in huis, nieuwsgierig, maar niet op een kwaadaardige manier. “Hoi,” zei de vrouw met een opgewekte toon in haar stem. “Ik ben Kimberly Miner en ik woon aan de overkant. Ik wilde je even verwelkomen in de buurt. Ik hoop dat ik niet stoor.” “Hoi, Kimberly,” antwoordde Jessie met haar vriendelijkste ik-ben-nieuw-hier stem. “Ik ben Jessie Hunt. We hebben eigenlijk net onze laatste dozen naar binnen gebracht, dus dit is de perfecte timing. En dit is echt zo lief van je! Brownies?” “Jep,” zei Kimberly terwijl ze de schaal aan Jessie overhandigde. Jessie merkte op dat Kimberly er een punt van maakte om niet naar het bier in haar hand te kijken. “Dat is zo'n beetje mijn specialiteit.” “Nou, kom binnen en laten we er eentje van eten,” stelde Jessie voor, hoewel dat eigenlijk het laatste was wat ze wilde doen op dat moment. “Sorry dat het hier zo’n chaos is en dat Kyle en ik er zo uitzien. We hebben heel de dag lopen zweten. Hij is op zoek naar een nieuw shirt. Kan ik je iets aanbieden om te drinken? Water? Gatorade. Een biertje? “Nee dank je. Ik wil mezelf niet opdringen. Je weet waarschijnlijk nog niet eens in welke doos je glazen zitten. Ik weet nog precies hoe het was om te verhuizen. Wij hebben er maanden over gedaan. Waar komen jullie vandaan?” “O, we woonden in DTLA,” zei Jessie en ze zag de verwarde blik op Kimberly’s gezicht en voegde eraan toe: “Downtown Los Angeles. We hadden een flat in de wijk South Park.” “O wauw, stadsmensen,” zei Kimberly, terwijl ze giechelde over haar eigen grapje. “Waarom zijn jullie naar Orange County en onze kleine gemeenschap verhuisd?” “Kyle werkt in vermogensbeheer,” verklaarde Jessie. “Het bedrijf waar hij werkt opende eerder dit jaar een kantoor in deze buurt en ze zijn pas uitgebreid. Het is een hele gebeurtenis voor hen, want PFG is een wat conservatief bedrijf. Hoe dan ook, ze hebben Kyle gevraagd of hij hen helpt om te zorgen dat alles goed loopt. Dus we dachten dat dit een goed tijdstip was voor verandering. We willen graag aan kinderen beginnen.” “O, het huis is zo groot, ik dacht dat jullie al kinderen hadden,” zei Kimberly. “Nee - enkel erg optimistisch,” antwoordde Jessie terwijl ze het plotse gevoel van schaamte dat ze tot haar verrassing voelde opkomen, probeerde te verbergen. “Heb jij kinderen?” “Twee. Onze dochter is vier en onze zoon is twee. Ik ben eigenlijk op weg naar de dagopvang om ze op te pikken.” Kyle kwam erbij staan en sloeg zijn arm om Jessies middel terwijl hij zijn andere hand uitstak om Kimberly’s hand te schudden. “Hallo,” zei hij met een warme stem. “Hoi, welkom,” antwoordde ze. “Mijn God, jullie kinderen worden reuzen. Ik voel me als een dwerg in vergelijking met jullie.” Er was een korte, ongemakkelijke stilte omdat zowel Jessie als Kyle niet goed wisten wat ze daarop moesten antwoorden. “Bedankt?” zei Kyle uiteindelijk. “Sorry. Dat was onbeschoft van me. Ik ben Kimberly, jullie buurvrouw en ik woon in dat huis daar,” zei ze terwijl ze naar de overkant van de straat wees. “Leuk je te ontmoeten, Kimberly. Ik ben Kyle Voss, Jessies echtgenoot.” “Voss? Ik dacht dat het Hunt was.” “Zijn naam is Voss,” legde Jessie uit. “Mijn naam is Hunt, althans voorlopig nog. Ik ben nog steeds niet aan het papierwerk toegekomen.” “Ach zo,” zei Kimberly. “Hoelang zijn jullie getrouwd?” “Bijna twee jaar,” zei Jessie schaapachtig. “Ik heb heel veel last van uitstelgedrag. Dat verklaart misschien waarom ik nog steeds op de schoolbanken zit.” “O,” zei Kimberly en ze was duidelijk opgelucht om niet verder te moeten praten over het delicate onderwerp van de achternaam. “Wat studeer je?” “Forensische psychologie.” “Wauw - dat klinkt spannend. Wanneer ben je dan officieel psycholoog?” “Wel, ik sta een beetje achter op de planning,” zei Jessie en ze vertelde het verplichte verhaal dat ze vertelde op elke cocktailparty die ze de laatste twee jaar hadden bezocht. “Ik studeerde oorspronkelijk kinderpsychologie als bachelor aan de USC - daar hebben we elkaar ontmoet. Ik was zelfs begonnen aan een stage voor mijn master toen ik besefte dat ik het niet aankon. Het was veel te zwaar voor me om met de emotionele problemen van kinderen om te gaan. Dus ik veranderde van richting.” Ze maakte er een punt van om een aantal van de andere details te verzwijgen die ervoor gezorgd hadden dat ze gestopt was met haar stage. Bijna niemand was op de hoogte van wat er toen gebeurd was en ze was zeker niet van plan die informatie te delen met een buurvrouw die ze pas had leren kennen. “Dus betekent dat dat je het minder verontrustend vindt om om te gaan met de psychologie van misdadigers dan met die van kinderen?” vroeg Kimberly verbaasd. “Gek, hé?” gaf Jessie toe. “Je zou ervan versteld staan,” voegde Kyle toe. “Ze heeft echt een talent om in de hoofden van schurken te kijken. Ooit zal ze een fantastische profiler zijn. Potentiële Hannibal Lecters kijken maar beter uit.” “Echt,” zei Kimberly en ze klonk alsof ze echt onder de indruk was. “Heb je al met seriemoordenaars gewerkt en zo van die dingen?” “Nog niet,” gaf Jessie toe. “Het grootste deel van mijn opleiding was theoretisch. En door de verhuizing ben ik van school moeten veranderen. Dus ga ik dit semester beginnen aan mijn practicum bij UC-Irvine. Dit is mijn laatste semester, dus ik studeer af in december.” “Practicum?” vroeg Kimberly. “Het is een beetje zoals een stage, maar minder actief. Ik zal een gevangenis of een psychiatrische instelling toebedeeld krijgen waar ik met gevangenen en patiënten zal praten en ze zal observeren. Hier zat ik op te wachten.” “De kans om in de ogen van boosdoeners te staren en hun ziel te zien,” voegde Kyle toe. “Dat is wat overdreven,” zei Jessie terwijl ze hem een speelse vuistslag tegen zijn schouder gaf. “Maar uiteindelijk wel, ja.” “Dat klinkt erg opwindend,” zei Kimberly en ze klonk werkelijk gefascineerd. “Ik ben er zeker van dat je spannende verhalen zal kunnen vertellen. Over spannende verhalen gesproken, je zei dat jullie elkaar op school ontmoet hebben?” “Op de studentenkamers toen we eerstejaars waren,” zei Kyle. “O,” zei Kimberly. “Leerden jullie elkaar beter kennen terwijl jullie samen de was deden, of zoiets?” Kyle keek even naar Jessie en nog voor hij zijn mond opendeed, wist Jessie dat hij hun standaard verhaal voor op een cocktailparty ging vertellen. “Hier is de verkorte versie,” begon hij. “We waren eerst vrienden, maar we zijn beginnen te daten halverwege het eerste semester toen een of andere kwal niet was komen opdagen op een afspraakje. Hij werd later van school gestuurd, maar ik neem aan dat dat niets te maken had met het feit dat hij Jessie zomaar in de steek had gelaten. Als je het mij vraagt, is hij er toch maar makkelijk vanaf gekomen. We gingen uit elkaar in het derde jaar, maar werden weer een koppel in ons laatste jaar. Dan bleven we nog een jaar samen voor we beslisten te gaan samenwonen. En na een jaar samenwonen hebben we ons verloofd. Nog tien maanden later zijn we getrouwd. In oktober kunnen we twee jaar huwelijksgeluk vieren.” “Dus jullie zijn universiteitsliefjes. Dat is zo romantisch.” “Ja, zo klinkt het misschien,” zei Kyle. “Maar het heeft echt een eeuwigheid geduurd voor ik haar heb kunnen overtuigen. En ik heb de hele tijd de concurrentie van haar af moeten slaan. Je kan je wel voorstellen dat zo ongeveer iedere man die haar zag onmiddellijk verliefd werd op Jessica Hunt. En dan gaat het enkel over hoe ze eruit ziet. Als je haar beter leert kennen, word je tot over je oren verliefd.” “Kyle,” zei Jessie. Ze bloosde. “Ik word er verlegen van. Hou wat over voor in oktober.” “Weet je,” zei Kimberly met een glimlach, “Ik denk er net aan dat ik mijn kinderen moet gaan ophalen. En ik krijg opeens het gevoel dat ik het plan van een gelukkig koppel onderbreek om hun nieuwe huis in te wijden. Dus ik denk dat ik ga. Maar ik beloof dat ik jullie zal voorstellen aan de buren. Dit is een heel vriendelijke buurt. Iedereen kent iedereen. We organiseren wekelijks barbecues. De kinderen gaan vaak naar logeerpartijtjes. Iedereen is lid van de lokale zeilclub, ook als ze zelf geen boot hebben. Eenmaal jullie gesetteld zijn, zullen jullie het hier goed naar jullie zin hebben.” “Bedankt, Kimberly,” zei Kyle en hij begeleidde haar naar de deur. “We kijken er al naar uit om iedereen te ontmoeten. En hartelijk dank voor de brownies.” Toen ze vertrokken was, vergrendelde hij met veel vertoon de deur. “Ze leek me lief,” zei hij. “Hopelijk is iedereen hier zo.” “Ja, ik vond haar sympathiek,” zei Jessie. “Ze was een beetje nieuwsgierig, maar ik neem aan dat mensen hier zo zijn. Ik zal eraan moet wennen dat we niet meer anoniem zijn.” “Het zal een hele aanpassing zijn.” gaf Kyle toe. “Maar ik denk dat we het uiteindelijk wel beter zullen vinden dat we de namen van onze buren kennen en dat we onze deur niet hoeven te vergrendelen.” “Ik heb gezien dat je de deur net vergrendeld hebt.” merkte Jessie op. “Dat is omdat ik dacht aan wat Kimberly zei over het inwijden van het huis,” zei hij terwijl hij dichterbij kwam en voor de tweede maal in tien minuten tijd zijn shirt uittrok. “En ik word niet graag gestoord terwijl ik aan het inwijden ben.” * Jessie lag later die avond in bed en keek naar het plafond met een glimlach op haar gezicht. “Op dit tempo gaan die extra slaapkamers snel gevuld zijn,” zei Kyle, alsof hij haar gedachten lezen kon. “Ik denk niet dat we dit tempo zullen kunnen volhouden wanneer jij op kantoor begint en mijn nieuwe semester start.” “Ik wil best een poging doen als jij helpt,” zei hij en hij zuchtte diep. Ze voelde dat zijn lichaam ontspande terwijl hij naast haar lag. “Ben je dan helemaal niet zenuwachtig?” vroeg ze. “Waarvoor zou ik zenuwachtig zijn?” “Voor alles - hoger salaris, nieuwe stad, nieuw huis, nieuwe levensstijl, alles nieuw.” “Niet alles is nieuw,” zei hij. “Teddy en Melanie ken je al.” “Ik heb Teddy drie keer ontmoet en Melanie één keer. Hem ken ik amper. En haar kan ik me slechts vaag herinneren. Enkel omdat jouw beste vriend van de middelbare school vlakbij woont, ben ik niet zomaar meteen op mijn gemak met ons nieuwe leven.” Ze wist dat dit tot ruzie kon leiden, maar ze kon zichzelf niet tegenhouden. Kyle liet zich niet opjutten. In plaats daarvan rolde hij op zijn zij en streelde zachtjes met zijn vinger over haar rechterschouder, vlak naast het lange, maanvormige litteken dat bijna 15 cm lang was en van haar bovenarm tot het begin van haar hals liep. “Ik weet dat je ongerust bent,” zei hij teder. “En je hebt er goede redenen voor. Alles is nieuw. En ik weet dat dat beangstigend is. Ik kan je niet vaak genoeg zeggen hoe erg ik waardeer dat je zoveel hebt opgeofferd .” “Ik weet dat het op het einde allemaal goed zal komen,” zei ze, zachter. “Maar het is nu nog veel om te verwerken zo alles tegelijk.” “Daarom zal het goed zijn om Teddy en Mel morgen te zien. We zullen de band herstellen en dan hebben we mensen die we kennen in deze buurt die ons kunnen helpen terwijl we onze draai proberen te vinden. Zelfs twee mensen kennen zal de overgang veel gemakkelijker maken.” Hij geeuwde diep en Jessie wist dat hij snel weg zou zijn. Zo'n diepe geeuw betekende meestal dat hij binnen de zestig seconden in slaap zou zijn. “Ik weet dat je gelijk hebt,” zei ze, vastberaden om de avond op een positieve noot te eindigen. “Het zal vast heerlijk zijn.” “Dat is zo,” zei Kyle slaperig. “Ik hou van je.” “Ik hou ook van jou,” zei Jessie en ze was niet zeker of hij haar nog gehoord had voor hij in slaap gevallen was. Ze luisterde naar zijn diepe ademhaling en probeerde het ritme te gebruiken om zelf in slaap te vallen. De stilte maakte haar onrustig. Ze was gewend geworden aan de rustgevende geluiden van de stad wanneer ze ging slapen.Ze miste het getoeter van de auto's op straat, het geroep van de mannen die in financiën werkten dat weerkaatste tussen de hoogbouw, het gepiep van trucks die achteruit reden. Jarenlang waren deze geluiden haar witte ruis. Nu had ze enkel het zachte geronk van de luchtfilter in de hoek van de kamer om al die geluiden te vervangen. Af en toe dacht ze dat ze een krakend geluid in de verte hoorde. Het huis was meer dan dertig jaar oud, dus het was normaal dat het huis zich begon aan te passen. Ze probeerde diep adem te halen, zowel om de andere geluiden te overstemmen als om zichzelf te kalmeren. Een gedachte bleef terugkomen. Ben je zeker dat het hier allemaal zo fantastisch zal zijn? Het volgende uur bleef ze haar twijfels van alle kanten bekijken om ze dan met een schuldgevoel weg te schuiven. Uiteindelijk gaf ze toe aan haar vermoeidheid en viel in slaap. HOOFDSTUK TWEE Jessie probeerde ondanks het voortdurende geroep te vechten tegen de hoofdpijn die aan de rand van haar schedel aan het zeuren was. Daughton, de lieve, maar bijzonder luide driejarige zoon van Edward en Melanie Carlisle, had de laatste twintig minuten het spel “ontploffing” gespeeld. Het spel bestond voornamelijk uit Daughton die “boem!” riep. Noch Melanie (“zeg maar Mel”) noch Edward (“Teddy” voor de vrienden) leek zich te storen aan het periodieke gegil, dus deden Jessie en Kyle ook maar alsof het perfect normaal was. Ze zaten in de woonkamer van de Carlisles en ze praatten nog even bij voor ze samen naar de haven zouden kuieren voor de brunch. De Carlisles woonden maar drie huizenblokken daar vandaan. Kyle en Teddy hadden het laatste half uur buiten zitten praten terwijl Jessie opnieuw kennis maakte met Mel in de keuken. Ze herinnerde zich Mel vaag van een van hun vorige ontmoetingen, maar na slechts enkele minuten ontstond er een aangename sfeer. “Ik zou Teddy kunnen vragen om te barbecueën, maar ik wil niet dat jullie ziek worden tijdens jullie eerste week hier,” zei Mel bijtend. “Het is veiliger om iets te gaan eten aan de waterkant.” “Niet de beste kok?” vroeg Jessie met een kleine grijns. “Laat me het zo zeggen: als hij ooit voorstelt om te koken, doe dan alsof je opeens weg moet voor een noodgeval. Want als je iets eet wat hij klaargemaakt heeft, dan zit je met een echt noodgeval.” “Wat zei je, schatje?” vroeg Teddy terwijl hij en Kyle binnenkwamen. Teddy was een papperige man met een stevige buik en blond haar met een terugwijkende haargrens. Hij was bleek en zag eruit alsof hij na vijf minuten in de zon zou verbranden. Jessie had de indruk dat zijn karakter ook zo was - meegaand en gemakkelijk manipuleerbaar. Een diep verborgen instinct dat moeilijk te beschrijven was, maar dat ze had leren vertrouwen door de jaren heen, vertelde haar dat Teddy Carlisle een zwakke man was. “Niets, lieveling,” zei Mel terwijl ze naar Jessie knipoogde. “Ik geef Jessie wat essentiële informatie om in Westport Beach te overleven.” “Juist,” zei hij. “Vergeet haar niet te vertellen over het verkeer in de buurt van Jamboree Road en de Pacific Coast Highway. Dat kan verschrikkelijk zijn.” “Dat was het volgende op mijn lijstje,” zei Mel onschuldig en ze stond op van de keukenkruk. Terwijl ze naar de woonkamer ging om Daughtons speelgoed van de grond op te rapen, merkte Jessie op dat haar tengere figuur door pezige spieren afgetekend stond in haar tennisrokje en polo topje. Haar kuiten werden stevig en haar biceps strekte zich op een indrukwekkende manier toen ze met een snelle beweging een tiental Matchbox autootjes opveegde. Haar hele verschijning: haar korte, zwarte haar, haar ongebreidelde energie en haar we-nemen-geen-gevangenen blaffende stem, alles gaf de indruk dat ze een harde, no-nonsense vrouw uit New York was. En dat was ze vroeger ook. Jessie was meteen dol op haar, maar ze begreep niet waarom ze samen was met een saaie man zoals Teddy. Het stoorde haar een beetje. Jessie was trots op haar vaardigheid om mensen te lezen. En deze leemte in het informele profiel dat ze had gemaakt, was verontrustend. “Iedereen klaar om te vertrekken?” vroeg Teddy. Ook hij was netjes gekleed in een los shirt met knopen en een witte broek. “Haal je zoon en dan zijn we allemaal klaar om te vertrekken,” zei Mel scherp. Teddy was duidelijk gewend om zo aangesproken te worden en hij ging zonder een woord te zeggen de “explosie” machine halen. Een paar seconden later hoorden ze gegil toen hij terugkwam en Daughton ondersteboven vasthield. De jongen stribbelde met al zijn macht tegen. “Papa, stop!” gilde de jongen. “Zet hem neer, Edward,” siste Mel. “Hij zette een grote mond op,” zei Teddy terwijl hij zijn zoon neerzette. “Ik moest hem eraan herinneren dat zoiets niet oké is.” “En wat als hij was gevallen en op zijn hoofd beland was?” drong Mel aan. “Dan zou hij een belangrijke les geleerd hebben,” antwoordde Teddy achteloos. Blijkbaar maakte dat scenario hem helemaal niet ongerust. Kyle gniffelde waarderend en stopte pas toen hij de afkeurende blik van Jessie zag. Hij probeerde de lach nog om te zetten in een kuch, maar het was al te laat en hij haalde zijn schouders op met een verontschuldigende blik. Terwijl ze samen naar de haven liepen via het goed verzorgde pad dat parallel liep met de hoofdweg, keek Jessie naar de manier waarop zijzelf en Kyle gekleed waren in vergelijking met hun tegenhangers. Zelfs Daughton, die zijn vaders bleke huid had, maar de donkere haren van zijn moeder, droeg een gestreken, korte broek en een shirt met een kraagje. Kyle droeg een bermudashort en een T-shirt en Jessie had op het laatste moment snel een losse jurk aangetrokken. “Weten jullie zeker dat we goed gekleed zijn voor brunch bij jullie club?” vroeg ze bezorgd aan Mel. “O, maak je maar geen zorgen. Jullie zijn onze gasten. De kledingvoorschriften gelden niet voor jullie. Enkel de clubleden krijgen zweepslagen als ze niet de juiste kleding dragen. En omdat Daughton nog jong is, wordt hij waarschijnlijk maar een klein beetje gebrandmerkt.” Mel had waarschijnlijk de blik op Jessies gezicht gezien, want ze legde meteen haar hand op haar pols en voegde toe, “Ik maak maar een grapje.” Jessie glimlachte gespannen om haar eigen onvermogen om zich te ontspannen. Net op dat ogenblik rende Daughton voorbij en zijn indrukwekkende “boem” deed haar omhoog springen. “Hij heeft veel energie,” zei ze en ze probeerde het te laten klinken alsof ze dat bewonderde. “Ik wou dat ik dat in flessen kon bewaren.” “Ja,” zei Mel. “Hij is een handvol. Maar ik hou van hem. Het is vreemd hoe de dingen die je storen bij de kinderen van andere mensen ineens charmerend zijn als het om je eigen kind gaat. Je zal het zelf wel merken wanneer het jou overkomt. Als dat is wat je wil tenminste.” “Het is wat ik wil,” zei Jessie. “We zijn er al een tijdje over aan het praten. Er zijn gewoon wat dingen tussengekomen. Maar we hopen dat de verandering van omgeving zal helpen.” “Nou, ik waarschuw je alvast. Het onderwerp zal vaak aan bod komen bij de vrouwen die je vandaag zal ontmoeten. Ze praten graag over kinderen en alles wat met kinderen te maken heeft. Ze zullen hoogstwaarschijnlijk vragen stellen over je plannen. Maar maak je geen zorgen. Dat is gewoon de standaardconversatie hier.” “Bedankt voor de waarschuwing,” zei Jessie en ze bereikten het einde van het pad. Ze stopte even om van het uitzicht te genieten. Ze stonden op het einde van een klif met zicht over Balboa Island en Promontory Bay. Iets verder weg was het Balboa schiereiland, het laatste stukje land voor het begin van de Stille Oceaan. Het diepblauwe water liep zo ver als het oog reikte en smolt uiteindelijk samen met de lichtere, azuurblauwe lucht waarop enkele donzige wolken dreven. Het was adembenemend. Dichterbij zag ze de drukke jachthaven waar de boten binnen en buiten voeren volgens een of ander onzichtbaar systeem dat beter georganiseerd en mooier was dan op de autosnelweg. De mensen, die van hieruit zo klein als mieren leken, liepen op de pier en bezochten de vele winkels en restaurants. Ze zag dat er een boerenmarkt aan de gang was. Het pad liep uit op een enorme, stenen trap die naar de pier leidde. Ondanks de houten reling langs beide kanten, was de trap toch wat intimiderend. “Het pad komt ongeveer binnen vijftig meter terug en kronkelt dan naar beneden tot aan de haven,” zei Mel toen ze de terughoudendheid van Jessie speurde. “We kunnen die weg nemen in plaats van de trappen, maar dan duurt het twintig minuten langer en het uitzicht is minder mooi.” “Nee, dit is oké,” verzekerde Jessie haar. “Ik heb alleen mijn Stairmaster oefeningen al een tijdje niet meer gedaan en opeens heb ik daar spijt van.” “Je benen zeggen enkel in het begin auw,” zei Daughton terwijl hij voor haar uitsprong en de leiding nam. “Altijd leuk om door een peuter voor schut te worden gezet,” zei Jessie en ze probeerde te lachen. Ze begonnen met de afdaling van de trappen. Daughton ging eerst, dan Mel, Jessie, Kyle en Teddy kwam als laatste. Na een minuutje was Daughton al ver voor hen en snelde Mel naar beneden om hem in te halen. Jessie hoorde de mannen praten achter haar, maar kon niet helemaal verstaan wat ze zeiden. En door de verraderlijke treden was ze niet geneigd om zich om te draaien om erachter te komen. Toen ze ongeveer halverwege de trappen waren, zag ze een meisje van in de twintig de trappen op komen. Ze droeg enkel een bikini en flip-flops en ze droeg een strandtas over haar schouders. Haar haren waren nog nat van het water en druppeltjes zweet liepen naar beneden over haar naakte, zongebruinde huid. Haar rondingen waren indrukwekkend en haar bikini bedekte ze nauwelijks. Ze zag eruit alsof ze elk moment uit haar bikini barsten kon. Jessie probeerde niet te staren toen ze elkaar kruisten en ze vroeg zich af of Kyle hetzelfde deed. “Verdomd mooie kont dat ze heeft,” hoorde ze Teddy een paar seconden later zeggen. Jessie voelde zich verstijven, niet enkel door de botheid van de uitspraak, maar ook omdat het meisje bijna zeker nog dicht genoeg in de buurt was om het te horen. Ze was geneigd om zich om te draaien en hem een blik te werpen, maar toen hoorde ze de stem van Kyle. “Ja toch?” voegde hij toe, giechelend als een schooljongen. Ze bleef staan. Toen Kyle haar bereikt had, greep ze zijn arm. Teddy bleef ook staan, met een verraste blik op zijn gezicht. “Ga maar verder, Teddy,” zei ze met een plastic glimlach op haar gezicht. “Ik heb mijn man even nodig.” Teddy keek haar aan met een blik alsof hij wist waarover het ging en liep verder zonder commentaar. Toen ze zeker was dat hij hen niet meer kon horen, richtte ze zich tot haar echtgenoot. “Ik weet dat hij je vriend is vanop de middelbare school,” fluisterde ze. “Maar is het mogelijk om je niet te gedragen alsof je nog op school zit?” “Wat?” vroeg hij defensief. “Dat meisje kon Teddy en zijn vieze toon waarschijnlijk horen. En jij moedigt hem nog aan ook? Niet oké.” “Het is niet zo’n probleem, Jess,” drong hij aan. “Hij maakte gewoon een grapje. Misschien voelde ze zich wel gevleid.” “En misschien vond ze het gluiperig. Hoe dan ook, ik heb liever niet dat mijn echtgenoot meedoet aan het objectiveren van vrouwen. Is dat een redelijke vraag van me?” “Jezus. Ga je altijd zo reageren als er een meisje in een badpak voorbij loopt?” “Ik weet het niet, Kyle. Ga jij elke keer zo reageren?” “Komen jullie?” riep Teddy. De Carlisles waren ongeveer vijftig treden verder. “We komen,” riep Kyle voor hij het volume van zijn stem verminderde. “Tenminste, als dat nog oké is voor jou.” Hij liep verder voor ze kon antwoorden. Hij nam twee treden tegelijk. Jessie dwong zichzelf lang en traag te ademen en hoopte dat ze alle frustratie samen met de lucht in haar longen kon uitademen. We zijn nog niet eens helemaal verhuisd en hij verandert al in het soort van klootzak dat ik mijn hele leven heb proberen te vermijden. Jessie probeerde zichzelf eraan te herinneren dat één domme opmerking door de invloed van een oude vriend van op de middelbare school nog niet betekende dat haar echtgenoot nu opeens een Filistijn geworden was. Maar ze kon het idee niet van zich afschudden dat dit nog maar het begin was. HOOFDSTUK DRIE Jessie was nog steeds in stilte woedend toen ze vijf minuten later de lobby van Club Deseo binnenliepen. Daar kregen ze de nodige afkoeling door de airconditioning. Het was al erg warm geworden. Jessie keek rond en probeerde een indruk te vormen van de locatie. Teddy had haar verteld dat de naam “club van wensen” betekende. Ze vond de naam wat overdreven in vergelijking met wat ze zag. Ze had de ingang van de club bijna niet gezien. Het was een ongemarkeerde, verweerde, eiken deur in een bescheiden gebouw aan de rustigere rand van de haven. Er was niets bijzonders aan de lobby, enkel een eenvoudige staander voor hostesses die op dat moment bemand werd door een ijverig uitziende brunette van begin in de twintig. Teddy boog zich naar haar toe en sprak met haar op een stille toon. Ze knikte en toonde de groep de weg door een smalle hal. Pas toen een andere, al even mooie, blonde vrouw haar vroeg om haar handtas in een mandje te leggen, begreep Jessie dat de hal ook een stijlvolle metaaldetector was. Eenmaal ze door de hal gelopen waren, gaf de vrouw haar de handtas terug en ze verzocht haar de anderen te volgen doorheen een tweede, met hout beklede deur die bijna verdween in de muur. Als ze alleen was geweest, zou ze de deur misschien zelfs niet opgemerkt hebben. Vanaf het moment dat ze door die tweede deur stapten, was er niets meer te merken van alle bescheidenheid die ze opgemerkt had in de lobby. De spelonkachtige, cirkelvormige zaal die ze aanschouwde had twee verdiepingen. De bovenste verdieping, waar zij zich nu bevond, had rondom tafeltjes van waar je kon neerkijken op de lagere verdieping die bereikbaar was via een brede trap. Beneden zag ze een kleine, centrale dansvloer die omringd was door meerdere tafels. De zaal zag eruit alsof ze ontworpen was met hergebruikt hout van oude zeilschepen. De planken die gebruikt werden voor de muren hadden verschillende kleur- en lichtschakeringen. Je zou denken dat die mengelmoes niet kon werken, maar op een of andere manier werkte het wel en het gaf de zaal een maritieme sfeer die eerbiedig was en niet kitscherig. Het meest indrukwekkende element bevond zich aan de andere kant van de ruimte. Aan het deel van de club dat naar de zee gericht was, was er een gigantisch, glazen raam. De helft van het raam was boven water, de andere helft bevond zich onder water. Afhankelijk van waar je zat, zag je de horizon of vissen die in scholen onder het wateroppervlak voorbij zwommen. Het was ongelooflijk. Ze werden naar een grote tafel gebracht op de benedenverdieping waar een groep van ongeveer vijftien mensen op hen aan het wachten was. Teddy en Mel stelden hen voor, maar Jessie deed niet eens de moeite om al die namen te onthouden. Ze kwam te weten dat er vier koppels waren met alles samengeteld ongeveer zeven kinderen. In plaats daarvan glimlachte ze en knikte ze beleefd terwijl iedereen haar met meer informatie bestookte dan ze kon verwerken. “Ik werk in social media marketing,” zei een man die Roger or Richard heette. Hij bewoog zich erg zenuwachtig en elke keer wanneer hij dacht dat niemand aan het kijken was, prutste hij aan zijn neus. “We zijn nu tapijten voor aan de muur aan het uitkiezen,” zei de vrouw naast hem. Het was een brunette met blonde lokken in haar haar. Het zou kunnen dat dit zijn vrouw was, maar ze had in ieder geval duidelijk een oogje op de gebruinde man aan de andere kant van de tafel. Het ging maar door. Mel stelde iemand voor. Jessie deed geen moeite om hun naam te onthouden. In plaats daarvan probeerde ze iets te weten te komen over hun diepere aard op basis van hun uiterlijk, hun lichaamstaal en hun manier van spreken. Het was een spelletje dat ze vaak speelde als ze zich in een oncomfortabele situatie bevond. Na de introducties kwamen er twee mooie, jonge meisjes voorbij die alle kinderen, inclusief Daughton, meenamen naar de piratengrot. Een van de echtgenotes vertelde Jessie dat dit de naam was van het speelgebied voor de kinderen. Jessie nam aan dat het een mooie plek was, want er was geen verlatingsangst te bespeuren bij de kinderen die de tafel verlieten. Toen de kinderen weg waren, verliep de maaltijd zoals Mel voorspeld had. Twee vrouwen die eruit zagen als tweelingen vertelden een verhaal over een religieus zomerkamp. Het verhaal ging voornamelijk over de verschrikkelijke zangstem van de prediker. “Ze klonk alsof ze elk moment kon bevallen,” zei een van hen en de andere lachte met veel waardering. Voor zover dat Jessie sowieso aan het luisteren was, was het moeilijk om te volgen, want de twee vrouwen onderbraken elkaar de hele tijd en spraken vaak tegelijkertijd. De man met een massa krullend haar en een bolo tie was helemaal betoverd door zijn eigen verhaal over een hockey wedstrijd die hij gezien had vorige lente. Maar het verhaal was niet erg memorabel. Vijf minuten van het verhaal bestonden uit wie welke goal wanneer gescoord had. Jessie bleef maar wachten tot er een clou zou komen, bijvoorbeeld dat er een octopus op het veld gegooid werd of dat een fan over de muur geklommen was. Er was geen clou aan het verhaal. “Hoe dan ook, het was een fantastische wedstrijd.” zei hij eindelijk en ze wist dat ze nu waarderend moest glimlachen. “Beste. Verhaal. Ooit,” zei Mel droogweg tussen haar tanden door. Dat was het enige moment dat Jessie even gelukkig was en het gaf haar een kort gevoel van opluchting. Veel van de gesprekken waren discussies over verschillende toekomstige events op de club, inclusief het Halloweenfeest, het breng-de-boten-binnen feest (wat dat ook was) en het vakantiebal. “Wat is het breng-de-boten-binnen …” wou Jessie vragen, maar ze werd onderbroken toen een vrouw die twee stoelen verder zat, begon te gillen omdat een ober per ongeluk een glas water had omgestoten en ze enkele druppels op zich had gekregen. “Rotzak,” mompelde ze veel te luid toen de ober weg was. Vlak daarna stonden plots alle mannen op, kusten hun vrouwen en namen afscheid. Kyle keek verward naar Jessie, maar hij volgde de anderen. “Ik denk. Tot later?” Het klonk meer als een vraag dan als een mededeling. Jessie knikte beleefd hoewel ze net zo verward was. Ze had het gevoel dat ze in die scene van Titanic zat waarin alle mannen na het diner naar de andere kamer gaan om te roken en met een brandy in hun hand over zaken en politiek te praten. Jessie zag hoe de mannen tussen de tafels dwaalden tot ze een versierde, houten deur in de hoek van de zaal bereikten. Er stond een gespierde, humorloze man voor de deur. Hij zag eruit als een uitsmijter voor een nachtclub, buiten het feit dan dat hij een smoking droeg. Toen de mannen naderden, ging hij opzij staan om ze voorbij te laten. Het leek erop dat hij Kyle een sceptische blik wierp tot Teddy iets tegen hem mompelde. De uitsmijter knikte en glimlachte naar Kyle. De brunch ging ondertussen in een snel tempo verder. Net zoals Mel beloofd had, focuste de gesprekken zich op kinderen en toekomstige kinderen. Minstens twee van de vrouwen in de groep waren zwanger. “Ik bereid me er al op voor om de volgende barista die me een vieze blik werpt omdat ik borstvoeding geef een oorvijg te verkopen,” zei een vrouw die Katlyn of Kaitlyn heette. “Ik was veel te verdraagzaam na de geboorte van Warner.” “Dreig ermee om er een rechtszaak van te maken,” zij de brunette met de blonde lokken. “Ik heb dat gedaan en ik kreeg een voucher voor honderd dollars als verontschuldiging. Het beste was dat niemand eigenlijk iets verkeerds had gedaan. Ik heb gewoon geklaagd over een ‚oncomfortabele omgeving’.” Jessie was de enige vrouw aan tafel die geen kinderen had, maar ze probeerde deel te nemen aan het gesprek door beleefd te vragen naar de lokale basisschool (“een stortplaats”) in vergelijking met de privéschool waar al hun kinderen naartoe schenen te gaan. Terwijl Jessie luisterde naar de onenigheid over welke de beste dagopvang en kleuterschool was en de algemene opvattingen over de beste supermarkt, voelde ze hoe haar gedachten begonnen af te dwalen. Ze kneep zichzelf enkele keren onder tafel terwijl meningen werden gedeeld over de beste kerk, de beste lokale gym en de beste plek om een fantastische jurk te vinden voor het vakantiebal. Maar uiteindelijk gaf ze het op te proberen te volgen wie wat zei. Ze stopte zelfs met het geven van betekenisloze bevestiging en ze nam de rol van passieve waarnemer, alsof ze het sociale gedrag observeerde van een of andere ongebruikelijke diersoort in het wild. Is dit het leven waarvoor ik gekozen heb? Lunches met dames die zich afvragen welke gym de beste spinning sessie aanbiedt? Is dit de wereld waar Kyle zo graag deel van wil uitmaken? Als het dit is, ben ik liever dood. Op een gegeven moment besefte ze dat Mel op haar schouder tikte om te laten weten dat de brunch voorbij was en dat ze Daughton moest gaan oppikken. Blijkbaar zouden Teddy en Kyle op hen wachten in de lobby. Jessie knikte en nam afscheid van de vrouwen wiens namen ze niet onthouden kon. Ze volgde Mel naar de piratengrot. Ze voelde zich gedesoriënteerd en uitgeput en wou naar huis om een bad te nemen, een glas wijn te drinken en te gaan slapen. Ze keek naar haar horloge en was geschokt toen ze zag dat het nog niet eens een uur ’s middags was. * Het zou nog uren duren voor ze zich kon ontspannen. Na de wandeling terug naar het huis van de Carlisles en het verplichte bezoek daar, gingen ze eindelijk naar huis. Maar eerst stopten ze bij Costco voor wat basisinkopen. Jessie kon zich de afkeurende gezichten van haar gezelschap tijdens de brunch al voorstellen. Later die avond, terwijl ze haar gezicht waste en Kyle zijn tanden poetste, waren ze eindelijk voldoende van de dag bekomen om erover te praten. “Wat gebeurde er in de geheime kamer waar je naartoe ging?” vroeg ze. “Was je verplicht je uit te kleden tot op je ondergoed en kreeg je tien zweepslagen?” “Ik was eigenlijk wat ongerust over wat er ging gebeuren achter die deur,” gaf Kyle toe terwijl ze naar de slaapkamer gingen. “Maar het bleek in essentie een goed ingerichte sportbar te zijn. Ze hadden wedstrijden op televisies, een ober die bestellingen kwam opnemen en enkele mannen die zich aan het omkleden waren in golftenue.” “Dus geen kamer om te roken met brandy?” vroeg ze en ze vroeg zich af of hij de verwijzing ging herkennen. “Niet in zoverre ik kon zien, maar ik merkte wel op dat Leonardo DiCaprio door de kleedkamer dwaalde.” “Bravo, echtgenoot,” zei Jessie waarderend terwijl ze in bed kroop. “Je hebt het nog steeds.” “Dankjewel, mijn vrouw,” antwoordde hij terwijl hij naast haar onder de lakens kroop. “Ik hoorde eigenlijk dat er ergens een sigarenkamer te vinden was, maar ik ben er niet naar op zoek gegaan. Ik denk dat die ergens weggeborgen is in een hoekje waar de niet-roken-regel van de club niet geldt. Maar ik vermoed dat ik een brandy zou gekregen hebben als ik daarom gevraagd had.” “Interessante mensen ontmoet?” vroeg ze sceptisch terwijl ze het licht uitdeed in de slaapkamer. “Vreemd genoeg wel,” zei hij. “Ze waren allemaal vrij cool. En aangezien twee van hen op zoek waren naar potentiële investeringen waren ze interessant voor mij. Ik denk dat de club een goede bron voor leads voor zaken kan zijn. En jij?” “Iedereen was vriendelijk,” zie Jessie aarzelend en ze hoopte dat de duisternis in de kamer haar gefronste wenkbrauwen verborg. “Heel lief en ze boden hulp aan voor alles wat ik nodig zou kunnen hebben.” “Waarom hoor ik een ‘maar’ aankomen?” “Nee, het is alleen dat er op geen enkel moment over iets anders gepraat werd dan kinderen, school en familie. Niemand had het over werk of actualiteiten. Het was gewoon allemaal zo provinciaal.” “Misschien wilden ze enkel controversiële onderwerpen vermijden omdat er iemand nieuw bij de brunch aanwezig was?” stelde Kyle voor. “Is werk tegenwoordig controversieel?” “Ik weet het niet, Jessie. Weet je zeker dat dat geen overhaaste conclusies zijn na een onschuldige bijeenkomst?” “Ik beweer niet dat ze de Stepford Wives zijn of zoiets,” drong ze aan. “Maar buiten Mel waren ze allemaal onophoudelijk narcistisch. Ik vermoed dat niemand van hen ooit meer dan een terloopse gedachte heeft over de wereld buiten hun eigen huis. Ik bedoel gewoon dat het na een tijdje claustrofobisch aanvoelde.” Kyle ging rechtop zitten. “Die woorden klinken bekend,” zei hij met ongerustheid in zijn stem. “Wordt niet kwaad op me. Maar de vorige keer dat je praatte over een claustrofobisch gevoel was toen -” “Ik herinner me de vorige keer,” onderbrak ze hem geërgerd. “Dit is niet hetzelfde.” “Oké,” zei hij voorzichtig. “Maar je begrijpt hopelijk wel dat ik moet vragen of je je goed voelt met je medicijnen tegenwoordig. Is de dosis nog juist? Denk je dat het nodig is om een afspraak te maken met dokter Lemmon?” “Alles is oké, Kyle,” zei ze en ze klom uit het bed. “Het gaat niet altijd daarover. Kan ik nooit meer mijn bedenkingen over iets uiten zonder dat je tot die conclusie komt?” “Natuurlijk wel,” zei hij. “Sorry. Kom weer naar bed.” “Ik bedoel, serieus. Jij was er niet bij. Terwijl jij aan het relaxen was met de jongens, had ik de hele tijd een plastic glimlach op mijn gezicht terwijl deze vrouwen praatten over het afpersen van koffiebars. Dat is geen kwestie van medicatie. Dat is een “die vrouwen zijn afschuwelijk”-kwestie.” “Sorry, Jess,” herhaalde hij. “Het was verkeerd van me om ervan uit te gaan dat het door de medicatie was.” Jessie keek hem aan. Langs de ene kant wilde ze hem vergeven, maar langs de andere kant wou ze hem er nog wat meer van langs geven. Ze besloot geen van beide te doen. “Ik ben binnen enkele minuten terug,” zei ze. “Ik moet alleen even stoom aflaten. Ik zeg nu vast goedenacht, voor het geval je al slaapt wanneer ik terugkom.” “Oké,” zei hij met tegenzin. “Goedenacht. Ik hou van je.” “Goedenacht,” zei ze en ze gaf hem een kus ondanks haar gebrek aan enthousiasme op dat moment. “Ik hou ook van jou.” Ze verliet de slaapkamer en dwaalde door het huis. Ze wachtte tot haar frustratie zakte terwijl ze van kamer tot kamer liep. Ze probeerde zijn afwijzende houding uit haar hoofd te zetten, maar het kwam elke keer weer naar boven ondanks haar inspanning. Ze was bijna rustig genoeg om weer naar bed te gaan toen ze hetzelfde krakende geluid hoorde als de vorige nacht. Maar deze nacht klonk het niet zo ver weg. Ze volgde het geluid tot ze de bron ervan vond - de zolder. Ze was blijven staan in de hal op de verdieping, vlak onder het luik dat naar de zolder leidde. Na een ogenblik aarzelen, trok ze aan het touw aan het luik en trok dit naar beneden. Het gekraak klonk zonder twijfel duidelijker nu. Ze klauterde via de ladder zo stil als ze kon naar boven en probeerde zich niet voor te stellen hoe zo'n situatie meestal afloopt in horrorfilms. Toen ze boven was, gebruikte ze de zaklamp van haar telefoon om de ruimte te doorzoeken. Maar buiten een paar oude, lege kartonnen dozen was de ruimte leeg. En het gekraak was nu opgehouden. Jessie klom voorzichtig naar beneden en duwde de ladder weer op zijn plaats. Ze was nu te opgejaagd om te slapen en zette haar dwaaltocht verder. Uiteindelijk eindigde ze in de slaapkamer die ze wilden gebruiken voor de baby als en wanneer er ooit een baby kwam. De kamer was leeg nu, maar Jessie kon zich voorstellen waar de wieg zou staan. In haar verbeelding zag ze de wieg tegen de verste muur staan met een mobiel die erboven hing. Ze leunde haar rug tegen de muur en liet zich naar beneden glijden tot ze op de grond zat met haar knieën voor haar gezicht. Ze klemde haar armen rond haar knieën en omhelsde zichzelf stevig. Zo probeerde ze zichzelf gerust te stellen dat het leven in deze vreemde, nieuwe omgeving beter zou zijn dan het tot nu toe leek. Interpreteer ik dit allemaal verkeerd? Ze kon niet anders dan zich afvragen of ze misschien toch haar medicijnen moest aanpassen. Ze wist niet zeker of te streng was geweest voor Kyle of misschien beoordeelde ze de vrouwen van Club Deseo te streng. Was het feit dat Kyle zich zo gemakkelijk kon aanpassen aan deze plek en zij niet een weerspiegeling van zijn aanpassingsvermogen, van haar breekbaarheid, of misschien van beide? Het leek wel alsof hij hier thuis was, alsof hij hier al jaren had gewoond. Ze vroeg zich af of zij ooit dat punt zou bereiken. Ze wist niet of ze misschien gewoon zenuwachtig was omdat haar laatste semester morgen begon en ze weer ondergedompeld zou worden in de wereld van het bestuderen van verkrachters, kinderlokkers en moordenaars. En ze wist niet zeker of dat gekraak dat ze elke keer hoorde echt was of enkel in haar verbeelding bestond. Op dit moment was ze nergens zeker van. En dat maakte haar bang. HOOFDSTUK VIER Jessie was kort van adem en haar hart klopte razendsnel. Ze was laat voor de les. Dit was haar eerste bezoek aan de campus van de University of California in Irving en het was een uitdaging geweest om haar klaslokaal te vinden. Nadat ze de laatste vierhonderd meter in de broeierige, late ochtendzon de campus doorkruist had, baande ze zich nu een weg door de deur. Er stonden kleine druppeltjes zweet op haar voorhoofd en haar topje was klammig. Professor Warren Hosta, een grote, magere man met een wantrouwende blik en een eenzame, droevige pluk grijs-zwart haar op zijn hoofd, was duidelijk in het midden van een zin toen ze om 10:04 de zaal binnenstormde. Ze had geruchten gehoord over zijn ongeduld en zijn over het algemeen botte houding en hij stelde niet teleur. Hij stopte en wachtte tot ze was gaan zitten terwijl hij haar de hele tijd aanstaarde. “Mag ik verdergaan?” vroeg hij sarcastisch. Goed begin, Jessie. Fantastische eerste indruk dat je maakt. “Sorry, professor,” zei ze. “De campus is nieuw voor me. Ik was de weg even kwijt.” “Ik hoop dat je vaardigheden voor speurwerk beter zijn dan je richtingsgevoel,” antwoordde hij neerbuigend en ging dan verder met de les. “Zoals ik net zei: voor de meesten onder jullie zal dit de laatste cursus zijn voor jullie het masterdiploma forensische psychologie behalen. Het zal niet gemakkelijk zijn.” Jessie opende haar rugzak zo stil mogelijk om een pen en een schrift eruit te halen, maar het geluid van de rits die stukje voor stukje geopend werd, leek door de hele zaal te weerklinken. De professor keek zijlings naar haar, maar stopte niet met praten. “Ik deel zo meteen de syllabus uit,” zei hij. “Maar eigenlijk wordt het volgende van jullie verwacht. Bovenop het standaard schoolwerk en de examens die daarbij komen kijken, zullen zij die nog geen thesis gemaakt hebben, hun thesis schrijven en verdedigen. Bovendien zal iedereen - of je thesis al af is of niet - een practicum moeten afleggen. Sommige studenten zullen toegewezen worden aan een gevangenis, ofwel het California Institute for Men in Chino, ofwel het California Institute for Women in Corona. In beide instellingen zijn er een aantal misdadigers die gewelddadige feiten gepleegd hebben te vinden. Andere studenten zullen de hoge risico unit van het DSH-Metropolitan bezoeken. Dit is een staatsziekenhuis in Norwalk. Zij behandelen geesteszieke criminelen, maar ongerustheid voor de lokale gemeenschap zorgt ervoor dat het ziekenhuis geen patiënten aanvaardt met een achtergrond van moord, seksuele misdaden of ontsnappingspogingen.” Een onzichtbare stroom elektriciteit bewoog zich doorheen de zaal toen alle studenten naar elkaar keken. Dit is waar ze op gewacht hadden. De rest van de les was vrij rechttoe rechtaan, met een beschrijving van het werk voor de cursus en meer informatie over het schrijven van de thesis. Jessie had gelukkig haar thesis al geschreven en verdedigd toen ze nog op USC zat, dus besteedde ze niet veel aandacht aan dat deel van de les. In plaats daarvan gingen haar gedachten terug naar de vreemde brunch en het feit dat ze zo van haar stuk gebracht was, ondanks alle warmte en vrijgevigheid. Pas toen het weer over het practicum ging, keerde haar aandacht terug naar de les. Studenten vroegen praktische en academische vragen. Jessie had zelf een vraag, maar besloot om te wachten tot na de les. Ze stelde de vraag liever niet voor de hele groep. De meeste van haar medestudenten wilden duidelijk in een van de gevangenissen werken. Het feit dat gewelddadige misdadigers door de gemeenschap uitgesloten waren in het ziekenhuis leek deze instelling minder populair te maken bij de studenten. Uiteindelijk gaf professor Hosta aan dat de les uit was en de zaal liep leeg. Jessie stak haar schrift heel langzaam weer in haar rugzak terwijl enkele studenten vragen stelden aan Hosta. Pas toen iedereen de zaal verlaten had en de professor zelf op het punt stond om te ervandoor te gaan, sprak Jessie hem aan. “Nogmaals sorry dat ik zo laat was, professor Hosta,’ zei ze en ze probeerde niet te onderdanig te klinken. Na het bijwonen van een les had ze al de indruk gekregen dat Hosta een hekel had aan kruiperig gedrag. He leek een voorkeur te hebben voor leergierigheid, zelfs als die grensde aan botheid in plaats van eerbiedigheid. “Je klinkt niet echt verontschuldigend, mevrouw …” merkte hij op en hij trok een wenkbrauw omhoog. “Hunt, Jessie Hunt. En ik geef toe dat ik me niet erg schuldig voel,” gaf ze toe en besliste op dat ogenblik dat ze meer succes zou hebben met deze man als ze rechtuit sprak tegen hem. “Ik nam alleen aan dat het beter was om beleefd te zijn als ik een antwoord wilde op mijn eigenlijke vraag.” “En die is…?” vroeg hij, zijn wenkbrauwen omhoog getrokken in een uitdrukking van verraste nieuwsgierigheid. Ze had zijn aandacht. “Ik merkte dat u zei dat DSH-Metro geen patiënten aanvaardt met een achtergrond van geweld.” “Dat is correct,” zei hij. “Dat is hun beleid. Ik heb simpelweg hun website geciteerd.” “Maar professor, we weten allebei dat dat niet helemaal de waarheid is. Het Norwalkziekenhuis heeft een kleine, gesloten afdeling voor patiënten die afschuwelijke misdaden hebben gepleegd, inclusief seriemoorden, verkrachting en allerlei overtredingen met kinderen als slachtoffer.” Hij keek haar lange tijd onbewogen aan voor hij antwoordde. “Volgens het departement van staatsziekenhuizen zijn dat soort van gevallen in behandeling in het DSH-Atascadero in San Luis Obispo,” antwoordde hij met een uitdrukkingsloos gezicht. “Bij Metro worden geen gewelddadige daders behandeld. Ik weet niet waar je die informatie vandaan haalt.” “U weet het wel,” zei Jessie met veel meer zelfvertrouwen dan ze zelf verwacht had. “De afdeling heet de Non-Rehabilitative Division, of kortweg NRD. Maar dat is de saaie benaming die gebruikt wordt voor publieke consumptie. Intern en in de kringen van de criminele justitie staat de NRD bekend als de “hoge risico” unit van DSH-Metro. Ik merkte op dat u deze benaming gebruikte tijdens de les.” Hosta antwoordde niet. In plaats daarvan bestudeerde hij haar enkele seconden ondoorgrondelijk voor hij een subtiele glimlach toeliet op zijn gezicht. Dit was de eerste keer dat ze iets zoals een glimlach op zijn gezicht zag verschijnen. “Loop even mee,’ zei hij en hij maakte een gebaar om aan te geven dat ze de zaal moest verlaten. “Je wint de speciale prijs, mevrouw Hunt. Het is drie semesters geleden dat een student de laatste keer mijn kleine woordtrucje opgemerkt heeft. Iedereen is zo teleurgesteld door de regels van de gemeenschap dat niemand zich achteraf afvraagt waar de benaming hoge risico instelling vandaan komt. Maar je kende de NRD duidelijk al lang voor je vandaag de les binnenliep. Wat weet je erover?” “Nou,” begon ze voorzichtig, “Ik studeerde tijdens de eerste semesters aan de USC en daar is het bestaan van de NRD zo een beetje een publiek geheim omdat het zo dichtbij is. “Mevrouw Hunt, nu ben je dingen aan het verbergen. Het is geen publiek geheim. Zelfs binnen ordehandhaving en de psychiatrische gemeenschap is dit een goed bewaakt geheim. Ik zou schatten dat er minder dan tweehonderd mensen in de regio op de hoogte zijn van het bestaan van de afdeling. En maar de helft daarvan weet wat er echt gaande is in deze instelling. Maar om een of andere reden ben jij hiervan op de hoogte. Leg me dat alsjeblieft uit. En deze keer iets minder voorzichtige terughoudendheid.” Nu was het de beurt aan Jessie om te beslissen hoeveel informatie ze wilde delen. Je bent nu zover gekomen. Je kan al evengoed de laatste stap zetten. “Het was het onderwerp van mijn thesis,” zei ze. “Ik werd bijna van school gestuurd daardoor.” Hosta bleef stilstaan en keek haar even verbijsterd aan voor hij zichzelf weer een beheerste houding gaf. “Dus dat was jij?” vroeg hij en hij klonk onder de indruk terwijl hij verder door de hal liep. “Die thesis is legendarisch volgens degenen die hem gelezen hebben. Als ik het me goed herinner, was de titel iets in de trant van ‚De invloed van lange termijn gevangenschap met rehabilitatie als doel op geesteszieke misdadigers.’ Maar niemand heeft kunnen ontdekken wie de echte onderzoeker was. Er waren immers geen gegevens te vinden voor een ‚Jane Don’t.’” “Ik moet toegeven dat ik trots ben op die naam. Maar het was niet mijn beslissing om een valse naam te gebruiken.” gaf Jessie toe. “Wat bedoel je?” vroeg Hosta en hij was duidelijk nieuwsgierig. Jessie vroeg zich af of ze nog binnen de grenzen was van wat ze mocht zeggen. Maar ze herinnerde zich de reden waarom ze in de eerste plaats de opdracht had gekregen om samen te werken met Hosta en ze besliste dat er geen reden was om bedeesd te zijn. “De adviseur van mijn richting gaf de thesis aan de decaan,” verklaarde ze. “Hij haalde er onmiddellijk enkele personen van ordehandhaving en de medische wereld bij. Ik mag deze personen enkel vermelden onder de noemer ‚het panel’. Ik werd negen uur lang ondervraagd zodat ze konden constateren dat ik werkelijk een academisch onderzoek aan het schrijven was en niet in het geheim een journalist was, of nog iets ergers.” “Dat klinkt spannend,” zei Hosta. Hij zei het in alle ernst. “Zo klinkt het misschien. Maar toen was griezelig een woord dat meer van toepassing was. Uiteindelijk beslisten ze dat ze me niet zouden arresteren. Zij waren immers degenen die de geheime, psychiatrische gevangenis hadden, niet ik. De school ging ermee akkoord dat ik technisch gezien niets verkeerd had gedaan en besloten me niet te schorsen, hoewel alles in mijn thesis als geheim werd geklasseerd. Het departement besliste dat mijn verhoor door de autoriteiten dienst kon doen als de verdediging van mijn thesis. En ik heb verschillende documenten ondertekend met de belofte dit onderwerp nooit met iemand te bespreken, inclusief mijn echtgenoot, of ik zou kunnen worden vervolgd. Ze hebben me wel niet verteld wat de aanklacht zou kunnen zijn.” “Hoe komt het dan, mevrouw Hunt, dat we nu dit gesprek voeren?” “Ik kreeg een … laten we het een vrijstelling noemen. Ik mocht mijn opleiding voortzetten en mijn eigen voorwaarden daarvoor stellen. Maar om mijn opleiding af te maken, moest mijn nieuwe departementsadviseur op zijn minst oppervlakkig op de hoogte gebracht worden van wat ik geschreven had. De hogere machten bekeken de faculteiten aan alle universiteiten in Orange County en kwamen tot de conclusie dat enkel u voldeed aan hun voorwaarden. De school heeft een masterprogramma in criminele psychologie. U bent de directeur daarvan. U heeft een band met de NRD en heeft daar veldwerk verricht. U heeft het instituut zelfs opgezet als een optie voor het practicum voor de zeldzame gevallen dat een student interesse toont en veelbelovend is. U bent mijn enige optie in een straal van tachtig kilometer.” “Ik neem aan dat ik me vereerd moet voelen. En wat als ik weiger om je departementsadviseur te worden?” vroeg hij. “U hoort bezoek ontvangen te hebben van iemand die het panel vertegenwoordigt om hierover te praten - hoe dit in uw voordeel kan zijn, enz. Het verbaast me dat dat niet gebeurd is. Ze zijn meestal heel erg grondig.” Hosta dacht even na. “Ik heb verschillende e-mails en een spraakbericht ontvangen van een zekere dokter Ranier,” zei hij. “Maar ik herkende de naam niet, dus ik heb ze genegeerd.” “Ik raad u aan om het bericht te beantwoorden, professor,” stelde Jessie voor. “Het is mogelijk dat het om een pseudoniem gaat van iemand die u al kent.” “Dat zal ik doen. In elk geval ga ik ervan uit dat ik niet het verplichte papierwerk zal moeten verrichten om u een toelating te geven om uw practicum af te leggen bij de NRD?” “Het practicum daar afleggen was de bijzondere voorwaarde die ik eerder vermeldde. Het is de reden waarom ik de geheimhoudingsovereenkomst zonder al te veel ophef heb ondertekend.” zei Jessie en ze kon de opwinding in haar stem niet verbergen. “Ik wacht hier al bijna twee jaar op.” “Twee jaar?” vroeg Hosta verbaasd. “Als u uw thesis zo lang geleden hebt geschreven, waarom hebt u dan uw diploma nog niet behaald?” “Dat is een lang verhaal dat ik een andere keer zal vertellen. Kan ik er alvast vanuit gaan dat ik uw goedkeuring heb om mijn practicum af te leggen bij DSH-Metro, specifiek in de NRD?” “Als uw verhaal klopt, ja,” zei hij toen ze de deur van zijn kantoor bereikten. Hij opende de deur, maar nodigde haar niet uit om binnen te komen. “Maar ik moet de vraag stellen die ik aan alle studenten stel die vragen om hun veldwerk daar te doen - weet u zeker dat u het wil doen?” “Hoe kunt u dat vragen, na wat ik u net verteld heb?” “Omdat het één zaak is om over de mensen die daar opgesloten zitten te lezen,” antwoordde hij. “Maar het is heel wat anders om met ze om te gaan. Het wordt snel heel intens. Ik begrijp uit wat u geschreven heeft in uw thesis dat u meer weet over enkele van de gevangenen die in de instelling wonen?” “Ik weet meer over enkele van hen. Ik weet dat Delmond Stokes, een serieverkrachter uit Bakersfield in de instelling zit. En de moordenaar van verschillende kinderen die vorig jaar werd gearresteerd door die politieagente op pensioen is er ook. En ik ben er vrij zeker van dat Bolton Crutchfield daar vastzit.” Hosta staarde haar aan, alsof hij aan het beslissen was of hij haar wel of niet zou vertellen wat hij aan het denken was. Uiteindelijk leek hij een beslissing genomen te hebben. “Dat is de gevangene die je wil observeren, nietwaar?” “Ik geef toe dat ik nieuwsgierig ben,” zei Jessie. “Ik heb veel verhalen over hem gehoord. Ik weet niet hoeveel daarvan de waarheid zijn.” “Een verhaal dat zeker waar is, is dat hij over een periode van een zestal jaar negentien mensen op brutale wijze vermoord heeft. Zelfs als alle andere verhalen leugens zijn, is dat nog steeds een feit. Verlies dat nooit uit het oog.” “Heeft u hem ooit ontmoet?” vroeg Jessie. “Ik heb hem ontmoet. Ik heb hem tweemaal geïnterviewd.” “En wat was uw indruk van hem?” “Mevrouw Hunt, dat is een lang verhaal dat ik op een andere keer zal moeten vertellen, herhaalde hij haar eigen woorden. “Voorlopig zal ik alvast contact opnemen met Dr Ranier en nagaan of je te goeder trouw bent. Als dat zonder problemen verloopt, zal ik contact met je opnemen om je practicum te organiseren. Ik weet dat je zo snel mogelijk zal willen beginnen.” “Liefst morgen al, als dat mogelijk was.” “Wel, het zal iets langer duren. Probeer ondertussen niet te ongeduldig te zijn. Goedendag verder, mevrouw Hunt.” En daarmee sloot hij de deur naar zijn kantoor en liet hij Jessie in de hal staan. Ze draaide zich om en wou ervandoor gaan. Terwijl ze om zich heen keek, besefte ze dat ze zo in het gesprek was opgegaan dat ze niet op haar omgeving had gelet. Ze wist niet waar ze was. Ze bleef even staan en beeldde zichzelf in dat ze oog in oog stond met Bolton Crutchfield. Die gedachte was zowel opwindend als beangstigend. Ze had al langer de wens - nee, de behoeft - om met hem te praten. De mogelijkheid dat dat nu snel zou gebeuren, deed haar tintelen van anticipatie. Ze had antwoorden nodig op vragen waarvan niemand zelfs wist dat ze deze wou stellen. En hij was de enige die de antwoorden had. Maar ze wist niet zeker of hij haar vragen zou beantwoorden. En zelfs als hij daartoe bereid was, wat zou hij daarvoor in ruil vragen? HOOFDSTUK VIJF Jessie was zo opgewonden dat ze Kyle opbelde onderweg naar huis, hoewel ze wist dat hij het altijd razend druk had overdag en hij bijna nooit zijn telefoon beantwoordde. Dat was nu ook het geval, maar ze kon het niet laten om een bericht achter te laten. “Hoi, schat,” zei ze na de pieptoon. “Ik wilde je alleen vertellen dat mijn dag heel goed ging. De professor is een interessante figuur, maar ik denk dat ik goed met hem zal kunnen samenwerken. En ik hoop snel met mijn practicum te kunnen beginnen, misschien zelfs deze week al, als alles lukt. I duizel er zelfs een beetje van. Ik hoop dat jouw dag even goed gaat. Ik wil graag een speciaal diner voor ons beiden klaarmaken vanavond, zeker nu we eindelijk de dozen met de potten en pannen gevonden hebben. Zeg me om hoe laat je thuiskomt en ik maak iets lekkers voor ons klaar. We kunnen een van die flessen wijn openen die we opzij gehouden hebben en misschien kunnen we aan ons plan voor gezinsuitbreiding werken. Oké, tot snel. Ik hou van je.” Ze stopte onderweg bij Bristol Farms en kocht enkele branzino zeebaarzen. Die wilde ze vullen en in hun geheel klaarmaken. Ze vond ook aspergebroccoli die er goed uitzag en nam daar wat van mee. En toen ze naar de kassa liep, zag ze ook nog wat fingerling aardappelen die ze mee grabbelde. Ze kwam in de verleiding om ook iets decadents als dessert mee te nemen, maar wist dat Kyle doorgedreven aan het trainen was en daarom geen dessert zou eten. Bovendien hadden ze nog wat Italiaans ijs in de diepvries en dat was al even goed. Toen ze aan de kassa kwam, was het hele menu al gepland in haar hoofd. * Jessie keek naar de borden vol eten die niet aangeraakt werden op de tafel in de eetkamer. Dan keek ze voor de derde keer in vijf minuten tijd naar haar telefoon. Het was 7:13 en ze had nog niets gehoord van Kyle. Hij had haar vlak nadat ze het spraakbericht had achtergelaten een bericht gestuurd waarin hij geschreven had dat de plannen voor het diner fantastisch klonken en dat hij verwachtte dat hij die avond om 6:30 thuis zou zijn. Maar het was nu bijna vijfenveertig minuten later en hij was nog steeds niet thuis. Wat erger was, was dat hij haar niets had laten weten. Ze had alles zo georganiseerd dat het eten warm op tafel zou staan om 6:45, voor het geval hij een beetje later was. Maar hij was niet komen opdagen. In de tussentijd had ze hem twee berichten en een spraakbericht gestuurd. En nog steeds had ze na zijn eerste bericht niets meer van hem gehoord. Nu lagen de vissen op tafel. Ze waren koud en keken haar met onsympathieke ogen aan. Om 7:21 belde hij eindelijk. Ze kon het lawaai op de achtergrond horen en wist meteen, nog voor hij begon te praten, dat hij in een bar was. “Hoi, Jess,” riep hij boven de muziek uit. “Sorry dat ik je zo laat bel. Hoe gaat het met je?” “Ik was ongerust,” zei ze en ze probeerde de frustratie niet in haar stem te laten klinken. “O, sorry,” zei hij en hij klonk niet erg berouwvol. “Ik wou je niet ongerust maken. Er is op het laatste moment iets tussengekomen. Teddy belde me rond zes uur op en zei dat hij nog wat potentiële klanten voor me had. Hij vroeg me of ik samen met hem en die mannen naar Sharkie’s wou gaan, een bar in de haven. Ik vond dat ik zo'n kans niet kon laten liggen. Ik ben nog steeds de nieuwe op kantoor, weet je wel?” “Kon je dan niet bellen om iets te laten weten?” “Mijn fout,” riep hij. “Alles ging zo snel dat ik het helemaal uit het oog verloren ben. Ik kon nu pas wegglippen om je op te bellen.” “Ik heb een groot diner klaargemaakt, Kyle. We gingen vanavond vieren, weet je nog? Ik heb een fles wijn van honderd dollar geopend. Het was de bedoeling dat het een romantische avond zou worden.” “Ik weet het,” zei hij. “Maar ik kan hier niet weg. Ik denk dat ik Teddy’s vrienden allebei als klant kan binnenhalen. En we kunnen nog steeds wat werken aan die gezinsuitbreiding wanneer ik thuis ben later.” Jessie zuchtte diep om haar stem kalm te kunnen houden toen ze antwoordde. “Het zal laat zijn als je terug bent,” zei ze. “Ik zal moe zijn en half dronken. Dit is niet hoe ik me de avond had voorgesteld.” “Luister, Jessie. Het spijt me dat ik niet gebeld heb. Maar wil je echt dat ik een kans als deze zomaar laat schieten? Ik ben niet zomaar shots aan het achteroverslaan. Ik ben zaken aan het doen en tegelijkertijd ook nieuwe vrienden aan het maken. Ga je me dat verwijten?” “Ik neem aan dat ik aan het ontdekken ben waar je prioriteiten liggen,” antwoordde ze. “Jessica, jij bent altijd mijn hoogste prioriteit,” verzekerde Kyle. “Ik probeer gewoon een evenwicht te vinden. Blijkbaar heb ik iets verkeerd gedaan. Ik beloof dat ik om negen uur thuis ben, oké? Past dat in je planning?” Wat hij zei klonk in eerste instantie oprecht, maar die laatste zin droop van sarcasme en afkeer. De emotionele muur die Jessie tussen hem en haarzelf had opgebouwd was traag aan het afbrokkelen geweest, tot ze hem die woorden hoorde zeggen. “Doe wat je wil,” zei ze bruusk en ze beëindigde het gesprek. Ze stond op en zag een glimp van zichzelf in de spiegel in de eetkamer. Ze droeg een blauwe, satijnen avondjurk met een diepe halsuitsnijding en een split langs de rechterzijde die van haar bovenbeen naar beneden liep. Haar haar was samengebonden in een nonchalante knot die ze wou losmaken als onderdeel van het verleidingsplan na het diner. Omdat ze schoenen met hakken droeg was ze nu meer dan een meter tachtig, in plaats van haar normale één meter zevenenzeventig. Alles voelde plots zo lachwekkend. Alsof ze een droevig verkleedspelletje aan het spelen was. Als puntje bij paaltje kwam, was ze niet meer dan een van de vele huisvrouwen die wachten tot hun echtgenoot thuiskomt om hun leven zin te geven. Ze nam de borden en bracht ze naar de keuken, waar ze beide maaltijden bij het afval wierp, de vissen nog in één stuk. Ze trok haar jurk uit en trok een trainer aan. Daarna ging ze naar de eetkamer, nam de opengemaakte fles Shiraz, en schonk zichzelf een glas vol tot aan de rand. Ze nam een slok terwijl ze op weg was naar de woonkamer. Ze plofte op de bank, zette de tv aan en keek naar iets wat leek op een marathon van Life Below Zero, een reality reeks over mensen die vrijwillig in een afgelegen deel van Alaska gaan wonen. Ze rechtvaardigde haar keuze door tegen zichzelf te zeggen dat het haar zou helpen om te beseffen dat er mensen op de wereld zijn die veel slechter af zijn dan zijzelf in haar chique huis in Zuid-California met haar dure wijn en haar flatscreentelevisie van 44 cm. Tijdens de derde aflevering en halverwege de fles wijn viel ze in slaap. * Ze werd wakker toen Kyle haar schouder zachtjes schudde. Met half gesloten ogen kon ze zien dat hij aangeschoten was. “Hoe laat is het?” mompelde ze. “Iets na elf.” “Ging je niet thuis zijn om negen?” vroeg ze. “Het is wat later geworden,” zei hij schaapachtig. “Luister, schat. Ik weet dat ik had moeten bellen. Dat was niet oké. Het spijt me echt.” “Oké,” zei ze. Haar mond was droog en ze had hoofdpijn. Hij aaide met zijn vinger over haar arm. “Ik wil het graag goedmaken,” stelde hij voor. “Vanavond niet, Kyle,” zei ze, zijn hand van zich af schuddend terwijl ze ging staan. “Ik heb er geen zin in. Zelfs niet een beetje. Misschien kan je er volgende keer voor zorgen dat ik me niet voel als een achterafje. Ik ga slapen.” Ze liep de trap op en ondanks de neiging om zich om te draaien om zijn reactie te zien, bleef ze toch verder lopen zonder nog iets te zeggen. Kyle zei niets. Ze kroop in bed zonder het licht uit te doen. Ondanks de hoofdpijn en de droge mond sliep ze binnen de minuut. * Jessie voelde dat een prikkelende tak tegen haar gezicht schraapte terwijl ze door het donkere bos rende. Het was winter en ze wist dat haar voetstappen zelfs op blote voeten luid zouden zijn door de droge bladeren bovenop de sneeuw. Hij zou de voetstappen hoogstwaarschijnlijk horen. Maar ze had geen keuze. Haar enige hoop was in beweging blijven en hopen dat hij haar niet zou vinden. Maar ze kende deze bossen niet goed en hij wel. Ze wist niet waar ze naartoe liep, volledig verloren en op zoek naar herkenningspunten. Haar benen waren te kort. Ze wist dat hij haar inhaalde. Ze kon zijn luide voetstappen horen en zijn diepe ademhaling. Ze kon zich nergens verstoppen. HOOFDSTUK ZES Jessie zat rechtop in bed en was net op tijd wakker geworden om zichzelf te horen gillen. Het duurde even voor ze zichzelf weer kon oriënteren en besefte dat ze in haar eigen bed zat in Westport Beach en dat ze nog dezelfde kleren aanhad waarmee ze gisteren dronken in slaap viel. Haar lijf was bezweet en haar ademhaling was oppervlakkig. Het was alsof ze het bloed door haar aderen kon voelen stromen. Ze raakte haar linker kaak aan. Het litteken dat gemaakt werd door de tak was er nog. Het was weggetrokken en kon nu bijna helemaal verborgen worden door make-up, in tegenstelling tot het groter litteken dat langs haar rechter sleutelbeen liep. Maar ze kon het litteken nog steeds onderscheiden van de rest van haar huid. Ze kon zelfs nu nog de scherpe pijn bijna voelen. Ze keek links en zag dat het bed leeg was. Ze zag dat Kyle er geslapen had omdat zijn kussen gedeukt was en de lakens op een hoop lagen. Maar hij was nergens te bespeuren. Ze luisterde of ze het geluid van de douche hoorde, maar het was stil in het huis. Toen ze naar de klok naast zich keek, zag ze dat het 7:45 was. Hij was waarschijnlijk al naar het werk vertrokken. Ze kwam voorzichtig uit bed en probeerde haar bonzende hoofd te negeren terwijl ze naar de badkamer schuifelde. Na een douche van vijftien minuten en de helft van die tijd zittend doorgebracht te hebben op de koude tegels, voelde ze zich sterk genoeg om zich aan te kleden en naar beneden te gaan. In de keuken zag ze dat er een briefje op tafel lag. Ze las “Nogmaals sorry voor gisteren. We doen het op een andere keer als je wil. Ik hou van je.” Jessie legde het briefje opzij en maakte zichzelf een koffie en havermout, het enige ontbijt waarvan ze het gevoel had dat ze het binnen zou kunnen houden. Ze slaagde erin om een halve kom te eten en gooide de rest bij het afval. Ze ging naar de zitkamer, waar een tiental ongeopende dozen op haar wachtten. Ze ging zitten op de tweezit met een schaar en zette haar koffie op het tafeltje naast de bank. Ze trok een van de dozen naar zich toe. Terwijl ze zonder na te denken door dozen rommelde en voorwerpen op een lijst afvinkte van zodra ze die gevonden had, gingen haar gedachten weer naar haar NRD thesis. Zonder de ruzie had Jessie Kyle bijna zeker alles over haar naderende practicum verteld, en waarschijnlijk ook over de gevolgen van haar oorspronkelijke thesis, inclusief haar ondervraging. Dan zou ze de voorwaarden van haar geheimhoudingsovereenkomst overtreden hebben. Hij wist uiteraard de grote lijnen, want ze had vaak met hem over haar project gesproken toen ze met het onderzoek bezig was. Maar het panel had haar later tot geheimhouding gedwongen, zelfs voor haar echtgenoot. Ze vond het raar om zo'n belangrijk deel van haar leven te verbergen voor haar partner. Maar ze hadden haar verzekerd dat het nodig was. En buiten enkele algemene vragen over hoe het was gegaan, ging hij nooit echt dieper in op het onderwerp. Hij was tevreden met enkele vage antwoorden en dat was toen een opluchting. Maar gisteren was ze door het enthousiasme dat ze voelde voor wat er te wachten stond - een bezoek aan een ziekenhuis voor geesteszieke moordenaars - helemaal bereid geweest om Kyle eindelijk alles te vertellen, ondanks het verbod en de eventuele gevolgen. Als er al iets positief te bedenken was aan hun ruzie, dan was het dat die haar had tegengehouden om hem het te vertellen en daardoor misschien hun toekomst in gevaar te brengen. Maar wat voor toekomst is het als ik mijn geheimen niet kan delen met mijn echtgenoot? En hij niet eens opmerkt dat ik dingen geheim houd. Ze voelde zich een beetje melancholisch bij die gedachte. Ze probeerde de gedachte te verdringen, maar kon die niet zomaar wegwuiven. Ze werd opgeschrikt door de deurbel. Toen ze op haar horloge keek, zag ze dat ze al tien minuten op dezelfde plek zat, verloren in haar somberheid, haar handen rustend op een ongeopende doos. Ze stond op en ging naar de deur. Ze probeerde met elke stap een beetje van haar somberheid te verliezen. Toen ze de deur opende, stond Kimberly van de overkant voor haar met een vrolijke glimlach op haar gezicht. Jessie probeerde even vrolijk te glimlachen. “Dag buurvrouw,” zei Kimberly enthousiast. “Hoe staat het met het uitpakken?” “Het gaat langzaam,” gaf Jessie toe. “Maar bedankt dat je het vraagt. Hoe gaat het met jou?” “Het gaat goed met me. Ik heb bezoek van enkele dames uit de buurt voor een koffie in de late ochtend en ik vroeg me af of je zin had om ons te vergezellen.” “Ja, waarom niet,” zei Jessie en ze was blij nu een excuus te hebben om een paar minuten het huis uit te zijn. Ze nam haar sleutels, sloot de deur en liep met Kimberly naar de overkant. Toen ze binnenkwamen, draaiden vier gezichten hun kant op. Jessie kende niemand van hen. Kimberly stelde iedereen voor en begeleidde Jessie naar de koffietafel. “Ze verwachten niet dat je hun naam zal onthouden,” fluisterde ze terwijl ze koffie uitschonk voor hen beiden. “Dus er is geen reden om gespannen te zijn. Ze stonden allemaal ooit in jouw schoenen.” “Dat is een opluchting,” gaf Jessie toe. “Ik heb zoveel aan mijn hoofd de laatste tijd dat ik amper mijn eigen naam kan onthouden.” “Dat kan ik goed begrijpen,” zei Kimberly. “Maar ik moet je waarschijnlijk waarschuwen dat ik ze verteld heb over het hele FBI profiler ding, dus het kan zijn dat ze daar vragen over zullen stellen.” “O, ik werk niet voor de FBI. Ik heb nog niet eens mijn diploma behaald.” “Geloof me - dat doet er niet toe. Ze denken allemaal dat je een echte Clarice Starling bent. De kans dat seriemoordenaars vermeld zullen worden is hoog.” Kimberly had het onderschat. “Zit je in dezelfde kamer als die mannen?” vroeg Caroline, een vrouw met haar dat zo lang was dat het op haar onderrug viel. “Dat hangt ervan af welke regels er gelden in de instelling,” antwoordde Jessie. “Maar ik heb nog nooit een interview gedaan zonder dat er een ervaren profiler of onderzoeker naast me zat en de leiding nam.” “Zijn seriemoordenaars zo slim als ze in de films lijken?” vroeg Josette aarzelend. Het was een muisachtige vrouw. “Ik heb zelf nog niet genoeg interviews gedaan om daar zeker van te zijn,” vertelde Jessie. “Maar uit de literatuur en mijn eigen ervaring kan ik afleiden dat dat niet het geval is. De meeste van deze mannen - en het zijn bijna altijd mannen - zijn niet intelligenter dan jij en ik. Sommigen kunnen het lang volhouden omdat het onderzoek slordig was. Sommigen konden arrestatie vermijden omdat ze slachtoffers uitzochten waar niemand om geeft - prostituees, daklozen. Het duurt even voor mensen opmerken dat die mensen verdwenen zijn. En soms hebben ze gewoon geluk. Eenmaal ik afgestudeerd ben, zal het mijn taak zijn om ervoor te zorgen dat ze wat minder geluk hebben.” De vrouwen bleven haar beleefd aanvallen met vragen, blijkbaar volledig ongeïnteresseerd in het feit dat ze nog niet eens afgestudeerd was en al zeker nooit een profiling zaak had aangenomen. “Dus je hebt eigenlijk nog nooit een zaak opgelost?” Vroeg Joanne, een bijzonder nieuwsgierige vrouw. “Nog niet. Technisch gezien ben ik nog student. De professionele mensen onderzoeken de echte zaken. Over professionele mensen gesproken, wat doe jij?” vroeg ze en ze hoopte zo het gespreksonderwerp te veranderen. “Vroeger werkte ik in marketing,” zei Joanne. “Maar dat was voor Troy geboren werd. Hij houdt me goed bezig tegenwoordig. Dat is op zich al een voltijdse baan.” “Dat zal wel. Is hij ergens een dutje aan het doen?” vroeg Jessie en ze keek rond. “Waarschijnlijk,” zei Joanne terwijl ze naar haar horloge keek. “Maar hij krijgt direct nog een snack. Hij is op de dagopvang.” “O,” zei Jessie en ze probeerde haar volgende vraag zo voorzichtig mogelijk te verwoorden. “Ik dacht dat de meeste kinderen bij de dagopvang werkende moeders hadden.” “Dat is zo,” zei Joanne en ze voelde zich blijkbaar niet beledigd. “Maar de dagopvang is zo goed hier dat ik niet anders kon dan hem in te schrijven. Hij gaat niet elke dag. Maar woensdagen zijn altijd een uitdaging, dus dan breng ik hem meestal wel. Het midden van de week is altijd moeilijk, vinden jullie niet?” Voor Jessie kon antwoorden, opende de deur naar de garage en kwam er een fors gebouwde man van in de dertig binnen gestormd. Hij had een grote bos warrig, ros haar. “Morgan!” riep Kimberly vrolijk. “Waarom ben je thuis?” “Ik ben mijn rapport in de studeerkamer vergeten,” antwoordde hij. “Ik moet binnen twintig minuten een presentatie geven, dus ik moet snel terug.” Morgan, blijkbaar de echtgenoot van Kimberly, zag er helemaal niet verrast uit dat er een half dozijn vrouwen in zijn woonkamer zat. Hij baande zich een weg door de groep en groette iedereen. Joanne boog zich naar Jessie. “Hij is een soort van ingenieur,” zei ze stilletjes, alsof het een soort van geheim was. “Voor wie werkt hij? Voor defensie?” vroeg Jessie. “Nee, voor een of andere vastgoedfirma.” Jessie begreep niet goed waarom dat zoveel discretie vereiste, maar ze besloot er niet verder op in te gaan. Iets later stormde Morgan weer de woonkamer in met een dik pak papier in zijn hand. “Het was leuk jullie te zien, dames,” zei hij. “Mijn excuses dat ik niet kan blijven. Kim, vergeet niet dat ik naar de club moet vanavond, dus ik zal laat thuis zijn.” “Oké, schatje,” zei zijn echtgenote en ze achtervolgde hem om nog een kus te krijgen voor hij zich door de deur haastte. Toen hij weg was, ging ze terug naar de woonkamer, nog een beetje opgewonden door het onverwachte bezoek. “Ik zeg je, hij beweegt zo doelgericht, je zou denken dat hij de profiler was of zo.” Die opmerking zorgde voor gegiechel in de groep. Jessie glimlachte, hoewel ze niet goed wist waarom dat zo grappig was. * Een uur later zat ze weer in haar eigen zitkamer en probeerde de energie te vinden om de doos die voor haar stond te openen. Terwijl ze voorzichtig door de tape sneed, dacht ze na over het koffiebezoek. Er was iets vreemds aan het bezoek. Maar ze kon het niet goed plaatsen. Kimberly was een schat. Jessie vond haar echt aardig en ze was erg dankbaar voor de moeite die ze deed om de nieuwe te helpen. En de andere vrouwen waren lief en vriendelijk, maar ook een beetje saai. Maar er was iets … mysterieus aan de manier waarop ze met elkaar omgingen, alsof ze een geheim deelden waar Jessie niet van op de hoogte was. Ergens dacht ze dat ze misschien paranoïde was om zoiets te vermoeden. Het zou niet de eerste keer zijn dat ze te snel verkeerde conclusies trok. Langs de andere kant hadden haar begeleiders van de afdeling forensische psychologie aan de USC haar altijd geprezen voor haar intuïtie. Zij vonden haar niet paranoïde, maar wel “argwanend nieuwsgierig”, zoals een van haar professoren het beschreven had. Toen klonk het als een compliment. Ze opende de doos en nam het eerste voorwerp. Het was een ingelijste huwelijksfoto. Ze keek ernaar en zag de uitdrukking van geluk op haar gezicht en dat van Kyle. Naast hen stonden familieleden die ook allemaal straalden van geluk.Terwijl haar ogen over de foto dwaalden, spoelde de melancholie die ze eerder voelde weer over haar heen. Ze voelde een angstige spanning in haar borstkas. Ze herinnerde zich eraan dat ze diep moest ademhalen, maar ondanks het diepe in- en uitademen, kalmeerde ze niet. Ze wist niet wat hiervan de oorzaak was. Misschien waren het de herinneringen, de nieuwe omgeving, de ruzie met Kyle, of misschien was het alles tegelijk? Wat het ook was, ze besefte dat er een fundamentele waarheid was. Ze kon dit niet om haar eentje onder controle houden. Ze moest met iemand gaan praten. Ondanks het feit dat ze overweldigd werd door een gevoel van acute mislukking, nam ze de telefoon en belde het nummer waarvan ze gehoopt had dat ze het nooit meer zou hoeven gebruiken. HOOFDSTUK ZEVEN Ze maakte een afspraak met haar vroegere therapeute dokter Janice Lemmon. Het feit dat ze wist dat dit zou betekenen dat ze een bezoek moest brengen aan haar oude buurt stelde haar gerust. De paniek zakte bijna onmiddellijk nadat ze de afspraak gemaakt had. Toen Kyle die avond thuis kwam - hij was zelfs vroeg - lieten ze eten leveren en keken ze naar The 13th Floor, een melige, maar leuke film over alternatieve realiteiten. Geen van beide had formeel excuses aangeboden, maar ze hadden weer hun comfortzone gevonden. Na de film gingen ze zelfs niet naar boven om te vrijen. In plaats daarvan klom Kyle bovenop haar op de bank. Het deed Jessie denken aan hun wittebroodsweken. Hij maakte de volgende ochtend zelfs ontbijt voor hij naar zijn werk vertrok. Het was smerig - aangebrande toost, slijmerige eieren en te kort gebakken kalkoenspek - maar Jessie waardeerde de poging. Ze voelde zich wat schuldig omdat ze hem niet verteld had wat ze die dag van plan was. Langs de andere kant had hij ook niets gevraagd, dus was het niet alsof ze de waarheid niet verteld had. Pas als ze de volgende dag op de autosnelweg reed en de wolkenkrabbers van Downtown Los Angeles zag, voelde Jessie werkelijk de beklemmende onrust in haar binnenste wegtrekken. De middagtrip had iets minder dan een uur geduurd en ze bereikte de stad iets vroeger zodat ze nog wat kon rondlopen. Ze parkeerde vlak bij het kantoor van dokter Lemmon, aan de overkant van het restaurant de Original Pantry op de hoek van Figueroa and West 9th. Dan kreeg ze het idee om Lacey Cartwright, haar vroegere kamergenote en haar oudste vriendin van USC op te bellen en te vragen of ze tijd had om af te spreken. Lacey werkte in de buurt. Ze bereikte haar voicemail en liet een bericht achter. Terwijl Jessie over Figueroa in de richting van het Bonaventure Hotel liepen, kreeg ze een bericht van Lacey waarin stond dat ze het die dag te druk had om af te spreken, maar dat ze elkaar zouden ontmoeten wanneer Jessie nog eens in de buurt was. Wie weet wanneer dat zal zijn? Ze zette de teleurstelling uit haar hoofd en concentreerde zich op de stad. Ze nam de levendige geluiden en beelden in zich op. Ze waren zo anders dan die in de omgeving waar ze nu woonde. Toen ze 5th Street bereikte, sloeg ze rechts in en liep rustig verder. Dat deed haar denken aan de dagen, nog niet zo heel lang geleden, dat ze dit traject meerdere keren per week aflegde. Als ze het moeilijk had met een casus voor haar lessen, liep ze gewoon naar buiten en kuierde ze langs de straten. Ze gebruikte het verkeer als achtergrondgeluid terwijl ze de casus in haar gedachten van alle kanten bekeek en naar een manier zocht om ermee aan de slag te gaan. Het resultaat van haar werk was altijd het sterkste als ze tijd had gehad om in de stad rond te dwalen en er een beetje mee rond te spelen in haar hoofd. Ze duwde het nakende gesprek met dokter Lemmon nog even naar de achtergrond terwijl ze terugdacht aan het koffiebezoek bij Kimberly gisteren. Ze begreep nog steeds niet helemaal de reden van de mysterieuze geheimzinnigheid bij de vrouwen die ze daar ontmoet had. Een ding viel haar achteraf bijzonder op en dat is hoe wanhopig ze allemaal waren om details te horen over haar opleiding als profiler. Ze kon niet zeggen of dat was omdat het beroep waarvoor ze gekozen had zo ongebruikelijk was, of omdat de vrouwen het vreemd vonden dat ze überhaupt werkte. Achteraf gezien, realiseerde ze zich dat geen van de vrouwen een baan had. Enkelen van hen hadden vroeger gewerkt. Joanne had in marketing gewerkt. Kimberly had haar verteld dat ze gewerkt had als vastgoedmakelaar toen ze nog in Sherman Oaks woonde. Josette had een kleine galerie gerund in Silverlake. Maar nu waren het allemaal huisvrouwen. En hoewel ze allemaal tevreden leken te zijn met hun nieuwe levens, leken ze ook allemaal hongerig om details te horen over de professionele wereld. Ze verorberden gulzig, bijna met een schuldgevoel elk klein stukje intrigerende informatie. Jessie bleef staan en ze besefte dat ze op een of andere manier aan het Biltmore Hotel beland was. Daar was ze al vele keren geweest. Het hotel was onder andere bekend omdat het de locatie was van de vroege Academy Awards in de jaren 1930. Iemand had haar ooit verteld dat Robert Kennedy vermoord werd door Sirhan Sirhan in dit hotel in 1968. Voor ze beslist had om haar thesis over de NRD te schrijven had Jessie even gespeeld met het idee om voor haar thesis een profiel te maken van Sirhan. Daarom was ze op een dag zonder iemand op de hoogte te brengen bij het hotel opgedaagd en had aan de conciërge gevraagd of er rondleidingen waren waarbij men ook de locatie van de schietpartij kon bezoeken. Hij was verbijsterd. Na enkele gênante ogenblikken begreep hij wat ze bedoelde en het duurde nog iets langer voor hij haar beleefd had uitgelegd dat de moord niet in dit hotel had plaatsgevonden, maar wel in het nu gesloopte Ambassador Hotel. Hij probeerde de teleurstelling wat te verzachten door haar te vertellen dat JFK de nominatie van de Democraten voor president had gekregen in het Biltmore Hotel in 1960. Maar ze voelde zich te vernederd om te blijven en naar dat verhaal te luisteren. Ondanks het feit dat ze zich ervoor schaamde, was de ervaring een goede les geweest die haar altijd is bijgebleven. Je mag niet zomaar iets als waarheid aanvaarden, zeker niet in een beroep waar de verkeerde veronderstelling je dood kan betekenen. De volgende dag veranderde ze het onderwerp van haar thesis en nam zich voor om voortaan het nodige onderzoek te doen voor ze op een locatie opdaagde. Ondanks dat debacle kwam Jessie vaak terug naar het hotel. Ze hield van de ouderwetse glamour van de plek. Vandaag voelde ze zich meteen comfortabel terwijl ze een goeie twintig minuten door de hallen en de balzalen dwaalde. Op weg terug naar buiten merkte ze een jonge man op in de lobby. Hij droeg een pak en stond nonchalant in de buurt van de piccolo een krant door te bladeren. Het viel haar op hoe zweterig hij was. Ze begreep niet hoe dat mogelijk was, want het hotel was uitgerust met airconditioning. Toch veegde hij om de paar seconden het zweet weg dat zich verzameld had op zijn voorhoofd. Waarom is een man die zomaar een krant staat te lezen zo bezweet? Jessie ging wat dichterbij staan en nam haar telefoon. Ze deed alsof ze iets aan het lezen was, maar zette de camera van de telefoon aan en kantelde de telefoon zodat ze de man kon observeren zonder rechtstreeks naar hem te kijken. Af en toe nam ze snel een foto. Het leek erop dat hij de krant niet echt aan het lezen was, maar die als een rekwisiet gebruikte terwijl hij regelmatig in de richting van de bagage keek die op de kar geladen werd. Toen een van de piccolo's de kar in de richting van de lift duwde, volgde de man in het pak hem. De piccolo duwde de kar in de lift en de man in het pak ging in de lift staan, aan de andere kant van de kar. Net toen de deuren dichtgingen, zag Jessie dat de man een aktetas van de kar nam langs de kant die niet zichtbaar was voor de piccolo. Ze zag hoe de lift langzaam omhoog ging en stopte op de achtste verdieping. Na ongeveer tien seconden kwam de lift weer naar beneden. Jessie liep naar de veiligheidsagent bij de voordeur. De bewaker, een vriendelijk uitziende man van eind in de veertig glimlachte naar haar. “Ik denk dat je een dief in het hotel hebt,” zei Jessie zonder dralen, omdat ze hem snel op de hoogte wilde brengen van de situatie. “Wat bedoel je?” vroeg hij en hij fronste een beetje. “Ik zag deze man een aktetas van de bagagekar nemen.” zei ze en ze toonde de foto op haar telefoon. Het kan zijn dat het zijn eigen tas was. Maar hij maakte een erg heimelijke indruk en hij zweette alsof hij ergens zenuwachtig over was.” “Oké, Sherlock,” zei de bewaker sceptisch. “Als we aannemen dat je gelijk hebt, hoe moet ik hem dan vinden? Heb je gezien op welke verdieping hij gestopt is?” “Acht. Maar als ik gelijk heb, is dat niet zo belangrijk. Als hij een gast is in het hotel, dan is dat zijn verdieping en verblijft hij daar.” “En als hij geen gast is?” vroeg de bewaker. “Als hij geen gast is, dan denk ik dat hij weer naar beneden zal komen in de lift die nu op weg is naar de lobby.” Net toen ze dat gezegd had, gingen de deuren van de lift open en kwam de bezwete man in het pak uit de lift, met een krant in een hand en een aktetas in zijn andere hand. Hij liep naar de uitgang. Ik vermoed dat hij de tas ergens zal verbergen en dat hij dan de hele procedure opnieuw zal beginnen,” zei Jessie. “Blijf hier,” zei de bewaker en hij sprak in zijn radio. “Ik heb onmiddellijk ondersteuning nodig in de lobby.” Hij liep naar de man in het pak en die zag hem uit een ooghoek naderen en begon sneller te lopen. De bewaker versnelde ook. De man in het pak begon te rennen en baande zich net een weg naar de voordeur toen hij botste tegen een andere veiligheidsagent die vanuit de andere richting kwam. Beide mannen belandden op de grond. De bewaker waar Jessie mee gepraat had, grabbelde de man in het pak vast en rukte zijn arm achter zijn rug en duwde hem tegen de muur. “Iets op tegen dat ik uw tas bekijk, meneer?” vroeg hij. Jessie wilde zien hoe het zou aflopen, maar na een snelle blik op haar horloge, zag ze dat haar afspraak met dokter Lemmon die gepland was om elf uur, al binnen vijf minuten was. Ze moest de wandeling terug overslaan en een taxi nemen om op tijd te zijn. Ze had geen kans om afscheid te nemen van de bewaker. Ze vreesde dat als ze zou proberen dat te doen, hij zou aandringen dat ze ter plaatse bleef om een verklaring af te leggen bij de politie. Ze was maar net op tijd en ze was buiten adem en ze had zich net neergezet in de wachtkamer toen dokter Lemmon de deur van haar kantoor opende en haar het teken gaf om binnen te komen. “Ben je helemaal van Westport Beach naar hier gerend?” vroeg de dokter lachend. “Eigenlijk is dat niet ver van de waarheid.” “Wel, kom binnen en maak het je gemakkelijk,” zei dokter Lemmon en ze sloot de deur achter zich. Ze schonk voor allebei een glas water in uit een kan gevuld met citroen en komkommerschijfjes. Ze had nog steeds dezelfde afschuwelijke permanent die Jessie zich herinnerde, met kleine, blonde, pijpenkrullen die op en neer wipten als ze haar schouders aanraakten. Ze droeg een dikke bril die haar scherpe, uilachtige ogen kleiner deden lijken. Het was een kleine vrouw. Ze was amper een meter vijftig groot. Maar je kon zien dat ze pezig was, waarschijnlijk het gevolg van de yoga. Ze had Jessie verteld dat ze drie keer per week aan yoga deed. Ze zag er goed uit voor een vrouw van in de zestig. Jessie zette zich neer in de comfortabele leunstoel waar ze altijd zat tijdens de sessies en settelde zich meteen in de oude, vertrouwde sfeer. Het was lang geleden dat ze hier de laatste keer was, meer dan een jaar, en ze had gehoopt dat dat zo zou blijven. Maar het was een comfortabele plaats waar ze het gevecht had geleverd met haar verleden en af en toe er ook in geslaagd was om rust te vinden. Dokter Lemmon gaf haar het glas water en zette zich tegenover haar. Ze nam een notitieblok en een pen en legde die op haar schoot. Zo gaf ze het teken dat de sessie officieel begonnen was. “Waarover praten we vandaag, Jessie?” vroeg ze met een warme toon in haar stem. “Eerst het goede nieuws, denk ik. Ik ga mijn practicum afleggen op aan DSH-Metro, op de NRD Unit.” “O, wauw. Dat is indrukwekkend. Wie is je departementsadviseur?” “Warren Hosta van UC-Irvine,” zei Jessie. “Kent u hem?” “We zijn elkaar al eens tegengekomen,” zei de dokter cryptisch. “Ik denk dat je in goede handen bent. Hij is wat stekelig, maar hij weet waarover hij spreekt en dat is het belangrijkste voor jou.” “Ik ben blij om dat te horen, want ik had niet veel keuze,” merkte Jessie op. “Hij was de enige in mijn regio die goedgekeurd was door het panel.” “Ik neem aan dat je om je doel te bereiken een beetje binnen de lijntjes zal moeten kleuren. Dit is wat je wilde, nietwaar?” “Het is wat ik wil,” zei Jessie. Dokter Lemmon keek haar indringend aan. Er was een onuitgesproken ogenblik van begrip tussen de beide vrouwen. Toen Jessie ondervraagd werd over haar thesis door de autoriteiten, was dokter Lemmon vanuit het niets op het politiekantoor opgedaagd. Jessie herinnerde zich dat ze zag hoe haar psychiater zacht met verschillende mensen sprak die haar interview in stilte hadden geobserveerd. Nadien leken de vragen minder beschuldigend en respectvoller. Pas later kwam Jessie te weten dat dokter Lemmon een lid van het panel was en dat ze maar al te goed op de hoogte was van wat er gaande was in de NRD. Ze had zelf enkele van de patiënten daar in behandeling gehad. Achteraf gezien had dat geen verrassing mogen zijn. Jessie had deze vrouw immers zelf opgezocht net omdat ze een reputatie had door haar expertise op dit vlak. “Mag ik je iets vragen, Jessie?” zei dokter Lemmon. “Je beweert dat werken in de NRD datgene is wat je wil. Maar heb je er rekening mee gehouden dat deze plek je misschien niet de antwoorden zal geven waar je naar op zoek bent?” “Ik wil gewoon beter begrijpen hoe deze mensen denken,” drong Jessie aan, “zodat ik een beter profiler kan worden.” “Ik denk dat we allebei weten dat je haar veel meer dan dat op zoek bent.” Jessie antwoordde niet. In plaats daarvan vouwde ze haar handen samen op haar schoot en haalde ze diep adem. Ze wist hoe de dokter dat zou interpreteren, maar het kon haar niets schelen. “We kunnen daar later nog op terugkomen,” zei dokter Lemmon zachtjes. “Laten we verdergaan. Hoe voel je je bij het getrouwde leven?” “Dat is de belangrijkste reden waarom ik u vandaag wou zien,” zei Jessie en ze was blij dat ze van onderwerp kon veranderen. “Zoals uw weet zijn Kyle en ik net naar Westport Beach verhuisd omdat zijn bedrijf hem overgeplaatst heeft naar het kantoor in Orange County. We hebben een groot huis in een mooie buurt op wandelafstand van de haven…” “Maar…?” spoorde dokter Lemmon aan. “De plaats voelt raar aan. Ik heb er moeite mee om het te zeggen waarom. Iedereen is tot nu toe vreselijk vriendelijk. Ik ben al uitgenodigd geweest op koffiebezoeken en brunches en barbecues. Ik heb suggesties gekregen voor de beste winkels en keuzes voor een dagopvang, mochten we die ooit nodig hebben. Maar ik heb het gevoel dat er iets … niet klopt. En ik begin de gevolgen daarvan te voelen.” “Op welke manier?” vroeg dokter Lemmon. “Ik merk dat ik me droef voel zonder goede reden,” zei Jessie. “Kyle kwam laat thuis voor het eten en het maakte me veel droeviger dan normaal was. Het was niet zo belangrijk, maar hij deed er zo nonchalant over. Het raakte me echt. Alleen het uitpakken van de dozen lijkt ook al overweldigend op een manier die niet in verhouding staat met de taak zelf. Ik heb het voortdurende, overweldigende gevoel dat ik daar niet thuishoor en dat er een of ander geheim is dat iedereen kent, maar niemand met mij wil delen.” “Jessie, het is weer een tijdje geleden sinds onze vorige sessie, dus ik ga je aan iets herinneren dat we al eens eerder besproken hebben. Er hoeft helemaal geen ‚goede reden’ te zijn om dat soort van gevoelens te krijgen. Waar jij mee te maken hebt, is iets wat uit het niets kan opkomen. En het is geen verrassing dat een stresserende, nieuwe situatie, hoe perfect die ook lijkt, dit tevoorschijn kan halen. Neem je je medicatie nog regelmatig?” “Elke dag.” “Oké,” zei de dokter en ze noteerde het op haar notitieblok. “Het zou kunnen dat we dit wat moeten aanpassen. Ik merkte ook op dat je liet vallen dat dagopvang misschien nodig zou zijn in de nabije toekomst. Zijn jullie daar allebei actief mee bezig - kinderen? Als dat zo is, is dat nog een reden om je medicatie te veranderen.” “We proberen het … tussendoor. Maar soms is Kyle enthousiast over het vooruitzicht en soms wordt hij … afstandelijk, bijna koud. Soms zegt hij iets en denk ik ‚wie is die man?’” “Als het een geruststelling is, dat is perfect normaal, Jessie. Je bent in een nieuwe omgeving, overal vreemden om je heen en er is maar een persoon die je kent en waar je je aan kan vasthouden. Dat is stresserend. En hij heeft hetzelfde soort gevoelens, dus is het bijna onvermijdelijk dat jullie af en toe zullen botsen als er momenten zijn waarop jullie je niet verbonden voelen.” “Maar dat is het juist, dokter,” drong Jessie aan. “Ik heb niet de indruk dat Kyle gestresseerd is. Het is duidelijk dat hij van zijn baan houdt. Hij heeft een oude schoolvriend die in de buurt woont, dus hij heeft een uitlaatklep. En alles wijst erop dat hij super blij is om daar te zijn - zonder dat hij een overgangsperiode nodig heeft. Het lijkt alsof er niets is uit ons vorige leven dat hij mist - niet onze vrienden, niet de plaatsen waar we vroeger naartoe gingen, niet ergens om na negen uur naartoe te kunnen gaan. Hij heeft zich helemaal aangepast.” “Zo lijkt het misschien. Maar ik durf te wedden dat hij vanbinnen niet zo zeker is van alles.” “Ik denk dat ik die weddenschap zou winnen,” zei Jessie. “Of je nu gelijk hebt of niet,” zei dokter Lemmon en ze merkte de scherpte in de stem van Jessie, “de volgende stap is in ieder geval dat je jezelf de vraag moet stellen wat je gaat doen met dit nieuwe leven. Hoe kan je ervoor zorgen dat het beter werkt voor jou als individu en voor jullie twee als koppel?” “Ik weet het echt niet,” zei Jessie. “Ik heb het gevoel dat ik het een kans geef. Maar ik ben niet zoals hij. Ik ben niet iemand die ergens ‚induikt’.” “Dat is zonder twijfel de waarheid,” antwoordde de dokter. “Je bent van nature een wantrouwig iemand, en je hebt daar ook alle reden toe. Maar het is mogelijk dat je dat wantrouwen een tijdje een beetje zal moeten onderdrukken, vooral in sociale situaties, om het te redden. Misschien moet je je wat meer open stellen voor de mogelijkheden om je heen. En misschien moet je Kyle een beetje meer het voordeel van de twijfel geven. Zijn dat redelijke verzoeken?” “Uiteraard is dat redelijk, als je dat vraagt in deze kamer. Daarbuiten is het heel anders.” “Misschien is het een keuze die je aan het maken bent,” stelde Dr Lemmon voor. “Laat me je een vraag stellen. De laatste keer dat wij elkaar gezien hebben, hebben we gepraat over de oorzaak van je nachtmerries. Ik neem aan dat je die nog steeds hebt, nietwaar?” Jessie knikte. De dokter ging verder. “Oké. We hebben er ook over gepraat dat je dat zou zeggen aan je echtgenoot en dat je hem zou verklaren waarom je enkele keren per week wakker wordt in angstzweet. Heb je dat gedaan?” “Nee,” gaf Jessie toe met een gevoel van schuld. “Ik weet dat je je zorgen maakt over hoe hij zal reageren. Maar we hebben gepraat over het idee dat hem de waarheid vertellen over je verleden jou misschien kan helpen om er beter mee om te gaan en het kan jullie ook dichter bij elkaar brengen.” “Of het kan ons uit elkaar rukken,” opperde Jessie. “Ik begrijp wat u zegt, dokter. Maar er is een reden waarom zo weinig mensen weten over mijn persoonlijke geschiedenis. Het is niet bepaald warm en aangenaam. De meeste mensen kunnen het niet aan. U weet het enkel omdat ik uw achtergrond onderzocht heb en geconstateerd heb dat u een specifieke opleiding heeft genoten en dat u ervaring heeft met dit soort zaken. Ik heb naar u gezocht en u in mijn hoofd toegelaten omdat ik wist dat u dat aan zou kunnen.” “Je echtgenoot kent je nu al bijna tien jaar. En je denkt dat hij het niet zal aankunnen?” “Ik denk dat een ervaren deskundige zoals u alle zelfbeheersing en empathie nodig had om niet gillend de kamer uit te rennen toen ik het u vertelde. Hoe denk je dat een gewone kerel uit een buitenwijk in Zuid-California zal reageren?” “Ik ken Kyle niet, dus daar kan ik niet op antwoorden,” antwoordde dokter Lemmon. “Maar als je van plan bent om samen met hem een gezin te stichten - de rest van je leven met hem door te brengen - moet je misschien wel bedenken of het realistisch is om zo'n groot deel van jezelf voor hem verborgen te houden.” “Ik zal erover nadenken,” zei Jessie zonder iets te beloven. Ze voelde aan dat dokter Lemmon wist dat ze er niet meer over wou praten. “Laten we dan over medicatie praten,” zei de dokter en veranderde zo het onderwerp. “Ik heb een paar voorstellen voor alternatieven nu je van plan bent om zwanger te worden.” Jessie staarde naar dokter Lemmon en zag hoe haar lippen bewogen. Maar hoe hard ze het ook probeerde, ze kon zich niet concentreren. De woorden dreven langs haar heen terwijl haar gedachten terugkeerden naar die duistere wouden van haar kindertijd, de wouden die haar achtervolgden in haar dromen. HOOFDSTUK ACHT Jessie lag in bed, verstrikt in de lakens, en ze probeerde het zonlicht dat in haar gezicht scheen doorheen de spleet in de gordijnen te negeren. Het was haar eerste zaterdagochtend in het huis en ze wou er een luie zaterdag van maken, enkel zijzelf en Kyle, achteloos dozen openen, koffie drinken, vrijen. Gisteren was een goede dag geweest. Professor Hosta had haar een e-mail gestuurd om haar te laten weten dat ze de NRD de volgende week voor de eerste keer mocht bezoeken. Ze was helemaal naar de haven en terug gerend. Het was de eerste keer dat ze wat had kunnen sporten en haar hoofd had kunnen leegmaken sinds ze verhuisd waren en ze voelde zich versterkt en vol hoop. Kyle moest niet naar het kantoor, dus hadden ze het hele weekend vrij. Конец ознакомительного фрагмента. Текст предоставлен ООО «ЛитРес». Прочитайте эту книгу целиком, купив полную легальную версию (https://www.litres.ru/pages/biblio_book/?art=51922066) на ЛитРес. Безопасно оплатить книгу можно банковской картой Visa, MasterCard, Maestro, со счета мобильного телефона, с платежного терминала, в салоне МТС или Связной, через PayPal, WebMoney, Яндекс.Деньги, QIWI Кошелек, бонусными картами или другим удобным Вам способом.