Wachten
Blake Pierce


‘Een meesterwerk van thriller en mysterie! De auteur heeft fantastisch werk geleverd door personages met een psychologische kant te ontwikkelen, die zo goed beschreven is dat we hun gedachten kunnen voelen, hun angsten kunnen volgen en hun succes toejuichen. De plot is erg intelligent en zorgt ervoor dat het boek je bezig blijft houden. Vol met wendingen, dit boek houdt je tot het einde van de laatste pagina wakker.’ - Boeken en filmrecensies, Roberto Mattos (re Eens weg) Wachten (Hoe Riley Paige begon — Boek Twee) is boek # 2 in een nieuwe psychologische thrillerreeks door # 1 bestsellerauteur Blake Pierce, wiens gratis bestseller Eens Weg (boek # 1) meer dan 1.000 vijfsterrenrecensies heeft ontvangen. De briljante 22-jarige FBI-stagiaire Riley Paige worstelt om de raadsels van de sadistische seriemoordenaar, die door de media de ‘clownmoordenaar’ wordt genoemd, te ontrafelen. Maar ontdekt dat het allemaal heel persoonlijk wordt wanneer ze zelf, het doelwit wordt, in een strijd voor haar leven.De pas afgestudeerde Riley Paige is toegelaten tot het prestigieuze FBI-zomer stageprogramma en is vastbesloten om reputatie op te bouwen. Blootgesteld aan vele afdelingen van de FBI, denkt ze dat het een rustige zomer zal worden, totdat een seriemoordenaar Washington in zijn greep houdt. De ‘clown-moordenaar’ zoals hij wordt genoemd, kleed en schminkt zijn slachtoffers als clowns en drijft met prikkelende raadsels in de media de spot met de FBI. Hij laat iedereen zich afvragen: is hij zelf een clown?Het lijkt erop dat alleen Riley een geest heeft die briljant genoeg is om de antwoorden te ontcijferen. En toch is de reis in de geest van deze moordenaar te donker en de strijd te persoonlijk voor Riley om er ongeschonden uit te komen. Kan ze dit dodelijke spel van kat en muis winnen?WACHTEN, een spannende thriller vol met actie, is boek # 2 van een meeslepende nieuwe serie waarmee je tot laat in de nacht de pagina’s om blijft slaan. Het neemt lezers meer dan 20 jaar terug in de tijd, naar hoe Riley’s carrière begon en is de perfecte aanvulling op de EENS WEG-serie (Een Riley Paige Mysterie), met al 13 boeken in de serie en het loopt nog op.Boek # 3 in HOE RILEY PAIGE BEGON-serie is binnenkort beschikbaar.







W A C H T E N



(HOE RILEY PAIGE BEGON — BOEK 2)



B L A K E P I E R C E


Blake Pierce



Blake Pierce is de auteur van de bestseller reeks RILEY PAGE mysteries die dertien boeken telt (en er komen er nog steeds bij) Blake Pierce is ook de auteur van de spannende reeks over MACKENZIE WHITE, die bestaat uit negen boeken (en er komen er steeds bij); van de spannende reeks over AVERY BLACK, die uit zes boeken bestaat; van de spannende reeks over KERI LOCKE, die uit vijf boeken bestaat; van de HOE RILEY PAIGE BEGON reeks, die bestaat uit twee boeken (en er komen er nog steeds bij); van de spannende reeks over KATE WISE, die uit twee boeken bestaat (en er komen er nog steeds bij); van de spannende reeks psychologische thrillers over CHLOE FINE, die bestaat uit twee boeken (en er komen er nog steeds bij); en van de spannende reeks psychologische thrillers over JESSIE HUNT, die bestaat uit drie boeken (en er komen er nog steeds bij).



Als verwoede lezer en levenslange fan van het mystery en thriller genre, hoort Blake graag wat u te vertellen heeft, bezoek dus www.blakepierceauthor.com om meer te weten te komen en contact te houden.



Copyright © 2018 door Blake Pierce. Alle rechten voorbehouden. Behalve zoals toegestaan onder de US Copyright Act van 1976, mag geen enkel deel van deze publicatie gereproduceerd, gedistribueerd of verzonden worden in welke vorm of op welke manier dan ook, of opgeslagen in een database of zoeksysteem, zonder voorafgaande toestemming van de auteur. Dit e-boek is alleen voor persoonlijk plezier gelicentieerd. Dit e-boek mag niet doorverkocht worden of worden weggegeven aan andere mensen. Als je dit boek met een andere persoon wilt delen, koop dan voor elke ontvanger een extra exemplaar. Als je dit boek leest en het niet hebt gekocht of het niet alleen voor jouw gebruik is gekocht, stuur het dan terug en koop je eigen exemplaar. Bedankt voor het respecteren van het harde werk van deze auteur. Dit is een fictief werk. Namen, personages, bedrijven, organisaties, plaatsen, evenementen en incidenten zijn ofwel het product van de verbeelding van de auteur of worden fictief gebruikt. Elke gelijkenis met werkelijke personen, levend of dood, is geheel toevallig. Jas afbeelding Copyright  Korionov, gebruikt onder licentie van Shutterstock.com

.


BOEKEN VAN BLAKE PIERCE



SPANNENDE, PSYCHOLOGISCHE THRILLERS MET JESSIE HUNT

DE PERFECTE ECHTGENOTE (boek 1)

DE PERFECTE WIJK (boek 2)



RILEY PAIGE MYSTERIE-SERIE

EENS WEG (boek 1)

EENS GEPAKT (boek 2)

EENS BEGEERD (boek 3)

EENS GELOKT (boek 4)

EENS GEJAAGD (boek 5)

EENS WEGGEKWIJND (boek 6)



HOE RILEY PAIGE BEGON SERIE

IN DE GATEN (boek 1)

WACHTEN (boek 2)



AVERY BLACK MYSTERIE-SERIE

MOORD MET EEN HOGER DOEL (boek 1)

OP DE VLUCHT VOOR HOGERE KRACHTEN (boek 2)

SCHUILEN VOOR HOGE VLAMMEN (boek 3)

REDEN OM BANG TE ZIJN (boek 4)

REDEN OM TE REDDEN (boek 5)



MACKENZIE WITTE MYSTERIE-SERIE

VOORDAT HIJ DOODT (boek 1)

VOORDAT ZE ZIET (boek 2)



KATE WISE MYSTERIE SERIE

WIST ZE MAAR (boek 1)


INHOUDSOPGAVE



PROLOOG (#u7d2d0988-de70-5b3a-88b3-72d3e90e6aff)

HOOFDSTUK EEN (#u763b9555-2927-5b3e-af04-9a93e0c0ddff)

HOOFDSTUK TWEE (#u716a15e4-8b7d-526d-9934-ffd2b502b6c0)

HOOFDSTUK DRIE (#ucb92120c-88ae-5690-85c0-d1db8209f79b)

HOOFDSTUK VIER (#ub22bf36e-d712-59f6-a0f5-a189a0be7ffb)

HOOFDSTUK VIJF (#ueccd05d5-8688-5d10-b0fd-bc6f4e6750e1)

HOOFDSTUK ZES (#ufe0f6662-5812-5ea3-9d36-30cf19128fd0)

HOOFDSTUK ZEVEN (#ud2f2797f-20fa-5d76-918d-7a78592c3d35)

HOOFDSTUK ACHT (#ufd55afc4-bc3a-573c-ae94-49397da2e5c0)

HOOFDSTUK NEGEN (#u5d11b6b2-5faf-5ac9-b482-2d3bbabd530c)

HOOFDSTUK TIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ELF (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TWAALF (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DERTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VEERTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIJFTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZESTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZEVENTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ACHTTIEN (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK NEGENTIEN (#litres_trial_promo)

HOODSTUK TWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK EENENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TWEEENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DRIEENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIERENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIJFENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZESENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZEVENENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ACHTENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK NEGENENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK EENENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DRIEENTWINTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DRIEENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIERENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIJFENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZESENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ZEVENENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK ACHTENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK NEGENENDERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VEERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK EENENVEERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK TWEEENVEERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK DRIEENVEERTIG (#litres_trial_promo)

HOOFDSTUK VIERENVEERTIG (#litres_trial_promo)




PROLOOG


In eerste instantie kon Janet Davis nergens anders aan denken dan aan de verschrikkelijke pijn die door haar schedel rammelde als duizend castagnetten die geen maat konden houden.

Haar ogen waren dicht. Toen ze hen probeerde te openen werd ze verblind door helwit licht, en ze moest haar ogen ogenblikkelijk weer sluiten.

Het licht viel heet op haar gezicht.

Waar ben ik toch? vroeg ze zich af.

Waar was ik voordat…voordat dit gebeurde?

Toen begon het weer naar boven te komen…

Ze was foto’s gaan maken in het moeras bij het Lady Bird Johnsonpark. De zomer was te vergevorderd om de miljoenen narcissen daar te zien bloeien, maar de kornoeljebladeren waren prachtig diepgroen, vooral bij zonsondergang.

Ze had in de jachthaven gestaan om foto’s te nemen van de boten gehuld in schaduw, en de prachtige dans van de zonsondergang op het water. Voor ze zich zelfs maar kon omdraaien om te kijken, had ze een scherpe klap gevoeld op haar achterhoofd, en de camera was uit haar handen gevlogen, en…

Toen zal ik wel bewusteloos zijn geraakt.

Maar waar was ze nu?

Ze was nog te versuft om echt bang te zijn. Maar ze wist dat de angst snel zou komen. Langzamerhand werd ze zich ervan bewust dat ze plat op haar rug op een harde ondergrond lag. Ze kon haar armen en benen niet bewegen. Er zat geen gevoel in haar handen en voeten door de strakke bindingen om haar polsen en enkels.

Maar het raarste gevoel van al was dat van vingers op haar gezicht, die iets zachts en vochtigs op haar hete huid smeren.

Ze wist een paar schorre woorden uit te brengen.

“Waar ben ik? Waar ben je mee bezig?”

Toen er geen antwoord klonk, draaide ze met haar hoofd in een poging om aan de irriterende bewegingen van de slijmerige vingertoppen te ontsnappen.

Ze hoorde een mannenstem fluisteren…

“Stilzitten.”

Ze dacht er niet aan stil te zitten. Ze bleef wriemelen tot de vingers zich verwijderden.

Ze hoorde een luide, afkeurende zucht. Toen verschoof het licht, zodat het niet langer op haar gezicht gericht was.

“Doe je ogen open,” zei de stem.

Ze deed het.

Voor haar glansde het scherpe lemmet van een slagersmes. De punt van het mes begon haar gezicht te naderen, waardoor ze scheel ging kijken en het lemmet dubbel zag.

Janet zoog de adem in, en de stem fluisterde weer…

“Stilzitten.”

Ze verstijfde en keek recht omhoog, maar een vlaag van doodsangst schoot door haar lichaam.

De stem siste weer een bevel.

“Stil, zei ik.”

Ze dwong haar lichaam stil te blijven. Haar ogen waren geopend, maar het felle licht was pijnlijk en heet, en ze kon niets duidelijk zien.

Het mes verdween, en de vingers pakten het smeren weer op, ditmaal rond haar lippen. Ze knarste met haar tanden, en kon ze daadwerkelijk tegen elkaar horen schuren met verschrikkelijke druk.

“Bijna klaar,” zei de stem.

Ondanks de hitte begon Janets gehele lichaam te rillen van angst.

De vingers begonnen nu rondom haar ogen te drukken, en ze moest die sluiten om te voorkomen dat wat de man ook over haar aan het smeren was niet in haar ogen geraakte.

Toen verwijderden de vingers zich van haar gezicht en kon ze haar ogen weer openen. Nu kon ze het silhouet zien van een groteske gevorm hoofd dat zich in het helse licht verplaatste.

Ze voelde een bange snik uit haar keel losbarsten.

“Laat me gaan,” zei ze. “Laat me alsjeblieft gaan.”

De man zei niets. Nu voelde ze hem morrelen met haar linkerarm, iets elastisch om haar bicep binden, en dat pijnlijk straktrekken.

Janet raakte nu nog meer in paniek, en ze probeerde zich niet in te denken wat haar te gebeuren stond.

“Nee,” zei ze. “Niet doen.”

Ze voelde een vinger tegen de binnenkant van haar elleboog duwen, en toen kwam de stekende pijn van een naald die een bloedvat binnentrad.

Janet gilde van angst en wanhoop.

Maar terwijl ze de naald uit haar voelde gaan, werd ze bevangen door een vreemde verandering.

Haar schreeuw veranderde plotseling in…

Lachen!

Ze lachte dolgedraaid, zonder controle, met een krankzinnige euforie die ze nooit eerder had ervaren.

Ze voelde zich nu warempel onoverwinnelijk, en oneindig sterk en oppermachtig.

Maar toen ze zich weer van de boeien om haar polsen en enkels probeerde te bevrijden, gaven ze niet mee.

Haar gelach veranderde in een stroom van blinde razernij.

“Laat me los,” siste ze. “Laat me los, of ik zweer het, ik maak je af!”

De man fluisterde een lach.

Toen draaide hij de metalen lampenkap zo dat het licht op zijn gezicht scheen.

Het was het gezicht van een clown, witgeschilderd met gigantische, bizarre ogen en lippen in zwart en rood getekend.

Janets adem bevroor in haar longen.

De man glimlachte. In tegenstelling tot de felle kleuren op zijn gezicht hadden zijn tanden een doffe, gele kleur.

Hij sprak haar aan…

“Ze gaan je achterlaten.”

Janet wilde vragen…

Wie?

Over wie heb je het?

En wie ben jij?

Waarom doe je me dit aan?

Maar nu kon ze zelfs niet meer ademen.

Het mes flitste weer voor haar gezicht. Toen trok de man de scherpe punt lichtjes over haar wang, langs de zijkant van haar gezicht, en toen over haar keel. Een hele lichte druk maar, en Janet wist dat het mes haar zou laten bloeden.

Ze begon weer te ademen, eerst met oppervlakkige horten en stoten, toen met diepe teugen lucht.

Ze wist dat ze begon te hyperventileren, maar ze kreeg haar adem niet onder controle. Ze kon haar hart in haar borst voelen bonzen, kon de wilde hartslag voelen en horen tussen haar oren, steeds sneller en luider.

Ze vroeg zich af…

Wat zat er in die naald?

Wat het ook was, het begon steeds meer vat op haar te krijgen. Ze kon niet ontsnappen aan wat er in haar eigen lichaam gebeurde.

Terwijl hij haar gezicht met het mespunt bleef strelen, murmelde hij…

“Ze gaan je achterlaten.”

Ze kon nog net kreunen…

“Wie? Wie gaan me achterlaten?”

“Je weet wel,” zei hij.

Janet besefte dat ze de macht over haar gedachten kwijt begon te raken. Gedachteloze zenuwen en paniek, onzinnige gevoelens van achtervolging en slachtofferrol.

Over wie heeft hij het?

Beelden van vrienden en familieleden en collega’s gingen door haar hoofd.

Maar de vertrouwde, vriendelijke glimlach op hun gezichten veranderde in sneren van minachting en haat.

Iedereen, dacht ze.

Iedereen doet me dit aan.

Iedere persoon die ik ken.

Weer voelde ze een vlaag van woede.

Ik had moeten weten dat ik niemand moest vertrouwen.

Erger nog, het was alsof haar huid letterlijk aan het bewegen was.

Nee, alsof er iets over haar huid kroop.

Insecten! dacht ze.

Wel duizenden!

Ze worstelde met haar boeien.

“Sla ze van me af!” smeekte ze de man. “Sla ze dood!”

De man grinnikte terwijl hij haar bleef aanstaren, door zijn groteske make-up.

Hij bood geen hulp aan.

Hij weet iets, dacht Janet.

Hij weet iets dat ik niet weet.

Toen, terwijl het gekruip gestaag doorging, begreep ze het…

De insecten…

Ze kruipen niet over mijn huid.

Ze kruipen eronder!

Ze begon steeds sneller te ademen, en haar longen brandden alsof ze een lange afstand gerend had. Haar hart bonsde nog pijnlijker.

Haar hart ontplofte met een hele reeks van gewelddadige emoties – razernij, angst, walging, paniek, een totale perplexiteit.

Had de man duizenden, misschien zelfs miljoenen, insecten in haar bloedbaan gespoten?

Hoe was dat nu mogelijk?

Met een stem die trilde van woede en zelfmedelijden, vroeg ze…

“Waarom heb je zo’n hekel aan me?”

Ditmaal grinnikte de man luider.

Hij sprak: “Iedereen heeft een hekel aan jou.”

Nu begon Janet moeilijk te zien. Het was niet dat haar zicht troebel werd. In plaats daarvan begon het tafereel voor haar te horten en te stoten en te springen. Ze dacht dat ze haar oogballen in hun kassen kon horen ratelen.

Dus toen haar oog op een tweede clowngezicht viel, dacht ze dat ze dubbel zag.

Maar al gauw besefte ze…

Dit is een nieuw gezicht.

Het was geschminkt in dezelfde kleuren, maar de vormen verschilden wat.

Dat is hem niet.

De trekken onder de schmink waren bekend.

Toen wist ze het…

Ik. Dat ben ik.

De man hield haar een spiegel voor het gezicht. Het afgrijselijke, opzichtige gezicht dat terugkeek was dat van haar.

De aanblik van dat vervormde, jankende, en tegelijkertijd spottende gelaat vervulde haar met een afkeer die ze niet eerder gekend had.

Hij heeft gelijk, dacht ze.

Iedereen haat me.

En ik ben zelf mijn grootste vijand.

Alsof ze haar walging deelden, renden de beestjes onder haar huid in de wilde weg rond als kakkerlakken die plotseling aan het zonlicht blootgesteld werden maar nergens heen konden vluchten.

De man legde de spiegel neer en begon haar gezicht weer met het mespunt te strelen.

Wederom zei hij…

“Ze gaan je achterlaten.”

Terwijl het mes zich over haar keel bewoog, bedacht ze…

Als hij in me snijdt kunnen de insecten ontsnappen.

Natuurlijk zou het mes haar ook doden. Maar dat leek een goede ruil voor bevrijd te zijn van de insecten en deze vreselijke angst.

Ze siste…

“Doe het dan. Doe het nu.”

Plotseling was de lucht gevuld met lelijk en vervormd gelach, alsof duizenden clowns zich luidruchtig verkneukelden over haar leed.

Het gelach dreef haar hart harder en sneller te bonzen. Janet wist dat haar hart dit met geen mogelijkheid langer aan zou kunnen.

En dat wilde ze niet.

Ze wilde dat het zo gauw mogelijk zou stoppen.

Ze merkte dat ze hartslagen aan het tellen was…

Een, twee…drie, vier, vijf…zes…

Maar de hartslagen werden zowel sneller als onregelmatiger.

Ze vroeg zich af – wat zou er eerder ontploffen, haar hart of haar hersenen?

Toen hoorde ze eindelijk haar allerlaatste hartslag, en de wereld verdween.




HOOFDSTUK EEN


Riley begon te lachen toen Ryan de doos met boeken uit haar handen greep.

Ze zei, “Laat me op z’n minst iets dragen, OK?”

“Het is te zwaar,” zei Ryan. Hij bracht de doos naar de lege boekenkast. “Dat moet je niet tillen.”

“Kom nou, Ryan. Ik ben zwanger, niet ziek.”

Ryan zette de doos neer voor de boekenkast en veegde zijn handen af.

“Jij mag de boeken uit de doos halen en in de kast doen,” zei hij.

Riley moest weer lachen.

Ze zei, “Wil je me zeggen dat je me toestemming geeft om te helpen met het verhuizen naar ons appartement?”

Nu zag Ryan er gegeneerd uit.

“Zo bedoelde ik het niet,” zei hij. “Ik bedoel alleen – nou ja, ik maak me druk.”

“En ik blijf je vertellen dat er niks is om je zorgen over te maken,” zei Riley. “Ik ben net zes weken zwanger, en ik voel me prima.”

Ze wilde niet over haar sporadische ochtendmisselijkheid beginnen. Tot dusverre was het niet heel zwaar geweest.

Ryan schudde zijn hoofd. “Doe gewoon een beetje rustig aan, OK?”

“Doe ik,” zei Riley, “Ik beloof het.”

Ryan knikte en liep terug naar de stapel dozen die nog uitgepakt moesten worden.

Riley wurmde een van de kartonnen dozen voor haar open en begon boeken op de planken te regelen. Ze vond het eigenlijk wel prettig om stil te zitten, en simpele klusjes te doen. Ze besefte dat haar hoofd meer rust kon gebruiken dan haar lichaam.

De laatste paar dagen hadden in een stroomversnelling gezeten.

De laatste paar weken eigenlijk ook.

Haar afstuderen met een psychologiediploma van Lanton University was een dolle dag geweest waarin alles volledig op zijn kop gezet was. Meteen na ceremonie had een FBI agent haar gerekruteerd voor het tien weken durende Honors Internship Summer Program van het bureau. Direct daarna had Ryan haar gevraagd om met hem te gaan samenwonen wanneer hij met zijn nieuwe baan begon.

Het ongelofelijkste was dat zowel haar stageprogramma als Ryans nieuwe baan in Washington D.C. waren. Ze had dus niet hoeven te kiezen.

In ieder geval ging hij niet over de rooie toen ik hem vertelde dat ik al zwanger was, dacht ze.

Sterker nog, hij had toen dolgelukkig geleken. De zenuwen over het idee dat er een baby op komst was waren er in de dagen na het afstuderen wel wat meer bij hem ingeslopen – maar Riley was er zelf ook behoorlijk nerveus over.

Ze kon de gedachte alleen al nauwelijks vatten. Ze begonnen net aan een leven samen, en binnenkort zouden ze partners zijn in de grootste verantwoordelijkheid die Riley zich kon indenken – het grootbrengen van hun eigen kind.

We moeten maar zorgen dat we er klaar voor zijn, dacht Riley.

Intussen was het een vreemd gevoel om haar oude psychologieboeken op de planken te plaatsen. Ryan had geprobeerd haar te overreden om hen te verkopen, en ze wist wel dat ze dat waarschijnlijk ook moest doen…

Laten we wel wezen, we kunnen iedere cent die we binnenhalen gebruiken.

Toch had ze het gevoel dat ze hen in de toekomst nodig zou hebben. Ze wist alleen niet waarom of waarvoor.

Trouwens, in die doos zaten ook een hoop rechtenboeken van Ryan, en het was niet eens in hem opgekomen die te verkopen. Natuurlijk zou hij hen waarschijnlijk gebruiken in zijn nieuwe baan als beginnend advocaat bij advocatenkantoor Parsons en Rittenhouse in DC.

Toen de doos leeg was en alle boeken op de planken stonden, ging Riley op de vloer naar Ryan zitten kijken, die onrustig meubelstukken bleef duwen en verplaatsen alsof hij voor alles een perfecte plek zocht.

Riley onderdrukte een zucht…

Arme Ryan.

Ze wist dat hij helemaal niet blij was met dit kelderappartement. Hij had een leuker appartement gehad in Lanton, met hetzelfde meubilair dat ze hier naar toe hadden gebracht – een vrolijke ratjetoe van tweedehands spullen.

Wat haar betrof stonden Ryan’s dingen hier best goed. En ze had hoegenaamd geen probleem met het kleine appartement. In Lanton had ze kunnen wennen aan een campuskamertje, dus deze ruimte was in vergelijking ware luxe, ondanks de bedekte buizen die boven de slaapkamer en de keuken hingen.

De appartementen op de bovenverdiepingen waren inderdaad een heel stuk mooier, maar deze was de enige beschikbare geweest. Toen Ryan het voor het eerst had bezichtigd, had hij bijna geweigerd het te huren. Maar waar het op neerkwam was dat dit het beste was dat ze zich konden veroorloven. Ze waren al financieel overbelast. Ryan zat aan de limiet van zijn credit card door verhuiskosten, de aanbetaling op het appartement, en al het andere dat ze nodig hadden voor deze gigantische verandering in hun leven.

Ryan keek eindelijk naar Riley en zei, “Zullen we even pauze nemen?”

“Prima,” zei Riley.

Riley stond op en ging aan de keukentafel zitten. Ryan greep twee frisdrankjes uit de koelkast en ging bij haar zitten. Ze vielen met z’n tweeën stil, en Riley voelde meteen aan dat Ryan iets dwars zat.

Uiteindelijk hamerde Ryan met zijn vingers op de tafel en zei…

“Uh, Riley, we moeten iets bespreken.”

Dit klinkt inderdaad serieus, dacht ze.

Ryan viel weer stil, en zijn ogen staarden de verte in.

“Je gaat het toch niet met me uitmaken, he?” vroeg ze.

Geintje, natuurlijk.

Maar Ryan lachte niet. Hij leek de vraag nauwelijks opgemerkt te hebben.

“Huh? Nee, helemaal niet, alleen…”

Zijn stem vlakte af, en nu begon Riley echt nerveus te worden.

Wat is er toch? vroeg ze zich af. Is die baan van Ryan niet doorgegaan ofzo?

Ryan keek Riley in de ogen en zei…

“Niet lachen, goed?”

“Waarom zou ik lachen?” vroeg Riley.

Licht bevend ging Ryan van zijn stoel en knielde voor haar neer.

En toen besefte Riley…

Oh God! Hij gaat een aanzoek doen!

En warempel, ze begon te lachen. Het was een zenuwachtig lachje, natuurlijk.

Ryan bloosde diep.

“Ik zei toch dat je niet moest lachen,” zei hij.

“Ik lach je niet uit,” zei Riley. “Vooruit, zeg maar wat je wil zeggen. Ik weet vrij zeker…nou ja, ga maar.”

Ryan tastte rond in zijn broekzak en haalde er een klein zwart sieradendoosje uit. Hij opende het en onthulde een bescheiden maar mooie diamanten ring. Riley zoog onwillekeurig de adem in.

Ryan stamelde…

“Uh, Riley Sweeney, zou je – wil je met me trouwen?”

Met een niet-geslaagde poging om haar zenuwachtig gegiechel tegen te houden, wist Riley uit te brengen…

“Oh ja hoor. Absoluut.”

Ryan plukte de ring uit de doos, en Riley strekte haar linkerhand uit en liet hem deze om haar vinger plaatsen.

“Wat is hij mooi,” zei Riley. “En nu opstaan, kom bij me zitten.”

Ryan glimlachte schaapachtig toen hij naast haar aan de tafel ging zitten.

“Was het knielen teveel?” vroeg hij.

“Het knielen was perfect,” zei Riley. “Alles is gewoon…perfect.”

Een moment staarde ze gefascineerd naar de kleine diamanten ring aan haar ringvinger. Haar nerveuze lachaanval was overgegaan, en nu voelde ze een brok emotie in haar keel ontstaan.

Dit had ze werkelijk niet zien aankomen. Ze had er zelfs niet op durven hopen – of in ieder geval niet zo snel.

Maar hier zaten zij en Ryan dan weer een nieuwe enorme stap in hun leven te nemen.

Terwijl ze de dans van het licht op de diamant zat te bekijken, zei Ryan…

“Ooit krijg je een betere ring van me.”

Riley schrok.

“Waag het niet!” zei ze. “Dit is voor altijd mijn enige verlovingsring!”

Maar terwijl ze naar de ring staarde, dacht ze bezorgd…

Hoe duur was dit?

Alsof hij haar gedachten kon lezen, zei Ryan…

“Maak je maar niet druk over de ring.”

Met Ryans geruststellende glimlach verdween haar bezorgdheid meteen. Ze wist dat hij niet dom was als het op geld aankwam. Hij had de ring waarschijnlijk met een stevige korting gekregen – hoewel ze hem die vraag nooit zou stellen.

Riley bemerkte toen dat Ryan met een verdrietige blik rondkeek in het appartement.

“Is er iets loos?” vroeg ze.

Ryan slaakte een zucht en zei, “Ik ga een beter leven voor je creëren. Dat beloof ik.”

Vreemd genoeg schokte dat Riley.

Ze vroeg, “Wat is er mis met het leven dat we nu leiden? We zijn nog jong en we zijn verliefd en er is een baby op komst en -”

“Je snapt wat ik bedoel,” viel Ryan haar in de rede.

“Nee, dat denk ik eigenlijk niet,” zei Riley.

Er viel een stilte tussen hen.

Ryan zuchtte weer en zei, “Hoor eens, ik begin morgen aan een baan met een startsalaris. Ik heb nu niet echt het gevoel dat ik het gemaakt heb in de wereld. Maar het is een goed bedrijf, en als ik er blijf kan ik me opwerken en misschien ooit zelfs partner worden.”

Riley keek hem met vaste blik aan.

“Ooit, zeker,” zei ze. “Maar je bent al prima begonnen. En ik ben blij met wat we nu op dit moment hebben.”

Ryan haalde zijn schouders op. “We hebben niet veel. Om te beginnen hebben we maar een auto, en ik heb die nodig om naar het werk te gaan, wat betekent…”

Riley viel hem in de rede, “Wat betekent dat ik iedere ochtend de metro naar het trainingsprogramma neem. Wat is daar mis mee?”

Ryan boog over de tafel en pakte haar hand.

“Het is twee straten lopen van en naar de dichtstbijzijnde metrohalte,” zei hij. “En dit is niet de veiligste buurt van de hele wereld. Er is al een keer ingebroken in de auto. Ik ben er niet blij mee dat je daar in je eentje moet lopen. Ik maak me zorgen.”

Riley werd bevangen door een merkwaardig, onbehaaglijk gevoel. Ze wist niet helemaal zeker wat voor gevoel dat precies was.

Ze zei, “Is het niet in je opgekomen dat ik dit eigenlijk wel een leuke buurt vind? Ik heb mijn hele leven op het platteland in Virginia gewoond. Dit is een spannende verandering, een avontuur. En je weet ook dat ik kranig ben. Mijn vader was kapitein bij de Marine. Die heeft me wel geleerd hoe ik me kan weren.

Ze voegde bijna toe…

En ik heb een paar maanden geleden een aanval door een seriemoordenaar overleefd, weet je nog?

Niet alleen had ze het overleefd, ze had de FBI geholpen om de moordenaar op te sporen en hem ter verantwoording te brengen. Daarom had ze het aanbod gekregen om mee te doen met het trainingsprogramma.

Maar ze wist dat Ryan nu niks van dat alles wilde horen. Zijn mannelijke trots was op dat moment wat fragiel.

En Riley realiseerde zich iets…

Daar stoor ik me verschrikkelijk aan.

Riley koos haar woorden met zorg, en probeerde niet iets verkeerds te zeggen…

“Ryan, weet je, een beter leven voor ons maken is niet alleen jouw zorg. Het is ons beider zorg. Ik ga er ook invloed op hebben. Ik ga zelf ook een carrière opbouwen.”

Ryan keek fronsend weg.

Riley onderdrukte een zucht toen ze besefte…

Heb ik toch nog het verkeerde gezegd.

Het was haar bijna ontschoten dat Ryan haar zomerstage niet van harte goedkeurde. Ze had hem eraan herinnerd dat het maar tien weken was en dat het geen fysieke training was. Ze zou alleen maar agenten aan het werk observeren, voor het grootste deel binnen. Trouwens, ze dacht dat het misschien zelfs zou leiden tot een kantoorbaan, precies hier in het FBI-hoofdkantoor.

Daarna had hij het wat meer aanvaard, maar enthousiast was hij zeker niet te noemen.

Maar ja, Riley wist ook helemaal niet wat hij het liefst voor haar zou willen.

Wilde hij dat ze een huismoeder werd? Als dat het geval was zou hij vroeg of laat teleurgesteld uitkomen.

Maar dit was niet het moment om daarop in te gaan.

Verpest dit moment niet, sprak Riley zichzelf aan.

Ze keek weer naar de ring en toen naar Ryan.

“Hij is prachtig,” zei ze. “Ik ben ontzettend gelukkig. Dank je wel.”

Ryan glimlachte en kneep haar in de hand.

Toen zei Riley, “Dus, met wie gaan we het nieuws delen?”

Ryan haalde zijn schouders op. “Weet ik niet. We hebben niet echt vrienden hier in DC. Ik zou misschien contact op kunnen nemen met wat oude vrienden van de rechtenstudie. Misschien kan jij je vader bellen.”

Riley fronste bij het idee. Haar laatste bezoek aan haar vader was geen plezierige geweest. Hun relatie was altijd behoorlijk troebel geweest.

En trouwens…

“Hij heeft geen telefoon, weet je nog?” zei Riley. “Hij woont moederziel alleen in de bergen.”

“Oh ja,” zei Ryan.

“En jouw ouders dan?” vroeg Riley

Ryans glimlach verzwakte een beetje.

“Ik zal hen erover schrijven,” zei hij.

Riley moest zichzelf tegenhouden om niet te vragen…

Waarom bel je hen niet gewoon?

Misschien kan ik dan eindelijk met hen praten.

Ze had Ryans ouders, die in Munny, een klein stadje in Virginia woonden, nog nooit ontmoet.

Riley wist dat Ryan in een arbeidersomgeving was opgegroeid en dat hij vast van plan was die levensstijl achter zich te laten.

Ze vroeg zich af of hij zich voor hen geneerde of…

Schaamt hij zich voor mij?

Weten ze überhaupt dat we samenwonen?

Zouden ze dat goed vinden?

Maar voordat Riley kon bedenken hoe dat onderwerp aan te snijden, ging de telefoon.

“Misschien kunnen we hem gewoon naar voicemail laten gaan,” zei Ryan.

Riley dacht er even over na terwijl de telefoon bleef rinkelen.

“Misschien is het wel iets belangrijks,” zei ze. Ze ging naar de telefoon en nam hem op.

Een vrolijke, professioneel-klinkende mannenstem zei, “Mag ik Riley Sweeney spreken?”

“Dat ben ik,” zei Riley.

“Met Hoke Gilmer, je supervisor voor het FBI trainingsprogramma. Ik wilde je er alleen aan herinneren-”

Riley zei enthousiast, “Ja, ik weet het! Ik ben er fris en monter om zeven uur morgenochtend!”

“Top!” antwoordde Hoke. “Ik kijk ernaar kennis met je te maken.”

Riley hing op en keek naar Ryan. Hij had een weemoedige blik in de ogen.

“Jeetje,” zei hij. “Het begint allemaal heel echt te worden he?”

Riley begreep wel hoe hij zich voelde. Sinds de verhuizing uit Lanton waren ze maar zelden zonder elkaar geweest.

En nu, morgen, gingen ze allebei weg naar hun nieuwe baan.

Riley zei, “Misschien moeten we samen iets speciaals gaan doen.”

“Goed idee,” zei Ryan. “Misschien naar de film en een leuk restaurant uitkiezen en…”

Riley lachte toen ze hem bij de hand greep en hem optrok.

“Ik heb een beter plan,” zei ze.

Ze trok hem de slaapkamer in, waar ze beiden lachend op het bed tuimelden.




HOOFDSTUK TWEE


Riley voelde haar ademhaling en hartslag versnellen terwijl ze van de metrohalte naar het gigantische witte J. Edgar Hoovergebouwnliep.

Waarom ben ik zou zenuwachtig? vroeg ze zichzelf. Per slot van rekening had ze haar eerste soloreis in de metro van een grotere stad dan ze ooit zelfs maar bezocht had voor ze hiernaartoe verhuisde, goed doorstaan.

Ze probeerde zichzelf ervan te overtuigen dat dit toch niet zo’n grote omschakeling was – ze ging gewoon naar school, net zoals ze dat in Lanton gedaan had.

En toch bleef ze zich overweldigd en ontmoedigd voelen. Om te beginnen stond het gebouw aan Pennsylvania Avenue, precies tussen het Witte Huis en het Capitool. Zij en Ryan hadden eerder deze week langs het gebouw gereden, maar de realiteit dat ze hier de komende tien weken naar toe zou komen om te leren en werken, begon er nu pas in te hakken.

Het leek wel een droom.

Ze liep door de vooringang en verder door de lobby naar de beveiligingspoort. De dienstdoende bewaker vond haar naam op een bezoekerslijst en gaf haar een identificatiekaartje met een klip. Hij vertelde haar dat ze met de lift drie verdiepingen omlaag moest, naar een kleine hoorzaal.

Toen Riley de hoorzaal had gevonden en naar binnen ging, werd haar een pakketje regels, regelementen en informatie aangereikt dat ze later moest lezen. Ze ging zitten temidden van twintig andere stagiaires die allemaal van rond haar leeftijd leken te zijn. Ze wist dat sommige, net als zij, pas afgestudeerd waren; andere waren bachelorstudenten die in de herfst naar de universiteit zouden terugkeren.

De meeste stagiaires waren mannen, en allemaal goedgekleed. Ze voelde zich een beetje onzeker over haar eigen pak, dat ze in een tweedehandswinkel in Lanton had gekocht. Het was de beste zakelijke outfit die ze had, en ze hoopte maar dat ze er professioneel genoeg uitzag.

Al gauw kwam een nette man van middelbare leeftijd voor de stagiaires staan.

Hij zei, “Ik ben Assistent-Directeur Marion Connor, en ik heb de leiding over de FBI Honors Internship Summer Program. Ieder van jullie mag er wel trots op zijn dat je hier vandaag bent. Jullie zijn een hele exclusieve en uitzonderlijke groep, geselecteerd uit duizenden aanmeldingen…”

Riley slikte hard terwijl hij zijn felicitaties aan de groep vervolgde.

Duizenden aanmeldingen!

Wat vreemd leek dat. Eerlijk gezegd had zijzelf zich helemaal niet aangemeld. Ze was simpelweg voor het programma verkozen zodra ze de universiteit verliet.

Hoor ik hier wel echt? vroeg ze zich af.

Assistent-Directeur Connor stelde de groep voor aan een jongere agent – Hoke Gilmer, de trainingsupervisor die Riley gisteren gebeld had. Gilmer sommeerde de stagiaires te gaan staan en hun rechterhand op te heffen om de FBI-eed te zweren.

Riley voelde zichzelf emotioneel worden terwijl ze de woorden sprak…

“Ik, Riley Sweeney, zweer dat ik de Grondwet van de Verenigde Staten van Amerika zal handhaven en verdedigen tegen alle vijanden uit binnenland en buitenland…”

Ze moest haar tranen wegknipperen terwijl ze vervolgde.

Dit is echt, zei ze tegen zichzelf. Dit gebeurt echt.

Ze had geen idee wat haar vanaf dit moment te wachten stond.

Maar ze was er wel vrij zeker van dat haar leven voorgoed zou veranderen.

*



Na de ceremonie leidde Hoke Gilmer de studenten een uur lang rond in het J. Edgar Hoovergebouw. Riley was steeds meer verbluft door de grootte en complexiteit van het gebouw, en alle verschillende activiteiten die er plaatsvonden. Er waren verscheidene sportruimtes, een basketbalveld, een medische kliniek, een printwinkel, een heleboel soorten laboratoria en computerkamers, een schietbaan en zelfs een mortuarium en een autoreparatie.

Haar hoofd duizelde ervan.

Aan het einde van de rondleiding werd de groep gebracht naar de kantine op de achtste verdieping. Riley voelde zich doodmoe terwijl ze het eten op haar dienblad laadde – niet zozeer van de kilometers die ze net had gelopen, maar van alles dat ze gezien had en probeerde in zich op te nemen.

Hoeveel van dit fantastische gebouw zou ze kunnen ervaren in de tien weken die ze hier door zou brengen? Ze wilde alles leren dat ze kon, en zo snel als ze dat kon.

En ze wilde daar ogenblikkelijk mee beginnen.

Met haar dienblad in de handen op zoek naar een plekje om te gaan zitten eten, voelde ze zich merkwaardig misplaatst. De andere stagiaires waren kennelijk al vriendschappen aan het sluiten en in groepjes aan het zitten, opgewonden kwetterend over de dag. Ze maande zichzelf aan zich bij een paar van haar jonge collega’s te voegen, zichzelf voor te stellen en kennis te maken met een paar van hen.

Maar ze wist dat het niet eenvoudig zou zijn.

Riley had zich altijd een beetje een buitenbeentje gevoeld, en vrienden maken en erbij horen was nooit een natuurlijk gave geweest.

En op dit moment voelde ze zich schuwer dan ooit in haar herinnering.

En beeldde ze het zich in, of waren een paar van de stagiaires naar haar aan het gluren en over haar aan het fluisteren?

Ze had net besloten om in haar eentje te gaan zitten toen ze een stem naast haar hoorde.

“Jij bent toch Riley Sweeney?”

Ze draaide zich om en zag een jonge man op wie haar oog in de hoorzaal en tijdens de rondleiding al was gevallen. Ze kon er niet omheen dat hij er bijzonder knap uitzag – iets groter dan zijzelf, hard en atletisch, met korte krullen en een vriendelijke glimlach. Zijn pak zag er duur uit.

“Eh, ja,” zei Riley, die zich plotseling nog meer verlegen dan eerder voelde. “En jij…?”

“John Welch. Leuk kennis met je te maken. Ik zou je de hand schudden, maar…”

Hij knikte naar de dienbladen die ze beiden droegen en lachte wat.

“Zou je het goed vinden om bij me te zitten?” vroeg hij.

Riley hoopte maar dat ze niet bloosde.

“Ja hoor,” zei ze.

Ze gingen aan een tafeltje tegenover elkaar zitten en begonnen te eten.

Riley vroeg, “Hoe weet je hoe ik heet?”

John glimlachte ondeugend en zei, “Dat is vast een grapje?”

Riley was ontsteld. Ze kon zichzelf ervan weerhouden om te zeggen…

Nee, dat was geen grapje.

John haalde zijn schouders op en zei, “Zo’n beetje iedereen hier weet wie je bent. Je kan waarschijnlijk wel zeggen dat je een reputatie hebt.”

Riley keek naar een paar van de andere studenten. En ja hoor, enkele van hen wierpen nog steeds steelse blikken op haar en fluisterden tegen elkaar.

Riley begon te beseffen…

Ze weten duidelijk wat er in Lanton gebeurd is.

Maar hoeveel wisten ze?

En was dit goed of slecht?

Ze had er niet bepaald op gerekend dat ze een “reputatie” zou hebben tussen de stagiaires. Ze voelde zich vreselijk opgelaten door dat idee.

“Waar kom je vandaan?” vroeg ze.

“Hier uit DC,” zei John. “Ik ben deze lente afgestudeerd met een BA in criminologie.”

“Welke school?” vroeg Riley.

John bloosde een beetje.

“Eh – George Washington University,” zei hij.

Riley voelde haar ogen opensperren bij de vermelding van zo’n dure universiteit.

Hij moet rijk zijn, dacht ze.

Ze voelde ook aan dat hij zich daar nogal ongemakkelijk over voelde.

“Goed zeg, een graad in criminologie,” zei ze. “Ik heb maar een psychologiegraad. Je hebt een stevige voorsprong op me.”

John lachte.

“Op jou? Dacht ’t niet. Ik bedoel maar, je bent waarschijnlijk de enige stagiair in het programma die daadwerkelijk veldwerk heeft verricht.”

Daar had Riley werkelijk niet van terug.

Veldwerk?

Ze had wat in Lanton gebeurd was niet onder het kopje “veldwerk” geplaatst.

John ging verder, “Ik bedoel maar, je hebt gewoon geholpen met een echte seriemoordenaar op te sporen en aan te houden. Ik kan me niet eens voorstellen hoe dat moest zijn geweest. Ik benijd je echt.”

Riley fronste en viel stil. Ze wilde het niet zeggen, maar afgunst leek een behoorlijk ongepaste emotie om te voelen over wat ze had doorgemaakt.

Wat dacht John dat er zich tijdens die vreselijke weken in Lanton had afgespeeld? Had hij er enig benul van hoe het voelde om de lichamen van twee van haar beste vriendinnen te vinden, met hun keel op brute wijze doorgesneden?

Wist hij wel hoe verschrikkelijk en verdrietig ze zich had gevoeld – en ook hoe schuldig?

De gedachte dat Trudy, haar kamergenoot, nog in leven zou zijn geweest als Riley beter op haar had gepast, achtervolgde haar nog steeds.

En had hij er enig benul van hoe doodsbang ze was geweest toen ze zelf in de klauwen van de moordenaar was gevallen?

Riley nam een slokje van haar frisdrank en prikte wat in haar eten met haar vork.

Toen zei ze, “Het was…nou ja, het was niet zoals jij lijkt te denken. Het was gewoon iets dat gebeurde.”

John keek haar nu oprecht bezorgd aan.

“Sorry,” zei hij. “Je wil er vast niet over praten.”

“Misschien een andere keer,” zei Riley.

Er viel een ongemakkelijke stilte. Riley wilde niet onbeschoft zijn en begon John vragen over zichzelf te stellen. Hij leek terughoudend om te praten over zijn leven en familie, maar Riley wist hem een beetje uit zijn schulp te trekken.

Johns ouders waren beiden prominente advocaten die diep in de politiek van DC zaten. Riley was onder de indruk – niet zozeer door Johns gegoede afkomst, maar door het feit dat hij had gekozen voor een andere richting dan de rest van zijn familie. In plaats van een prestigieuze juridische en politieke carriere, zette John zich in voor een bescheidener leven ten dienste van de ordehandhaving.

Een echte idealist, dacht Riley.

Ze betrapte zich erop dat ze hem vergeleek met Ryan, die zijn bescheiden achtergrond achter hem probeerde te laten door een succesvolle advocaat te worden.

Natuurlijk bewonderde ze Ryans ambitie. Het was een van de redenen waarom ze zo van hem hield. Maar ze moet John wel bewonderen om de keuzes die hij maakte.

Terwijl ze verder spraken, kreeg Riley de indruk dat John haar probeerde te charmeren.

Hij is met me aan het flirten, realiseerde ze.

Daar schrok ze een beetje van. Haar linkerhand lag in vol zicht op de tafel, dus hij kon toch zeker wel haar nieuwe verlovingsring zien.

Moest ze laten vallen dat ze verloofd was?

Ze had het idee dat dat nogal ongemakkelijk zou zijn – vooral als ze het bij het verkeerde eind had.

Misschien is hij helemaal niet met me aan het flirten.

Al snel begon John vragen over Riley te stellen, zorgvuldig het onderwerp van de moorden in Lanton vermijdend. Zoals gewoonlijk, vermeed Riley bepaalde onderwerpen – haar moeizame verhouding met haar vader, haar rebelse tienerjaren, en vooral dan dat ze als klein meisje had gezien hoe haar eigen moeder doodgeschoten werd.

Het kwam ook in Riley op dat, in tegenstelling tot Ryan of John, zij niet echt veel te zeggen had over haar toekomstdromen.

Wat zegt dat over me? Vroeg ze zich af.

Uiteindelijk begon ze te praten over haar ontluikende relatie met Ryan, en hoe ze zich net gisteren verloofd hadden – hoewel ze niet vermeldde dat ze zwanger was. Ze merkte geen bijzondere verandering in Johns gedrag.

Hij is duidelijk gewoon van nature charmant, dacht ze.

De gedachte dat ze de verkeerde conclusie had getrokken luchtte haar op, evenals het feit dat hij helemaal niet met haar had geflirt.

Hij was een aardige vent, en ze keek ernaar uit hem beter te leren kennen. Sterker nog, ze was er vrij zeker van dat John en Ryan het met elkaar zouden kunnen vinden. Misschien konden ze binnenkort een keer met z’n allen afspreken.

Toen de stagiaires klaar waren met hun maaltijd, verzamelde Hoke Gilmer hen en bracht hen een paar verdiepingen lager naar de grote kleedkamer die tijdens de periode van de tien weken hun hoofdkwartier zou zijn. Een jongere agent die Gilmer assisteerde wees elk van de stagiaires een kluisje toe. Toen gingen de stagiaires aan tafels en stoelen in het midden van de kamer zitten, en de jongere agent begon mobiele telefoons uit te delen.

Gilmer legde uit, “Binnenkort is het de eenentwintigste eeuw, en de FBI houdt er niet van om achter te lopen op de meest recente technologie. Dit jaar geven we geen pagers uit. Misschien hebben sommige van jullie al mobiele telefoons, maar we willen jullie een aparte geven om te gebruiken voor de FBI. Er zitten instructies in jullie orientatiepakket.”

Toen lachte Gilmer terwijl hij toevoegde, “Ik hoop maar dat jullie deze gemakkelijker kunnen leren gebruiken dan ik.”

Een paar van de stagiaires lachten mee terwijl ze naar hun nieuw speelgoed grepen.

Riley’s telefoon voelde raar en klein in haar hand. Ze was gewend aan grotere huistelefoons en had nog niet eerder een mobiele telefoon gebruikt. Hoewel ze computers had gebruikt in Lanton, en sommige van haar vrienden mobiele telefoons hadden, had zij er nog steeds geen. Ryan had al zowel een computer als een mobiele telefoon, en hij plaagde Riley soms met haar ouderwetse gebruiken.

Ze vond dat niet zo leuk. In werkelijkheid was de enige reden waarom ze geen computer of mobiele telefoon had dat ze het niet kon betalen.

Deze leek bijna precies op die van Ryan – heel simpel, met een klein scherm voor tekstberichten, een nummerblok en maar drie of vier andere knopjes. Toch was het een raar gevoel te beseffen dat ze niet eens wist hoe ze er een normaal telefoongesprek mee kon maken. Ze wist dat het ook heel vreemd zou zijn om constant per telefoon bereikbaar te zijn, waar ze ook was.

Ze herinnerde zichzelf eraan…

Ik begin een heel nieuw leven.

Riley merkte een groep van officieel-uitziende mensen op, voornamelijk mannen, die net de kleedkamer waren binnengekomen.

Gilmer zei, “Ieder van jullie zal tijdens jullie weken hier meelopen met een ervaren special agent. Ze zullen beginnen met jullie hun eigen specialisaties te leren – misdaadgegevens analyseren, forensisch werk, werk in het computerlaboratorium enzovoorts. We stellen jullie aan hen voor, en dan gaan zij er verder mee aan de slag.”

Terwijl de jongere agent elk van de stagiaires aan een toezichthoudende agent koppelde, realiseerde Riley zich al gauw…

Er is een agent minder dan er stagiaires zijn.

En ja hoor, toen alle stagiaires weg liepen met hun mentoren, zat Riley daar zonder een eigen mentor. Ze keek met perplexiteit naar Gilmer.

Gilmer glimlachte lichtjes en zei, “Je kan de agent met wie jij gaat meelopen vinden verderop in de gang in kamer negentien.”

Een beetje onbestendig verliet Riley de kleedkamer en liep de gang door tot ze de juiste kamer vond. Ze opende de deur en zag een korte man van middelbare leeftijd met een brede borst op een tafel zitten.

Riley snakte luid naar adem toen ze hem herkende.

Het was Special Agent Jake Crivaro – de agent met wie ze in Lanton had gewerkt, en die haar leven had gered.




HOOFDSTUK DRIE


Riley glimlachte toen ze Special Agent Jake Crivaro herkende. Ze had de hele morgen met vreemden doorgebracht en was bijzonder blij om zijn vertrouwde gezicht te zien.

Ik zou me waarschijnlijk niet moeten verbazen, dacht ze.

Per slot van rekening herinnerde ze zich wat hij haar in Lanton had verteld, terwijl hij haar de documenten voor het Honors Program had aangereikt…

“Ik kom in aanmerking voor pensioen, maar ik kan eventueel wat langer aanblijven om iemand als jij te helpen met beginnen.”

Hij had duidelijk specifiek gevraagd om Riley’s mentor te worden tijdens haar stage.

Maar Riley’s glimlach verdween algauw toen ze zich realiseerde…

Hij lacht niet terug.

Sterker nog, Agent Crivaro zag er niet uit alsof hij zelfs maar het kleinste beetje blij was om haar te zien.

Hij zat nog altijd op de tafel, kruiste zijn armen en knikte naar een kleurloze maar vriendelijk-uitziende man van in de twintig die naast hem stond. Crivaro zei…

“Riley Sweeney, dit is Special Agent Mark McCune, uit DC. Hij is mijn partner in een case waar ik vandaag aan werk.”

“Aangenaam,” zei Agent McCune met een glimlach.

“Hetzelfde,” zei Riley.

McCune leek beduidend vriendelijker dan Crivaro.

Crivaro ging van de tafel. “Je hebt maar mazzel, Sweeney. Terwijl de rest van de stagiaires binnen opgesloten zitten leren hoe je moet omgaan met archiefkasten en paperclips, ga jij rechtstreeks het veld in. Ik ben hier net uit Quantico gearriveerd om aan een drugszaak te werken. Je gaat met mij en Agent McCune mee – we gaan nu naar de plaats delict toe.”

Agent Crivaro schreed de kamer uit.

Terwijl Riley en Agent McCune hem volgden, dacht Riley…

Hij heeft me “Sweeney” genoemd.

In Lanton was ze eraan gewend geraakt dat hij haar “Riley” noemde.

Riley fluisterde tegen McCune, “Is Agent Crivaro ergens boos over ofzo?”

McCune haalde zijn schouders op en fluisterde terug, “Ik had eigenlijk gehoopt dat jij mij dat kon vertellen. Dit mijn eerste dag werken met hem, maar ik hoor dat jij al aan een case gewerkt hebt met hem. Ze zeggen dat je behoorlijk indruk op hem hebt gemaakt. Hij heeft de reputatie nogal kortaf te zijn. Zijn laatste partner is ontslagen, weet je.”

Riley zei bijna…

Nee, dat wist ik eigenlijk niet.

Ze had Crivaro nooit over een partner gehoord in Lanton.

Hoewel Crivaro gehard was, had ze hem nooit als “kortaf” beschouwd. Eigenlijk was ze hem gaan zien als een goedige vaderfiguur – bepaald anders dan haar echte vader.

Riley en McCune volgden Crivaro naar een auto op het FBI parkeerterrein. Niemand sprak terwijl Crivaro hen het gebouw uitreed en richting het noorden ging door de straten van DC.

Riley begon zich af te vragen of Crivaro ooit zou gaan uitleggen wat ze nou eigenlijk moesten doen als ze aankwamen waar het ook was dat ze naartoe gingen.

Uiteindelijk bereikten ze een louche-uitziende buurt. Langs de straten stonden rijen huizen waarvan Riley dacht dat deze ooit fijne woningen waren geweest, maar die nu in diepe staat van verval verkeerden.

Nog steeds met zijn handen aan het stuur, richtte Agent Crivaro zich eindelijk tot haar.

“Twee broers, Jaden en Malik Madison, runnen de laatste paar jaar een drugsoperatie vanuit deze buurt. Zij en hun bende hebben er een brutale openheid over – ze verkopen rustig op straat, alsof het een soort openluchtmarkt is. De plaatselijke politie kon niets doen om hen tegen te houden.”

“Waarom niet?” vroeg Riley.

Crivaro zei, “De bende let zorgvuldig op voor politie. Daarbij hebben ze de hele buurt doodsbang gemaakt – schietpartijen vanuit rijdende auto’s, dat soort dingen. Twee kinderen werden alleen maar neergeschoten omdat ze ergens stonden waar ze niet hadden moeten zijn. Niemand durfde met de politie te praten over wat er aan de gang was.”

Crivaro bekeek de rijen huizen, en vervolgde.

“Een paar dagen geleden is de FBI om hulp gevraagd. Vanmorgen nog heeft een van onze undercovers Jaden weten te arresteren. Zijn broer Malik is nog steeds op vrije voeten, en de bende heeft zich verspreid. Die zullen niet gemakkelijk te pakken zijn. Maar dankzij de arrestatie hebben we een huiszoekingsbevel weten te krijgen om de huizen te doorzoeken waarin ze hun werk verrichtten.”

Riley vroeg, “Als de bende nog steeds actief is, gaan ze niet gewoon de zaak weer opstarten?”

McCune zei, “Daar kan de lokale politie wel echt iets aan doen. Ze zijn van plan een ‘ministation’ op te zetten, midden op het trottoir – niet meer dan een picknicktafel en stoelen bemand door een paar agenten in uniform. Ze gaan samenwerken met de plaatselijke bewoners om te voorkomen dat het niet weer gebeurt.”

Riley vroeg bijna…

Gaan ze dan niet gewoon weer beginnen in een andere buurt?

Maar ze wist dat dat een stomme vraag was. Natuurlijk zou de bende elders opnieuw beginnen – tenminste, als ze niet werden opgepakt. En dan konden de politie en de FBI het werk van voor af aan beginnen. Zo werkte dat in deze branch.

Crivaro stopte de auto en wees naar het dichtstbijzijnde huis.

“In die daar is er al een huiszoeking aan de gang,” zei hij. “En wij zijn hier om mee te helpen.”

Terwijl ze de auto uitstapten, dreigde Crivaro streng met een vinger naar Riley.

“En met “wij” bedoel ik Agent McCune en ik. Jij bent hier om te observeren en leren. Dus waag het niet om ons voor de voeten te lopen. En raak niets aan.”

Zijn woorden verkilden Riley. Maar ze knikte gehoorzaam.

De geüniformeerde agent die in de deuropening stond leidde hen naar binnen. Riley zag direct dat een grote operatie reeds aan de gang was. De nauwe hal krioelde van de plaatselijke politie en agenten met FBI-jacks. Ze legden wapens en zakken drugs op een hoop in het midden van de vloer.

Crivaro zag er tevreden uit. Hij zei tegen een van de FBI mannen, “Lijkt erop dat jullie een goudmijntje gevonden hebben.”

De FBI man lachte en zei, “We zijn er vrij zeker van dat dit nog maar het begin is. Er moeten een hoop contanten ergens rondliggen, maar we hebben die nog niet gevonden. Dit soort huis heeft behoorlijk wat plekken om dingen te verstoppen. Onze jongens zijn iedere centimeter aan het uitkammen.

Riley volgde Crivaro en McCune de trap op naar de tweede verdieping.

Ze kon nu zien dat het huis, en kennelijk de andere erom heen, groter was dan het er van buiten uitzag. Hoewel het nauw was, was het ook diep, met flink veel kamers langs de gangen. Naast de twee verdiepingen die zo te zien waren, verwachtte Riley dat het huis ook een zolder en kelder had.

Bovenaan de trap botsten vier agenten bijna op Crivaro terwijl ze een van de kamers uit kwamen.

“Hier niks,” zei een van de agenten.

“Weet je dat zeker?” vroeg Crivaro.

“We hebben hem uit en te treuren doorzocht,” zei de andere agent.

Toen riep een stem vanuit de kamer direct aan de andere kant van de gang…

“He, ik denk dat we hier een goede vondst hebben!”

Riley liep achter Crivaro en McCune de gang door. Voor ze hen de kamer in kon volgen, stak Crivaro zijn hand uit en hield haar tegen.

“Ho ho,” zei hij tegen haar. “Jij kan precies hier in de hal blijven kijken.”

Riley stond net buiten de deur en zag vijf mannen de kamer doorzoeken. Degene die Jake had geroepen stond naast een rechthoekige vorm aan de muur.

Hij zei, “Het lijkt erop dat dit ooit een dienstlift was. Wil je een gokje wagen dat we er iets in vinden?”

“Breek het open,” zei Crivaro.

Riley nam een stop naar voren om te zien wat ze aan het doen waren.

Jake keek haar aan en riep…

“He, Sweeney. Wat heb ik je net nou gezegd?”

Riley zou net gaan uitleggen dat ze niet van plan was naar binnen te komen toen Jake een agent beval…

“Doe die klotedeur dicht/”

De deur sloeg dicht in Riley’s gezicht. Riley daar stond in de gang en was geschokt en vernederd.

Waarom is Agent Crivaro toch zo boos op me? vroeg ze zich af.

Er kwam nu een hoop lawaai vanuit de kamer. Het klonk alsof iemand de plek waar de dienstlift in de muur had gezeten met breekijzer aan het bewerken was. Riley had graag gezien wat er gebeurde, maar het was uitgesloten dat ze de deur weer zou openen.

Ze liep de gang door en naar de kamer aan de andere kant, de kamer waarvan de agenten gezegd hadden dat die al doorzocht was. Stoelen en meubels lagen op hun kant, en een tapijtje dat kennelijk was opgetild en weer neergekwakt lag in kreukels.

In haar eentje liep Riley naar het raam dat op de straat uitkeek.

Buiten zag ze wat enkelingen die met een stevige pas voortbewogen alsof ze haast hadden om hun bestemming te bereiken.

Ze voelen zich niet veilig daarbuiten, realiseerde ze zich. Ze vond het een intens treurige gedachte.

Ze vroeg zich af hoe lang geleden het in deze buurt voor het laatst prettig wonen was geweest.

Ze vroeg zich ook af…

Maakt het echt iets uit wat we doen?

Riley probeerde zich een voorstelling te maken van hoe het leven hier kon zijn nadat het “ministation” waar Agent McCune het over had geïnstalleerd was. Zouden de buurtbewoners zich echt veiliger voelen met een paar agenten aan een picknicktafel?

Riley zuchtte terwijl de schaarse mensen op straat zich voorthaastten naar hun respectievelijke bestemmingen.

Ze besefte dat ze zichzelf de verkeerde vraag stelde.

Er is geen “we” – tenminste, nog niet.

Ze nam helemaal geen deel aan deze operatie. En Agent Crivaro liet bepaald niet blijken dat hij enig vertrouwen in haar had.

Ze keerde zich af van het raam en ging naar de deur. Terwijl ze over het gekreukte tapijt passeerde, hoorde ze een vreemd geluid onder haar voeten. Ze stopte en bleef er een tijdje staan. Toen tikte ze met haar hiel tegen de vloer.

Waar ze stond klonk het vreemd en hol.

Ze liep over de rand van het tapijt en trok het van dat deel van de vloer.

Ze zag niks bijzonders, gewoon een simpele vloer van hout.

Ik heb het me gewoon ingebeeld, dacht ze.

Ze herinnerde zich wat een van de agenten had gezegd terwijl hij de kamer verliet.

“We hebben hem uit en te treuren doorzocht.”

Dan ging zij niet even iets vinden dat vier FBI agenten over het hoofd hadden gezien.

En toch wist ze zeker dat ze iets raars had gehoord. Ze zou het niet hebben opgemerkt als iemand anders zich door de kamer had bewogen. Ze merkte het alleen op omdat het hier stil was.

Ze maakte een paar passen naar de zijkant en tikte met haar hiel tegen de vloer. Daar klonk de vloer weer als een stuk. Toen hurkte ze en klopte met haar knokkels op de plek die ze eerder had opgemerkt.

En ja hoor, het klonk hier inderdaad hol. Ze kon nog steeds niets van een opening zien, maar…

Ik vraag het me af.

Ze kon zien dat een van de planken korter was dan de andere. Aan een uiteinde had het een donker vlekje dat eruit zag als een gewone knoest.

Riley drukte met haar vinger op de knoest.

Ze sprong bijna een meter in de lucht toen de plank aan dat eind een stukje omhoog sprong.

Ik heb iets gevonden! dacht ze.

Ik heb echt iets gevonden!




HOOFDSTUK VIER


Riley trok aan het uiteinde van de plank dat wat omhoog was gesprongen.

De hele plank kwam los. Ze plaatste het aan een kant.

En jawel, er zat een opening die leidde naar gat onder de vloer.

Riley bekeek het van dichtbij. Verscholen onder de planken, net buiten zicht, waren stapels papiergeld.

Ze schreeuwde luid, “Agent Crivaro! Ik heb iets gevonden!”

Terwijl ze wachtte op antwoord, spiedde Riley iets anders tussen de bundeltjes. Het was e rand van een plastic voorwerp.

Riley reikte naar het voorwerp en pakte het op.

Het was een mobiele telefoon – een eenvoudiger model dan welke zij eerder gekregen had. Ze besefte dat dit zo’n prepaid type moest zijn, die je niet aan een eigenaar kon koppelen.

Een burnertelefoon, dacht ze. Dat moet lekker handig geweest zijn voor een drugsoperatie.

Plotseling hoorde ze een stem brullen vanuit de deuropening…

“Sweeney! Waar ben je verdomme mee bezig?”

Riley draaide zich om en zag Agent Crivaro, zijn gezicht rood van woede. Agent McCune was vlak achter hem binnengekomen.

Ze hield de telefoon uit en zei, “Ik heb iets gevonden, Agent Crivaro.”

“Dat zie ik,” zei Crivaro. “En je zit er met je tengels aan. Geef hier dat ding.”

Riley reikte Crivaro de telefoon. Hij pakte het voorzichtig met duim en wijsvinger aan en liet het vallen in een bewijszakje. Ze zag toen dat zowel hij als Agent McCune handschoenen droegen.

Haar gezicht brandde van gene en vernedering.

Ik heb er een zooitje van gemaakt.

McCune knielde neer en keek in de ruimte onder de vloer.

Hij zei, “He, Agent Crivaro! Kom eens kijken!”

Crivaro knielde neer naast McCune, die zei, “Dat zijn de contanten die we door het hele huis hebben lopen zoeken.”

“Dat zijn het,” zei Crivaro.

Zich weer tot Riley richtend, snauwde Crivaro…

“Heb je iets van dit geld aangeraakt?”

Riley schudde haar hoofd.

“Weet je het zeker?” zei Crivaro.

“Ik weet het zeker,” zei Riley bedeesd.

“Hoe heb je dit gevonden?” vroeg Crivaro, wijzend naar de opening.

Riley haalde haar schouders op en zei, “Ik passeerde hier gewoon en hoorde een hol geluid onder de vloer, dus ik sloeg het tapijt terug en-“

Crivaro viel haar in de rede, “En je trok deze plank los.”

“Nou, ik trok niks. Het sprong zelf op toen ik het op een bepaalde plek aanraakte.”

Crivaro gromde. “Je raakte het aan. En de telefoon ook al. Niet te geloven. Je hebt je vingerafdrukken overal op gekregen.”

Riley stamelde, “S-sorry, sir.”

“Dat lijkt me verdomme op zijn plaats,” zei Crivaro. “Ik breng je nu weg voor je ergens anders een teringzooi van maakt.”

Hij stond op en klopte zijn handen af.

Hij zei, “McCune, laat het zoekteam blijven werken. Als je klaar bent met de kamers op deze verdieping, ga verder zoeken op zolder. Ik denk niet dat we veel meer zullen vinden, maar we moeten het grondig doen.”

“Doe ik, sir,” zei McCune.

Crivaro leidde Riley naar beneden en zijn auto in.

Terwijl ze wegreden, vroeg Riley, “Gaan we terug naar het hoofdkantoor?”

“Vandaag niet,” zei Crivaro. “Misschien wel nooit meer. Waar woon je? Ik breng je naar huis.”

Met een verstikte stem van de emotie gaf Riley hem haar adres.

Ze reden in stilte verder en Riley herinnerde zich hoezeer Crivaro van haar onder de indruk was geweest, en hoe hij tegen haar had gezegd…

“De FBI heeft jonge mensen zoals jij nodig – vooral vrouwen. Jij kan een hele goeie BAU agent worden.”

Wat waren de dingen veranderlijk!

En ze wist dat het niet alleen kwam door de fout die ze gemaakt had. Crivaro had vanaf het eerste begin vandaag koud bejegend.

Op dit moment wilde Riley alleen maar dat hij iets zou zeggen – wat dan ook.

Ze vroeg verlegen, “Hebben jullie iets gevonden in die andere kamer aan de andere kant van de gang? Ik bedoel, waar die dienstlift vroeger was?”

“Niets,” zei Crivaro.

Er viel wederom een stilte. Riley snapte er zo langzamerhand niets van.

Ze wist dat ze een vreselijke fout had gemaakt, maar…

Wat had ik dan moeten doen?

Ze had in die kamer het gevoel gehad dat er iets onder de vloer zat.

Had ze dat gevoel dan maar gewoon moeten negeren?

Ze raapte haar moed bijeen en zei…

“Sir, ik weet dat ik het verprutst heb, maar heb ik niet iets belangrijks daar gevonden? Vier agenten hebben de kamer doorzocht en die ruimte over het hoofd gezien. Jullie zochten naar de contanten, en ik heb het gevonden. Zou iemand anders het gevonden hebben als ik dat niet had gedaan?”

“Daar gaat het niet om,” zei Crivaro.

Riley onderdrukte de drang om te vragen…

Waar ging het dan wel om?

Crivaro reed nog enkele minuten in koppige stilte door. Toen zei hij met een gedempte, bittere stem, “Ik heb een hoop moeite moeten doen om jou in dit programma te kunnen krijgen.”

Nogmaals viel er een stilte. Maar Riley bemerkte een ruime interpretatie van die woorden. Het besef drong door dat Crivaro zich behoorlijk voor haar had uitgesloofd, niet alleen om haar in het programma te krijgen, maar ook daar als haar mentor te fungeren. En hij had waarschijnlijk een paar collega’s tegen zich in het harnas gejaagd, misschien omdat zo interne kandidaten die veelbelovender waren dan Riley uitgesloten waren.

Nu ze de dingen zo overdacht, begon Crivaro’s kille gedrag. Hij wilde niet de indruk te geven dat hij haar zelfs het kleinste beetje voorkeursbehandeling gaf. Sterker nog, hij was naar het andere uiterste gegaan. Hij erop gerekend dat ze zonder enige aanmoediging van hem en ondanks de twijfels en rancune van zijn collega’s, zelf zou bewijzen dat ze in het programma thuishoorde.

En als ze zo terugdacht aan de blikken en het gefluister die ze die dag bij de andere stagiaires had opgemerkt, waren Crivaro’s collega’s niet de enigen die wraakzucht koesterden. Ze had een moeizame weg te gaan om zelfs maar een bescheiden succesje te boeken.

En in een enkele middag had ze dat volledig aan flarden geschoten met een domme fout. Crivaro was met goed recht teleurgesteld en boos.

Ze ademde lang en diep in en zei…

“Sorry. Het zal niet weer gebeuren.”

Een paar ogenblikken antwoordde Crivaro niet.

Uiteindelijk zei hij, “Ik neem aan dat je een tweede kans wil. Nou, ik kan je vertellen dat de FBI niet graag doet aan tweede kansen. Mijn laatste partner werd de laan uitgestuurd voor een soortgelijke fout – en het was ten volle verdiend. Een dergelijke fout heeft gevolgen. Soms betekent het alleen dat een zaak compromitteert waardoor de boef vrijuit gaat. Soms kost het iemand het leven. Het kan je jouw eigen leven kosten.”

Crivaro wierp haar een boze blik.

“Dus wat denk je dat ik nu moet doen?” zei hij.

“Ik weet het niet,” zei Riley.

Crivaro schudde zijn hoofd. “Ik dus ook niet. Misschien is het het beste als we er beiden een nachtje over slapen. Ik moet erover nadenken of ik je capaciteiten onderschat heb. Jij moet erover nadenken of je wel goed genoeg bent om in dit programma te blijven.”

Riley voelde een brok in haar keel, en haar ogen brandden en ze knipperde stijf.

Niet huilen, maande ze zichzelf aan.

Huilen was het enige dat ze kon bedenken dat de zaak nog kon verergeren.




HOOFDSTUK VIJF


Nog steeds gekweld door Crivaro’s berisping kwam Riley twee hele uren voor Ryan thuis. Toen Ryan arriveerde leek hij verbaasd dat ze zo vroeg terug was, maar hij was te opgewonden over zijn eigen dag om te merken hoe overstuur ze was.

Ryan ging met een biertje aan de keukentafel zitten terwijl Riley magnetronmaaltijden van macaroni en kaas opwarmde. Ze zag wel dat hij helemaal liep te springen over al zijn verrichtingen bij het advocatenkantoor, en popelde om haar er alles over te vertellen. Ze probeerde hem haar volle aandacht te geven.

Hij had meer verantwoordelijkheden gekregen dan hij verwacht had – een hoop complex onderzoek en analyse, rapporten schrijven, zaken voorbereiden, en andere taken die Riley nauwelijks begreep. Hij zou morgen zelfs voor de eerste keer in een rechtszaal verschijnen. Hij zou alleen de hoofdadvocaten assisteren, natuurlijk, maar het was voor hem een echte mijlpaal.

Ryan leek nerveus, overweldigd, misschien een beetje angstig, maar bovenal euforisch.

Riley probeerde maar een lach op haar gezicht te houden toen ze aan tafel gingen voor het avondeten. Ze wilde blij zijn voor hem.

Eindelijk vroeg Ryan…

“Jemig, moet je mij nou horen praten. Hoe ging het met jou? Hoe was jouw dag?”

Riley slikte hard.

“Het had beter gekund,” zei ze. “Eerlijk gezegd was het behoorlijk slecht.”

Ryan reikte over de tafel en pakte haar hand met een oprecht bezorgde blik.

“Dat spijt me,” zei hij. “Wil je erover praten?”

Riley vroeg zich af of ze zich beter zou voelen als ze erover sprak.

Nee, ik ga er alleen maar van huilen.

Trouwens, Ryan zou er misschien niet zo blij mee zijn dat ze vandaag daadwerkelijk het veld was ingegaan. Ze waren er beiden zeker van geweest dat ze haar opleiding veilig binnenshuis zou volgen. Niet dat ze nu in enig gevaar was geweest…

“Ik ga er liever niet teveel op in,” zei Riley. “Maar ken je Special Agent Crivaro nog, de FBI man die toen in Lanton mijn leven gered heeft?”

Ryan knikte.

Riley vervolgde, “Nou, het is de bedoeling dat hij mijn mentor is. Maar nu twijfelt hij eraan of ik wel in het programma thuishoor. En…ik twijfel denk ik ook. Misschien was het verkeerd om hieraan te beginnen.”

Ryan kneep haar in de hand en zei niets.

Riley hoopte dat hij iets zou zeggen. Maar wat wilde ze dat hij zei?

Wat verwachtte ze dat hij zei?

Per slot van rekening was Ryan er vanaf het eerste begin lauwtjes geweest over Riley in het programma zat. Hij zou er waarschijnlijk niet rouwig over zijn als ze uit het programma stapte – of eruit getrapt werd.

Uiteindelijk zei Ryan, “Hoor eens, misschien is dit gewoon niet de juiste tijd voor jou om hieraan te beginnen. Ik bedoel, je bent zwanger, we zijn hier net aan het intrekken, en ik ben net bij Parsons en Rittenhouse begonnen. Misschien moet je gewoon even wachten tot –“

“Wachten tot wanneer?” zei Riley. “Tot ik een moeder ben die een kind aan het opvoeden is? En hoe ga ik dat dan aanpakken?”

Ryans ogen verwijdden zich bij Riley’s bittere toon. Zelfs Riley schrok van de klank van haar eigen stem.

“Sorry,” zei ze. “Het had er niet zo uit moeten komen.”

Ryan sprak zacht, “Riley, je wordt een moeder die een kind opvoedt. We worden ouders. Het is een realiteit waar we beiden mee gaan moeten omgaan, of je deze zomer op de opleiding blijft of niet.”

Nu viel het Riley pas echt zwaar niet te huilen. De toekomst leek zo onkenbaar en mysterieus.

Ze vroeg, “Wat moet ik dan doen als ik niet in het programma zit? Ik kan toch niet de hele dag in dit appartement rondhangen.”

Ryan haalde kort zijn schouders op.

“Nou, je kan altijd een baan zoeken om met de kosten te helpen. Misschien een flexbaantje, iets waar je gewoon weg kan als je er genoeg van hebt. Je hebt je hele leven nog voor je. Er is nog meer dan genoeg tijd om erachter te komen wat je echt wilt doen. Maar op een gegeven moment kan het zijn dat ik succesvol genoeg ben dat jij helemaal niet hoeft te werken als je dat niet wilt.”

Ze waren beiden even stil.

Toen zei Riley, “Dus vind je dat ik moet opstappen?”

“Het gaat er niet om wat ik ervan vind,” zei Ryan. “Het is jouw keuze. En wat je ook beslist, ik doe mijn best om je te steunen.”

De rest van de maaltijd zeiden ze niet veel meer. Na het eten keken ze een tijdje TV. Riley kon haar aandacht er niet helemaal bij houden. Ze bleef maar denken aan wat Agent Crivaro gezegd had…

“Jij moet erover nadenken of je wel goed genoeg bent om in dit programma te blijven. Hoe meer Riley erover nadacht, hoe meer twijfel en onzekerheid er opborrelde.

Ze had tenslotte niet alleen met haarzelf rekening te houden. Er was ook Ryan, de baby, en zelfs Agent Crivaro.

Ze herinnerde zich iets anders dat haar eventuele mentor gezegd had…

“Ik heb een hoop moeite moeten doen om jou in dit programma te kunnen krijgen.” En het zou het er hem niet gemakkelijker op maken om haar in het programma te blijven houden. Hij zou waarschijnlijk veel te stellen hebben met collega’s die vonden dat Riley daar niet thuishoorde, vooral niet als ze niet aan zijn verwachtingen voldeed.

En vandaag had ze zeker niet aan zijn verwachtingen voldaan.

Uiteindelijk ging Ryan douchen en toen naar bed. Riley bleef op de bank zitten malen over haar keuzes.

Eindelijk pakte ze een notitieblok en begon een ontslagbrief te schrijven aan Hoke Gilmer, de opleidingssupervisor. Ze was verrast hoeveel beter ze zich voelde tijdens het schrijven van de brief. Toen ze aan het eind kwam voelde het alsof een last van haar was afgevallen.

Dit is de juiste keuze, dacht ze.

Ze bedacht dat ze morgenochtend vroeg zou opstaan, Ryan over haar beslissing in zou lichten, haar brief op zijn computer zou typen, het dan printen en versturen met de ochtendpost. Ook zou ze Agent Crivaro bellen. Hij zou vast opgelucht zijn.

Toen ging ze naar bed, en voelde zich stukken beter. Ze viel gemakkelijk in slaap.



Riley was op weg naar het J.Edgar Hoovergebouw.

Wat doe ik hier? vroeg ze zich af.

Toen bemerkte ze het notitieblok in haar hand, waarin haar brief geschreven stond.

Oh ja, besefte ze.

Ik ging hier om dit persoonlijk aan Agent Gilmer te overhandigen.

Ze ging drie verdiepingen omlaag met de lift, en toen naar de hoorzaal waar de stagiaires gisteren bijeen waren gekomen.

Tot haar schrik zaten alle stagiaires in de hoorzaal, en bekeken haar met argusogen. Agent Gilmer stond vooraan de zaal, en keek naar haar met zijn armen over elkaar.

“Wat wil je, Sweeney?” vroeg Gilmer. Hij klonk een stuk strenger dan toen hij gisteren de groep had toegesproken.

Riley blikte naar de stagiaires die haar in stilte met beschuldigende blikken aanstaarden. Toen zij ze tegen Gilmer, “Ik zal u niet lang ophouden. Ik wilde u alleen dit geven.”

Ze gaf hem het gele notitieblok.

Gilmer deed zijn leesbril omhoog om naar het notitieblok te kijken.

“Wat moet dit voorstellen?” vroeg hij.

Riley deed haar mond open om te zeggen…

“Het is mijn ontslagbrief van het programma.”

Maar in plaats daarvan kwamen er andere woorden uit haar mond…

“Ik, Riley Sweeney, zweer dat ik de Grondwet van de Verenigde Staten zal handhaven en verdedigen…”

Ik ben de FBI-eed aan het opzeggen.

En het bleek dat ze zichzelf niet kon tegenhouden.

“…dat ik altijd getrouw en toegewijd aan deze zal zijn…”

Gilmer wees naar het notitieblok en vroeg weer…

“Wat moet dit voorstellen?”

Riley wilde nog steeds uitleggen wat het echt was, maar de woorden van de eed bleven er maar uitstromen…

“…Ik doe dit uit vrije wil, zonder mentaal voorbehoud of fraude tot doel…”

Gilmers gezicht begon te transformeren in dat van een ander.

Het was Jake Crivaro, en hij leek boos. Hij wuifde het notitieblok voor haar gezicht.

“Wat is dit?” snauwde hij.

Riley was verbaasd te zien dat er helemaal niets op geschreven was.

Ze hoorde de andere stagiaires luid roezemoezen. Ze spraken allemaal dezelfde eed maar in een verward kluwen van stemmen.

Intussen naderde ze het einde van de eed…

“…Ik zal juist en toegewijd de taken vervullen van het ambt dat ik nu zal betreden. Zo helpe mij God Almachtig.”

Crivaro leek nu woest te zijn.

“Wat is dit verdomme?” zei hij, wijzend naar het lege gele papier.

Riley probeerde het hem te vertellen, maar de woorden kwamen er niet uit.



Riley’s ogen vlogen open toen ze een onbekend zoemend geluid hoorde.

Ze lag in bed naast Ryan.

Het was een droom, realiseerde ze zich.

Maar de droom betekende zonder twijfel iets. Sterker nog, het betekende alles. Ze had een eed gezworen, en ze kon er niet op terugkomen. Dat betekende dat ze geen ontslag kon nemen van het programma. Het was geen juridisch probleem. Het was persoonlijk. Het was een principekwestie.

Maar wat als ik eruit gezet word?

Wat moet ik dan?

Intussen vroeg ze zich af – wat was dat zoemend geluid dat zich maar bleef herhalen?

Nog altijd half slaperig, gromde Ryan en mompelde…

“Neem verdomme je telefoon op, Riley.”

Toen herinnerde Riley zich de mobiele telefoon die ze gisteren in het FBI-gebouw had gekregen. Ze wroette wat rond op haar nachtkastje tot ze hem gevonden had, klauterde toen uit bed en bracht het de kamer uit en sloot de deur achter haar.

Het duurde even voor ze had uitgevogeld op welk knopje ze moest drukken om het gesprek aan te nemen. Toen het haar uiteindelijk lukte, hoorde ze een bekende stem.

“Sweeney? Heb ik je wakker gemaakt?”

Het was Agent Crivaro, en hij klonk niet bepaald vriendelijk.

“Nee, natuurlijk niet,” zei Riley.

“Leugenaar. Het is vijf uur ’s ochten ds.”

Riley zuchtte diep. Ze besefte dat ze kotsmisselijk was.

Crivaro zei, “Hoe snel kan je wakker en aangekleed zijn?”

Riley dacht even na, en zei toen, “Eh, vijftien minuten zoiets.”

“Ik ben daar in tien minuten. Wacht me op buiten je gebouw.”

Crivaro beëindigde het gesprek zonder een woord.

Wat wil hij van me? vroeg Riley zich af.

Komt hij hier om me persoonlijk de wacht aan te zeggen?

Plotseling voelde ze een opkomende vlaag van misselijkheid. Ze wist dat het ochtendmisselijkheid was – de ergste die ze tot dan toe tijdens haar zwangerschap ervaren had.

Ze kreunde en dacht…

Net wat ik nu kan gebruiken.

Toen haastte ze zich naar de badkamer.




HOOFDSTUK ZES


Toen Jake Crivaro bij het flatgebouw parkeerde, stond Riley Sweeney al buiten te wachten. Toen ze in de auto stapte zag Jake dat ze er behoorlijk bleek uitzag.

“Voel je je niet lekker?” vroeg hij.

“Ik voel me prima,” zei Riley.

Ze ziet er niet prima uit, dacht Jake. Ze klinkt trouwens ook niet prima.

Jake vroeg zich af of ze gisteravond te veel gefeest had. Deze jonge stagiaires deden dat soms. Of misschien had ze gewoon teveel thuis zitten drinken. Ze had er in ieder geval wel ontmoedigd uitgezien toen hij haar gisteren afzette – en niet verwonderlijk, nadat hij haar zo had afgeblaft. Misschien had ze haar verdriet proberen weg te drinken.

Jake hoopte maar dat zijn protegé niet een te grote kater had om te functioneren.

Terwijl ze van het gebouw wegreden, vroeg Riley…

“Waar gaan we heen?”

Jake aarzelde een moment.

Toen zei hij, “Hoor eens, we gaan vandaag opnieuw beginnen.”

Riley bekeek hem enigszins verbaasd.

Hij ging verder, “Eerlijk gezegd, wat je gisteren gedaan hebt – nou ja, het was niet helemaal een misser. Je hebt het drugsgeld van de Madison broers gevonden. En de burner telefoon bleek behoorlijk nuttig. Er zaten een paar belangrijke telefoonnummers in, waardoor de politie een aantal bendeleden heeft weten aan te houden – inclusief Malik Madison, de broer die nog op vrije voeten was. Het was dom van hen om een prepaid telefoon te kopen en het niet na gebruik weg te gooien. Maar ik neem aan dat ze gewoon gedacht hadden dat niemand hem zou vinden.”

Hij wierp een blik op haar en voegde toe, “Ze hadden het mis.”

Riley bleef maar naar hem staren, alsof ze niet helemaal kon begrijpen waar hij het over had.

Jake weerhield zich van de neiging om te zeggen…

“Het spijt me heel erg dat ik je zo hard heb aangepakt.”

In plaats daarvan zei hij, “Maar je moet bevelen opvolgen. En de procedure navolgen.”

“Ik begrijp het,” zei Riley moe. “Bedankt dat je me een tweede kans geeft.”

Jake gromde binnensmonds. Hij herinnerde zich eraan dat hij het meisje niet teveel wilde aanmoedigen.

Maar hij voelde zich rot over hoe hij haar gisteren behandeld had.

Ik maakte van een mug een olifant, dacht hij.

Hij had een aantal collega’s in Quantico tegen zich in het harnas gejaagd door Riley het programma in te loodsen. Een agent in het bijzonder, Toby Wolsky, wilde zijn neefje Jordan deze zomer als stagiair, maar Jake had Riley in zijn plaats weten te krijgen. Hij had daarvoor beroep gedaan op zijn glorieuze staat van dienst en veel wederdiensten ingeroepen.

Jake had geen hoge pet op van Wolsky als agent, en hij had geen reden te denken dat diens neefje bijzonder potentieel bezat. Maar Wolsky had vrienden in Quantico die nu niet blij waren met Jake.

Tot op zekere hoogte kon Jake daarmee inkomen.

Bij hun weten was Riley een simpele psychologiestudente die nooit eerder zelfs maar overwogen had om bij de ordehandhaving te gaan.

En eerlijk gezegd wist Jake ook niet zoveel meer over haar – behalve dat hij haar instincten in actie had gezien, van dichtbij. Hij herinnerde zich levendig hoe snel ze de gedachten van de moordenaar had begrepen daar in Lanton, met maar een beetje coaching van hem. Buiten hemzelf had Jake zelden iemand met die instincten gezien – inzichten die diep van binnen zaten en die weinig andere agenten konden vatten.

Natuurlijk kon hij niet heen om de kans dat wat ze in Lanton had gedaan min of meer mazzel was geweest.

Misschien zou hij vandaag een beter idee krijgen van haar kunnen.

Riley vroeg weer…

“Waar gaan we heen?”

“De locatie van een moord,” zei Jake.

Hij wilde haar niets meer vertellen tot ze daar aankwamen.

Hij wilde observeren hoe ze reageerde op de buitengewoon bizarre situatie.

En naar hij gehoord had was deze plaats delict zo bizarre als een plaats delict maar worden kon. Hij was er zelf pas net over bericht, en hij kon nog steeds maar met moeite geloven wat hem verteld was.

We zullen wel zien, neem ik aan.



*



Riley had het idee dat ze zich een beetje beter voelde terwijl ze naast Agent Crivaro verder reed. Toch had ze het prettig gevonden als hij haar had ingelicht waar dit over ging.

De locatie van een moord, had hij gezegd.

Dat was meer dan ze verwacht had in het zomerprogramma – al helemaal op haar tweede dag. Gisteren was al onverwacht genoeg geweest.

Ze wist niet zeker wat ze er eigenlijk allemaal van vond.

Maar ze wist wel vrij zeker dat Ryan er helemaal niet blij mee zou zijn.

Ze realiseerde zich dat ze Ryan nog niet had verteld dat ze met Jake Crivaro meeliep. Ryan zou daar ook niet gelukkig mee zijn. Ryan had Crivaro vanaf het begin gewantrouwd, vooral voor de manier waarop hij Riley had geholpen om in het hoofd van de moordenaar te kijken.

Ze herinnerde zich wat Ryan over een van die momenten had gezegd…

“Vertel je me nu dat die FBI vent – Crivaro- gedachtenspelletjes met je aan het spelen is? Waarom? Gewoon voor de lol?”

Natuurlijk wist Riley dat Crivaro haar dat niet allemaal had laten doorstaan “voor de lol”.

Hij was er doodserieus over geweest. Die ervaringen waren absoluut noodzakelijk geweest.

Ze hadden het mogelijk gemaakt uiteindelijk de moordenaar te pakken.

Maar wat staat me nu te wachten? vroeg Riley zich af.

Crivaro leek met opzet geheimzinnig te doen.

Terwijl hij de auto parkeerde aan een straat met huizen aan een kant en een open veld aan de andere kant, zag ze dat er een aantal politieauto’s en een officieel busje in de buurt stonden.

Voor ze de auto verlieten, hief Crivaro een waarschuwende vinger op en zei tegen haar…

“En onthoud ditmaal godverdomme de regels. Raak niets aan. En je zegt geen woord tot iemand jou aanspreekt. Je bent hier uitsluitend om de rest van ons aan het werk te zien.

Riley knikte. Maar iets in Crivaro’s stem deed haar vermoeden dat hij iets meer van haar verwachtte dan dat ze passief zat mee te kijken.

Ze wilde maar dat ze wist wat dat iets dan was.

Riley en Crivaro stapten uit de auto en liepen naar het veld. Het zat onder de rotzooi, alsof er recentelijk een soort groot openbaar evenement had plaatsgevonden.

Andere mensen, sommige in politie-uniform, stonden bij een kluitje bomen en struiken. Om hen heen was een groot gebied afgeschermd met geel politietape.

Toen Riley en Crivaro de groep naderden, realiseerde ze zich dat de struiken iets op de grond verborgen.

Riley was overdonderd door wat ze zag.

De misselijkheid welde weer op.

Op de grond lag een dode kermisclown.




HOOFDSTUK ZEVEN


Riley was zo duizelig dat ze bang was dat ze flauw zou vallen.

Ze wist op haar benen te blijven, maar ze was bang dat ze zou overgeven, net als in het appartement.

Dit kan toch niet echt zijn, dacht ze.

Dit moet een nachtmerrie zijn.

De politie en andere mensen stonden rondom een lichaam in compleet clownskostuum. Het kostuum was opgebold en felgekleurd met grote pompomknopen. Een paar overgrote schoenen maakte het geheel af.

Het spierwitte gezicht had een geschminkte glimlach, een felrode neus, en overdreven ogen en wenkbrauwen. Het gezicht werd omgeven door een gigantische rode pruik. Naast het lichaam lag een dekzeil op een hoopje.

Het drong tot Riley door dat het lichaam van een vrouw was.

Nu haar hoofd wat helderder begon te worden, bemerkte ze een duidelijke, onplezierige geur in de lucht. Ze bekeek het omliggende gebied en betwijfelde dat de geur van het lichaam kwam – niet helemaal in ieder geval. Overal lag afval verspreid. De ochtendzon versterkte de geur van vanalles dat door de mensheid weggeworpen was.

Een man met een witte jas knielde naast het lichaam en bestuurde het zorgvuldig. Crivaro stelde hem voor als Victor Dahl, de patholoog van DC.

Crivaro schudde zijn hoofd en zei tegen Dahl, “Dit is nog raarder dan ik verwacht had.”

Dahl stond op en zei, “Ja, raar. En precies als bij het laatste slachtoffer.”

Riley dacht…

Het laatste slachtoffer?

Was er een andere clown voor deze vermoord?

“Ik ben net pas ingelicht,” zei Crivaro tegen Dahl en de politieagenten. “Zouden jullie misschien mijn pupil hier kunnen informeren wat er hier gaande is? Ik weet zelf nog niet alles over de zaak.”

Dahl keek even naar Riley en aarzelde even. Riley vroeg zich af of ze er net zo misselijk uitzag als ze zich voelde. Maar toen begon de patholoog het toch uit te leggen.

Op zaterdagochtend werd een lichaam gevonden in het steegje achter een bioscoop. Het slachtoffer was een jonge vrouw genaamd Margo Birch – en ze was min of meer op dezelfde manier gekleed en geschminkt als dit slachtoffer. De politie dacht dat het weliswaar een bizarre moord was, maar wel eenmalig. En toen verscheen dit lijk gisteravond. Weer een jonge vrouw die zo geschminkt en gekleed is.”

Toen begreep Riley het. Dit was geen daadwerkelijke clown. Dit was een doodnormale jonge vrouw die verkleed was als clown. Twee zulke vrouwen waren bizar aangekleed en opgemaakt en toen vermoord.

Crivaro voegde toe, “En op dat moment werd het een FBI-zaak en werden wij erbij gehaald.

“Zo is het,” zei Dahl, terwijl het afval verspreid over het veld bekeek. “Er was een paar dagen lang hier een kermis. Op zaterdag was het afgelopen. Daar komt al deze rotzooi vandaan – het veld is nog niet schoongemaakt. Gisteravond laat kwam een plaatselijke vent hier langs met een metaaldetector, op zoek naar muntjes die mensen tijdens de kermis misschien hadden laten vallen. Hij vond het lichaam, dat toen met dat dekzeil bedekt was.

Riley draaide zich om en zag dat Crivaro haar nauwlettend in de gaten hield.

Was hij alleen maar aan het opletten dat ze zich bij haar eigen zaken hield?

Of was hij haar reacties aan het peilen?

Ze vroeg, “Is de vrouw al geidentificeerd?”

Een van de agenten zei, “Nog niet.”

Crivaro voegde toe, “We richten onze aandacht op de melding van een specifiek vermist persoon. Gisterochtend werd een professioneel fotograaf genaamd Janet Davis als vermist opgegeven. Ze was de avond tevoren foto’s gaan maken in het Lady Bird Johnson park. De politie vroeg zich af of zij dit kon zijn. Agent McCune is op dit moment bij haar man. Misschien kan hij ons helpen haar te identificeren.

Riley hoorde het geluid van voertuigen die verderop in de straat stopten. Ze ging kijken en zag een paar busjes van TV-journaal staan.

“Verdomme,” zei een van de politieagenten. “We hebben het clownaspect van de vorige moord tot nu toe geheim weten te houden. Zullen we haar weer bedekken?”

Crivaro gromde van irritatie toen de nieuwscrew uit een van de busjes stroomde met een camera en microfoon. De crew haastte zich het veld op.

“Daar is het te laat voor,” zei hij. “Ze hebben het slachtoffer al gezien.”

Terwijl de andere mediabusjes aanreden, mobiliseerden Crivaro en de patholoog de politieagenten om de journalisten zo ver van het politietape te houden als ze konden.

In de tussentijd keek Riley naar het slachtoffer en vroeg zich af…

Hoe is ze gestorven?

Ze kon de vraag op dat moment aan niemand stellen. Iedereen was druk bezig met de journalisten, die luidruchtig vragen stelden.

Riley boog zich voorzichtig over het lichaam, en zei tegen zichzelf…

Niks aanraken.

Riley zag dat de ogen en mond van het slachtoffer open waren. Die uitdrukking van doodsangst had ze eerder gezien.

Ze herinnerde zich maar al te goed hoe haar twee vriendinnen in Lanton eruit hadden gezien nadat hen de keel was doorgesneden. Bovenal herinnerde ze zich de onwaarschijnlijke hoeveelheden bloed op de vloer van de campuskamer waar ze hun lichamen gevonden had.

Maar hier lag er geen bloed.

Ze zag wat leek op een paar kleine sneewonden in het gezicht en nek van de vrouw, die door de witte schmink te zien waren.

Wat was de betekenis van die sneewonden? Ze waren toch zeker niet groot genoeg om fataal te zijn.

Ze zag ook dat de schmink onhandig en moeizaam aangebracht was.

Ze heeft het niet zelf aangebracht, dacht ze.

Nee, dat had iemand anders gedaan, misschien tegen de wil van het slachtoffer.

Toen voelde Riley een vreemde verschuiving in haar bewustzijn – iets dat ze niet had gevoeld sinds die verschrikkelijke dagen in Lanton.

Ze huiverde toen ze besefte wat dat gevoel was.

Ze begon in het hoofd van de moordenaar te kruipen.

Hij heeft haar zo aangekleed, dacht ze.

Hij had haar waarschijnlijk in het kostuum geplaatst nadat ze dood was, maar ze was bij bewustzijn geweest toen hij haar gezicht met schmink besmeerde. Aan haar dode, geopende ogen te zien, was ze maar al te bewust geweest van wat er met haar aan het gebeuren was.

En hij genoot ervan, dacht ze. Hij genoot van haar doodsangst terwijl hij haar schminkte.

Nu begreep Riley ook de kleine sneewonden.

Hij pestte haar met een mes.

Hij treiterde haar – deed haar zich afvragen hoe hij haar ging vermoorden.

Riley hapte naar adem en stond op. Een nieuwe vlaag van misselijkheid en duizeligheid spoelde over haar heen en deed haar bijna weer omvallen, maar iemand pakte haar bij de arm.

Ze draaide zich om en zag dat Jake Crivaro haar val had tegengehouden.

Hij keek haar recht in de ogen. Riley wist dat hij precies begreep wat ze zojuist had ervaren.

Met een rauwe, diepgeschokte stem vertelde ze hem…

“Hij heeft haar zo bang gemaakt dat ze eraan overleed. Ze ging dood van angst.”

Riley haarde Dahl een gilletje van verbazing slaken.

“Wie heeft je dat verteld?” vroeg Dahl, terwijl hij op Riley af liep.

Crivaro zei tegen hem, “Niemand heeft het haar verteld. Klopt het?”

Dahl haalde zijn schouders wat op.

“Misschien. Of in ieder geval iets dergelijks, als het is zoals bij het andere slachtoffer. Margo Birch’s bloedbaan zat tjokvol amfetaminen, een fatale dosis die haar hartslag stopte. De arme vrouw moet waanzinnig van angst zijn geweest tot aan het moment dat ze overleed. We moeten nog de toxicologie doen op dit nieuwe slachtoffer, maar…”

Zijn stem vlakte af, en toen vroeg hij Riley, “Hoe wist je dat?”

Riley had geen idee wat ze moest zeggen.

Crivaro zei, “Dit is wat zij doet. Dit is waarom ze hier is.”

Riley rilde hevig bij het horen van die woorden.

Is dit echt iets dat ik goed wil kunnen? vroeg ze zichzelf.

Ze vroeg zich af of ze misschien toch haar ontslagbrief had moeten indienen.

Misschien moest ze hier niet zijn.

Misschien moest ze hier niet aan deelnemen.

Een ding wist ze zeker – Ryan zou het afschuwelijk vinden als hij wist waar ze op dit moment was en wat ze aan het doen was.

Crivaro vroeg Dahl, “Hoe moeilijk zou het voor de moordenaar zijn om deze specifieke amfetamine aan te schaffen?”

“Helaas,” antwoordde de patholoog, “is het eenvoudig op straat te krijgen.”

Crivaro’s telefoon zoemde. Hij keek ernaar. “Het is Agent McCune. Ik moet deze aannemen.”

Crivaro liep weg en sprak in zijn mobiele telefoon. Dahl bleef naar Riley staren alsof ze een soort monster was.

Misschien heeft hij gelijk, dacht ze.

Intussen hoorde ze een paar van de vragen die de journalisten stelden.

“Klopt het dat Margo Birch op dezelfde manier is vermoord?”

“Was Margo Birch op dezelfde manier aangekleed en geschminkt?”

“Waarom kleedt deze moordenaar zijn slachtoffers aan als clowns?”

“Is dit het werk van een seriemoordenaar?”

“Gaan er nog meer clownmoorden komen?”

Riley herinnerde zich wat een van de agenten net gezegd had…

“We hebben het clownaspect van de andere moord tot nu toe geheim weten te houden.”

Duidelijk circuleerden desondanks geruchten. En nu kon de waarheid niet langer stilgehouden worden.

De politie probeerde zo min mogelijk te zeggen in hun antwoorden. Maar Riley wist nog hoe agressief de journalisten waren geweest in Lanton. Ze begreep ten volle waarom Jake en de politieagenten niet blij waren geweest met de komst van deze journalisten. De publiciteit zou hun werk er niet gemakkelijker op maken.

Crivaro liep terug naar Riley en Dahl en stak zijn telefoon in zijn zak.

“McCune heeft net met de man van de vermiste vrouw gesproken. De arme vent is doodongerust, maar hij heeft McCune iets gezegd dat misschien van nut is. Hij zei dat ze een moedervlek had vlak achter haar rechteroor.”

Dahl knielde en keek achter het oor van het slachtoffer.

“Zij is het,” zei hij. “Hoe zei je dat ze ook alweer heette?”

“Janet Davis,” zei Crivaro.

Dahl schudde zijn hoofd. “Tja, in ieder geval hebben we het slachtoffer geidentificeerd. We kunnen haar evengoed hiervandaan brengen. Het was wel fijn geweest als we geen last hadden gehad van de rigor mortis.”

Riley keek toe terwijl Dahls team het lijk op een draagbaar laadde. Het ging onhandig. Het lichaam was stijf als een standbeeld, en de opgebolde kleding aan de ledematen vlogen alle richtingen op en staken uit vanonder het witte laken dat het bedekte.

Eindelijk zelf ook met stomheid geslagen, staarden de journalisten terwijl de draagbaar langs het veld richting het busje van de patholoog ratelde met zijn groteske last.

Terwijl het lichaam in het busje verdween duwden Riley en Crivaro zich voorbij de journalisten terug naar hun eigen auto.

Terwijl Crivaro wegreed vroeg Riley waar ze nu naartoe gingen.

“Hoofdkantoor,” zei Crivaro. “McCune vertelde dat een paar politieagenten de buurt rondom het Lady Bird Johnson park hebben doorzocht waar Janet Davis vermist raakte. Ze hebben haar camera gevonden. Ze heeft het waarschijnlijk laten vallen toen ze ontvoerd werd. De camera is nu in het FBI-hoofdkantoor. Laten we gaan kijken wat de techneuten eruit kunnen halen. Misschien hebben we geluk en komt er wat bewijsmateriaal uit.”

Dat woord zat Riley dwars…

“Geluk”.

Het leek een vreemd woord om te gebruiken over iets zo duidelijk ongelukkigs als de moord op een vrouw.

Maar Crivaro meende duidelijk wat hij had gezegd. Ze vroeg zich af hoe gehard hij moest zijn geworden na het werk zoveel jaren te hebben gedaan.

Was hij volledig immuun voor gruwelijkheden?

Uit de toon van zijn stem kon ze niets opmaken terwijl hij vervolgde…

“En Janet Davis’s man heeft McCune foto’s laten bekijken die de laatste paar maanden had genomen. McCune vond een paar foto’s die ze in een kostuumwinkel had genomen.”

Riley voelde een tinteling van interesse.

Ze vroeg, “Bedoel je het soort winkel dat wellicht clownskostuums verkoopt?”

Crivaro knikte. “Klinkt interessant, nietwaar?”

“Maar was betekent het?” zei Riley.

Crivaro zei, “Dat is nu nog moeilijk te zeggen – behalve dat Janet Davis genoeg interesse had in kostuums om er foto’s van te nemen. Haar man herinnert zich dat ze het erover had, maar ze heeft hem niet verteld waar. McCune probeert er nu achter te komen in welke winkel ze de foto’s heeft genomen. Dan belt hij me. Het zal hem niet al te lang duren.”

Crivaro viel even stil.

Toen keek hij even naar Riley en vroeg, “Hoe ben jij eronder?”

“Prima,” zei Riley.

“Weet je dat zeker?” vroeg Crivaro. Je ziet wat bleek, alsof je niet lekker bent.”

Dat klopte natuurlijk een combinatie van ochtendmisselijkheid en de schok van wat ze zojuist gezien had was haar flink parten gaan spelen. Maar het laatste ter wereld dat ze Crivaro wilde vertellen was dat ze zwanger was.

“Het gaat prima met me,” hield Riley vol.

Crivaro zei, “Ik neem aan dat je net een en ander aanvoelde over de moordenaar.”

Riley knikte in stilte.

“Is er verder nog iets dat ik moet weten – buiten de mogelijkheid dat hij het slachtoffer zo bang maakte dat die eraan overleed?”

“Niet veel,” zei Riley. “Hij is alleen…”

Ze weifelde en vond toen het woord dat ze zocht. “Sadistisch.”

Ze reden verder in stilte en Riley begon zich de aanblik van het lichaam uitgespreid op de draagbaar voor de geest te halen. Ze voelde weer het afgrijzen dat het slachtoffer zelfs na haar dood zoveel vernedering en onwaardigheid moest ervaren.

Ze vroeg zivh af wat voor monster dit iemand zou willen aandoen.

Zo dicht als ze zich tijdelijk tot de moordenaar voelde, wist ze dat ze niet eens een klein beetje zou kunnen begrijpen hoe zijn gestoorde brein werkte.

En ze wist wel zeker dat ze dat ook niet wilde.

Maar wat stond haar te wachten voordat de case opgelost was?

En daarna?

Is dit hoe mijn leven eruit gaat zien?




HOOFDSTUK ACHT


Terwijl Riley en Crivaro het schone, ge-airconditionde J. Edgar Hoovergebouwinliepen, voelde ze nog altijd de grofheid van het plaats delict aan haar kleven. Het was alsof de gruwelijkheid zich in haar porien had gedrongen. Hoe zou ze dit ooit van zich afschudden – vooral de geur?

Tijdens de rit hiernaartoe, had Crivaro Riley ervan verzekerd dat de geur die ze in het veld had geroken niet van het lichaam kwam. Zoals Riley al had geraden, was het maar van het afval dat verspreid lag na de kermis. Janet Davis’s lichaam was niet lang genoeg dood om veel geur te verspreiden – en de lichamen van Riley’s vermoorde vriendinnen die ze toen in Lanton gevonden had ook niet.

Riley had de stank van een ontbindend lijk nog niet ervaren.

Crivaro had tijdens de rit gezegd…

“Als je het ruikt zal je weten wat het is.”

Dat was niet iets waar Riley naar uitkeek.

Wederom vroeg ze zich af…

Wat doe ik hier in godsnaam?

Zij en Crivaro namen de lift naar een verdieping die in beslag genomen werd door tientallen forensische laboratoria. Ze volgde Crivaro de gang door tot ze bij een kamer kwamen met een bordje “DONKERE KAMER”. Een slungelige, langharige jonge man leunde naast de deur.

Crivaro stelde zichzelf en Riley voor aan de man, die knikte en zei, “Ik ben Charlie Barrett, forensisch technicus. Je bent hier net op tijd. Ik ben even pauze aan het houden van het ontwikkelen van de negatieven van de camera die ze in het Lady Bird Johnson park hebben gevonden. Ik ging juist terug om wat afdrukken te maken. Kom binnen.”

Charlie leidde Riley en Crivaro naar een kleine hal die gevuld werd door oranje-bruin licht.Toen liepen ze door een tweede deur een kamer in die overspoeld werd met hetzelfde vreemde licht.

Het eerste dat Riley opviel was de doordringende, bijtende geur van chemicalien.

Vreemd genoeg vond ze het geen vervelende geur.

In plaats daarvan leek het haast…

Louterend, besefte Riley.

Voor het eerst sinds ze het veld waar ze het lichaam hadden gevonden had verlaten, was de klevende, zure stank van afval weg.

Zelfs de afschuw vervloog een beetje, en Riley’s misselijkheid verdween.

Dat was een fikse opluchting.

Riley spiedde door het gedempte, onaardse licht, gefascineerd door de complexe apparatuur.

Charlie hield een velletje papier omhoog met rijen plaatjes, en inspecteerde het in het gedempte licht.

“Hier zijn de proefdrukken,” zei hij. “Zo te zien was ze een verdomd goeie fotograaf. Triest wat haar is overkomen.”

Terwijl Charlie zijn filmstrookjes op een tafel legde, realiseerde Riley zich dat ze nooit eerder in een donkere kamer geweest was. Ze had haar eigen filmrolletjes altijd naar een drogisterij gebracht om die te laten afdrukken. Ryan en enkele van haar vrienden hadden recentelijk digitale camera’s gekocht, die uberhaupt geen film gebruikten.

Janet Davis’ echtgenoot had McCune verteld dat zijn vrouw voor haar fotografie beide soorten camera’s had gebruikt. Voor haar professionele werk gebruikte ze meestal een digitale camera. Maar de plaatjes die ze in het part ging schieten beschouwde ze als kunst, en daarvoor gaf ze de voorkeur aan filmcamera’s.

Riley bedacht dat Charlie ook een kunstenaar leek te zijn, een ware meester in wat hij deed. Dat deed haar denken…

Is dit een aflopend ambacht?

Zou ooit dit ambachtswerk van film, papier, instrumenten, thermometers, timers, ventielen en chemicalien ooit dezelfde richting op gaan als hoefsmederij?

Zo ja, dan leek dat een nogal treurig iets.

Charlie begon een voor een de afdrukken te maken – eerst vergrootte hij het negatief op een stuk fotografisch papier, toen weekte hij het papier langzaam in een bak met ontwikkelvloeistof, gevolgd door wat Charlie een “stopbad” en een “fixeerbad” noemde. Daarna volgde een lang afspoelen boven een stalen wasbak onder kraanwater. Tenslotte hing Charlie de foto’s aan knijpers boven een draaibaar statief.

De procedure was traag, en stil. De stilte werd uitsluitend doorbroken door de druppelgeluiden van de vloeistof, het schuifelen van voeten, en een paar woorden af en toe uitgesproken op bijna plechtige fluistertoon. Het voelde gewoon verkeerd om hier hardop te praten.

Riley vond de stilte en traagheid haast griezelig ontspannend na de rumoerige wanorde bij de plaats delict, toen de politie de journalisten met moeite op afstand wisten te houden.

Riley keek gefascineerd toe hoe de beelden gedurende een lange minuten onthuld werden – eerst spookachtig en onduidelijk, toen eindelijk met scherpe helderheid en contrast toen ze druipend aan het statief hingen.

De zwart-witte foto’s gaven een beeld van een rustige, gemoedelijke avond in het park. Eentje liet een houten voetgangersbrug zien die over een smal stroompje water strekte. Een andere leek in eerste instantie een zwerm zeemeeuwen in volle vlucht te zijn, maar toen het beeld scherper begon te worden besefte Riley dat de vogels onderdeel van een groter standbeeld waren.

Een andere foto toonde een obelisk van ruw steen waarover het Washington Monument in de verte torende. Andere beelden waren van fiets-en wandelpaden die door de beboste gebieden leidden.

De foto’s waren duidelijk tegen zonsondergang, hetgeen zachte grijze schaduwen, gloeiende aureolen en silhouetten gecreeerd had. Riley kon meekomen in Charlies mening dat Janet Davis een verdomd goede fotograaf was geweest.

Riley had ook de indruk dat Janet het park goed gekend had en een aantal van haar locaties van te voren had gekozen – evenals het tijdstip, wanneer er weinig bezoekers waren. Riley kon niemand op de foto’s zien. Het was alsof Janet het park helemaal voor zichzelf alleen had gehad.

Tenslotte kwamen de foto’s van een jachthaven. De kades en boten en het water schitterden toen de zon eindelijk onder ging. De zachte kalmte van het plaatje was daadwerkelijk voelbaar. Riley kon het kalme klotsen van het water en het kwetteren van de vogels bijna horen, haast het strelen van de koele lucht tegen haar wang voelen.

En toen verscheen een veel schokkender beeld.

Ook dit was van de jachthaven – tenminste, Riley dacht dat ze de vormen van boten en kades kon ontwaren. Maar alles was wazig en chaotisch en warrig.

Riley realiseerde zich wat er gebeurd moest zijn op het moment dat ze die foto nam…

De camera werd uit haar handen geslagen.

Riley’s hart bonsde in haar keel.

Ze wist dat die foto het precieze moment vastlegde waarop Janet Davis’ wereld voor eeuwig veranderd was.

In een fractie van een seconde waren sereniteit en schoonheid verworden tot afschuw en angst.




HOOFDSTUK NEGEN


Terwijl Riley naar het wazige beeld staarde, vroeg ze zich af…

Wat is daarna gebeurd?

Wat gebeurde er met de vrouw nadat de camera haar uit de handen geslagen was?

Wat ervaarde ze?

Vocht ze tegen haar belager tot hij haar op een of andere manier overmeesterd en vastgebonden had?

Bleef ze bij bewustzijn tijdens haar lijdensweg? Of werd ze direct bewusteloos geslagen op het moment dat de foto werd genomen?

Of ontwaakte ze tot haar afgrijselijke laatste ogenblikken?

Misschien maakt het niet uit, dacht Riley.

Ze herinnerde zich wat de patholoog had gezicht over de kans dat Janet overleden was aan een overdosis amfetaminen.

Als dat zo was, was ze zich daadwerkelijk doodgeschrokken.

En nu keek Riley naar het bevroren moment waarop de fatale vrees daadwerkelijk was begonnen.

De gedachte deed haar diep huiveren.

Crivaro wees naar de foto en zei tegen Charlie, “Vergroot alles. Niet alleen deze, alle foto’s, iedere vierkante centimeter.”

Charlie krabde zich over het hoofd en vroeg, “Waar zijn we naar op zoek?”

“Mensen,” zei Crivaro. “Iedere persoon die je maar kan vinden. Het ziet ernaar uit dat Janet Davis dacht dat ze alleen was, maar dat had ze verkeerd gezien. Iemand was haar aan het opwachten. Misschien – heel misschien – heeft ze hem gefotografeerd zonder het te beseffen. Als je iemand vindt, wie dan ook, blaas die zo groot op als mogelijk.

Ze zei het niet hardop, maar Riley was sceptisch.

Zal Charlie ook maar iemand vinden?

Ze had een idee over de moordenaar – dat hij veel te heimelijk was om zich per ongeluk te laten fotograferen. Ze betwijfelde dat zelfs een microscopisch onderzoek van de foto’s enig spoor van hem zou opleveren.

Op dat moment zoemde Crivaro’s telefoon in zijn zak. Hij zei, “Dat zal zeker McCune zijn.”

Riley en Crivaro verlieten de donkere kamer, en Crivaro liep weg om het gesprek aan te nemen. Hij leek opgewonden door wat McCune hem aan het vertellen was. Toen hij het gesprek beëindigde, zei hij tegen Riley…

“McCune heeft de kostuumwinkel gevonden waar Janet Davis foto’s heeft genomen. Hij is onderweg ernaartoe en zegt dat hij ons daar zal ontmoeten. Laten we gaan.”



*



Toen Crivaro parkeerde voor de winkel die Costume Romp heette, zat Agent McCune al te wachten in zijn eigen auto. Hij stapte uit en voegde zich bij Riley en Crivaro toen ze naar de winkel liepen. Riley leek het in eerste instantie een bescheiden winkeltje. De etalage toonde natuurlijk kostuums – van een vampier en een mummy tot historische kostuums. Er was ook een Uncle Sam-kostuum voor de naderende Fourth of July.

Toen ze Crivaro en McCune naar binnen was gevolgd, schrok Riley van de verbijsterende omvang van de lange bakstenen binnenkant, met rekken die volgestouwd waren met zo te zien wel honderden kostuums, maskers en pruiken.

Het beeld van zoveel doen-alsof benam haar de adem. Onder de kostuums waren piraten, monsters, soldaten, prinsen en prinsessen, wilde dieren en huisdieren, buitenaardse wezens, en ieder ander soort personage dat ze kon verzinnen.

Het duizelde Riley. Per slot van rekening was Halloween maar eenmaal per jaar. Was er echt het hele jaar door een markt voor al deze kostuums? En zo ja, wat deden mensen ermee?

Een heleboel verkleedfeestjes, denk ik.

Het kwam in haar op dat het haar niet zou moeten verbazen, gezien al het verschrikkelijks waar ze dezer dagen over hoorde. In een wereld waren zoveel ontzettende dingen gebeurden, was het niet zo gek dat mensen naar fantasiewerelden wilden ontsnappen.

Het was ook niet verwonderlijk dat een getalenteerde fotograaf als Janet Davis hier graag foto’s nam, tussen zo’n weelderig assortiment van beelden. Ongetwijfeld had ze hier echte film gebruikt, geen digitale camera.

De monstermaskers en –kostuums deden Riley denken aan een TV programma dat ze de laatste paar jaren met plezier bekeek – het verhaal van een tienermeisje dat met vampiers en andere demonen vocht, en ze ombracht.

Maar recentelijk begon het programma Riley minder aan te staan.

Toen ze erachter was gekomen dat ze de vaardigheid had om het brein van een moordenaar binnen te dringen, kwam een verhaaltje over een meisje met bovenmenselijke krachten en bovenmenselijke plichten iets te dichtbij.

Riley, Crivaro en McCune keken allemaal om zich heen maar zagen niemand.

McCune riep, “Hallo – is daar iemand?”

Vanachter een van de kostuumrekken kwam een man.

“Kan ik u helpen?” vroeg ze.

De man maakte een verbluffende indruk. Hij was lang en verschrikkelijk mager, droeg een t-shirt met lange mouwen met de opdruk van een smoking. Hij droeg ook de bekende “Groucho”bril – het type met een grote witte neus, een bril met zwart montuur en zware wenkbrauwen en een snor.

Duidelijk wat onthutst, haalden Crivaro en McCune hun legitimatie tevoorschijn en legden uit wie zij en Riley waren.

Kennelijk totaal niet verrast door een bezoek van de FBI, stelde de man zichzelf voor als Danny Casal, de eigenaar van de zaak.

“Noem me maar Danny,” zei hij.

Riley hoopte dat hij zijn neusbril af zou zetten. Maar toen ze hem duidelijker bekeek, besefte ze…

Deze bril is op sterkte.

Ze hadden ook bijzondere dikke glazen. Danny Casal droeg deze bril kennelijk altijd. Zonder de bril zou hij ongetwijfeld flink bijziend zijn.

McCune opende een folder.

“Hier zijn foto’s van twee vrouwen,” zei hij. “We willen weten of u een van hen ooit gezien hebt.”

De wenkbrauwen en valse neus en snor hipten allemaal op en neer terwijl Danny knikte. Riley dacht dat hij een bijzonder serieuze en zure man moest zijn om zoiets te dragen.

McCune haalde een van de foto’s eruit en hield hem voor de winkeleigenaar.

Danny bekeek de foto door zijn bril.

Hij zei, “Ze is niet een van onze vaste klanten. Ik kan niet verzekeren dat ze nog nooit in de winkel geweest is, maar ik herken haar niet.

“Weet u dat zeker?” vroeg McCune.

“Vrij zeker.”

“Doet de naam Margo Birch een belletje rinkelen?”

“Eh, misschien iets in het nieuws. Ik weet het niet zeker.”

McCune haalde een andere foto tevoorschijn. “En deze vrouw dan? We begrijpen dat ze uw zaak bezocht heeft om foto’s te nemen.”

Ook Riley keek goed naar de foto. Dit moest Janet Davis zijn. Voor het eerst zag ze haar levende, ongeschminkte gezicht – lachend en vrolijk en zich niet bewust van het verschrikkelijke lot dat haar te wachten stond.

“Oh ja,” zei Casal. “Ze was hier niet zo lang geleden. Janet nogwat.”

“Davis,” zei Crivaro.

“Dat is het,” knikte Casal. “Aardige vrouw. Aardige camera ook – ik ben zelf ook een beetje een fotografieliefhebber. Ze bood aan om me te betalen om haar hier foto’s te laten nemen, maar ik weigerde. Ik was gevleid dat ze mijn zaak de moeite waard vond.”

Casal hield zijn hoofd schuin en keek zijn bezoekers aan.

“Maar ik neem aan dat jullie hier niet zijn met goed nieuws over haar,” zei hij. “Is ze in de problemen of zoiets?”

Crivaro zei, “Ik ben bang dat ze het slachtoffer is van een moord. Allebei deze vrouwen.”

“Echt waar?” zei Casal. “Wanneer dan?”

“Margo Birch was vijf dagen geleden dood aangetroffen. Janet Davis is eergisteravond vermoord.”

“Oh,” zei Casal. “Het spijt me dat te horen.”

Riley merkte nauwelijks verschil in de toon van zijn stem of zijn gezichtsuitdrukking.

McCune veranderde van insteek. Hij vroeg, “Verkoopt u hier ook clownskostuums?”

“Natuurlijk,” zei Casal. “Hoezo?”

McCune pakte abrupt een nieuwe foto uit zijn folder. Riley slaakte bijna een gil toen haar oog erop viel.

De foto toonde een andere dode vrouw gekleed in clownskostuum. Ze was uitgestrekt op het asfalt naast een vuilniscontainer in een steegje. Het pak was hetzelfde als dat van Janet Davis, het slachtoffer dat die ochtend in het park gevonden was – opgebolde stof met enorme pompomknopen. Maar de kleuren en patronen waren iets anders, en de schmink ook.

Margo Birch, besefte Riley. Zoals ze gevonden werd.

McCune vroeg Casal, “Verkoopt u kostuums zoals deze?”

Riley zag Crivaro fronsen naar McCune. McCune was duidelijk Casals reactie op de foto aan het testen, maar Crivaro leek zijn patsboem-aanpak af te keuren.

Maar net als McCune was Riley nieuwsgierig naar de reactie van de man.

Casal draaide zich om naar Riley. Ze kon zijn uitdrukking gewoonweg niet lezen. Behalve de zware wenkbrauwen en snor, kon ze nu ook zien hoe dik de glazen van zijn bril waren. Hoewel hij haar wel direct in de ogen moest kijken, leek het er niet op. Zijn ogen, gebroken door de lenzen, leken een iets andere kant op te kijken.

Het lijkt wel alsof hij een masker draagt, dacht Riley.

“Is dit mevrouw Davis?” vroeg Casal aan Riley.

Riley schudde haar hoofd en zei, “Nee. Maar Janet Davis’ lichaam werd vanmorgen in soortgelijke staat aangetroffen.”

Nog altijd zonder enige variatie in de toon van zijn stem, zei Casal tegen McCune…

“In antwoord op uw vraag – ja, dit type kostuum verkopen we.”

Hij leidde de bezoekers naar een lang rek vol clownspakken. Riley stond perplex van hoe gevarieerd ze waren.

Terwijl Casal door wat versleten jasjes en ruime, opgelapte broeken bladerde, zei hij, “Zoals je kunt zien zijn er verschillende clown-typetjes. Hier is bijvoorbeeld de “vagebond”, vaak weergegeven als zwerver of landloper, met versleten hoed en schoenen, smoezelige zongebrande make-up, een trieste frons en een geschminkte stoppelbaard. Het vrouwelijke evenbeeld is vaak een zwerfster.”

Hij ging verder naar een groep bontere kostuums.

“Licht gerelateerd aan de vagebond is de ‘Auguste’, een traditioneel Europees typetje. Die is meer een oplichter dan vagebond, een volgeling en lakei. Hij draagt een rode neus en niet bij elkaar passende kleding. Hij varieert zijn gedrag van onbeholpen klunzigheid tot behendige sluwheid.”

Toen schuifelde hij tussen een paar voornamelijk witte kostuums, sommigen met sterren en met gekleurde zoom.

Hij zei, “En hier hebben we de traditionele Europese witgezicht-typetje, de “Pierrot” – beheerst, evenwichtig, gracieus, intelligent, altijd zichzelf in de hand. Zijn make-up is simpel, helemaal wit, met normaal geproportioneerde trekken opgeschilderd in rood of zwart, als een mime, en hij heeft vaak een puntige hoed op. Hij is een authoriteitsfiguur, vaak de baas van Auguste – en geen al te sympathieke baas. Dat is niet zo verwonderlijk, aangezien Auguste vooral grappen ten koste van hem maakt.”

Hij liep door tientallen compleet verschillende kostuums, en zei…

“En hier hebben we een heleboel verschillende “personage’-clowns, gebaseerd op typetjes die bekend zijn uit het dagelijks leven – politieagenten, diensters, butlers, artsen, brandweermannen, dat soort dingen. Maar hier is het typetje dat jullie zoeken.”

Hij toonde zijn bezoekers een rij felgekleurde kostuums die Riley absoluut deden denken aan de slachtoffers in de foto en het veld.

“Dit is de “groteske witgezicht”,” zei hij.

Dat woord ving Riley’s aandacht.

Grotesk.

Ja, dat was een goede beschrijving van hoe Janet Davis’ lichaam behandeld was.

Spelend met een van de outfits, vervolgde Casal, “Dit is het gebruikelijkste clown-typetje denk ik, tenminste hier in Amerika. Het vertegenwoordigt niet een specifiek type of beroep of status. Het groteske witgezicht ziet er gewoon algemeen clownachtig uit, belachelijk en onnozel. Denk aan Bozo de Clown, of Ronald McDonald – of Stephen Kings “It” om een enger voorbeeld te noemen. Het groteske is gewoonlijk in kleurrijk slobberkostuum met te grote schoenen, en witte make-up met overdreven gezichtstrekken, inclusief een enorme pruik en een felrode neus.”

Crivaro leek oprecht geïnteresseerd in wat Casal nu vertelde.

Hij vroeg, “Heeft u recentelijk een van deze grotesk-type kostuums verkocht?”

Casal dacht een tijdje na.

“Niet dat ik me kan herinneren – in de laatste paar maanden in ieder geval,” zei hij. “Ik kan wel door onze bonnetjes kijken, maar dat gaat even duren.”

Crivaro bood hem zijn FBI-visitekaartje en zei, “Ik zou het op prijs stellen als u dat zou doen, en dan contact met me zou opnemen.”

“Dat doe ik,” zei Casal. “Maar beseft u wel dat het groteske kostuum ontzettend veel voorkomt. Het kan iedere kostuumwinkel waar dan ook in de stad gekocht zijn.”




Конец ознакомительного фрагмента.


Текст предоставлен ООО «ЛитРес».

Прочитайте эту книгу целиком, купив полную легальную версию (https://www.litres.ru/pages/biblio_book/?art=51923834) на ЛитРес.

Безопасно оплатить книгу можно банковской картой Visa, MasterCard, Maestro, со счета мобильного телефона, с платежного терминала, в салоне МТС или Связной, через PayPal, WebMoney, Яндекс.Деньги, QIWI Кошелек, бонусными картами или другим удобным Вам способом.


